|
Hier worden een paar technieken opgesomd en begrippen uitgelegd.
|
Flitser accessoires
Diffusor
SoftboxMet de softbox kan je ook "uitbranders" vermijden (dat is een vervlogen term uit de filmfotografie, waarbij reflekties op spiegelende oppervlaktes (specular reflexions) als zwarte stippen op de negatieven zichtbaar zijn). Maar deze reflekties kunnen ook de TTL-lichtmeting van fototoestellen in de war sturen, waardoor de foto onderbelicht is. Voor een fotosessie krijgen modellen vaak een matte fond-de-teint om reflekties van de flits op het gezicht te vermijden, maar deze reflekties kunnen ook vermeden worden door een softbox. |
Het richtgetal
|
Het richtgetal geeft aan hoeveel licht een flitser kan produceren. Het is het produkt afstand * opening. Van de flitser links in beeld is het richtgetal 22 (vol vermogen) en 8 (laag vermogen), dus 8 keer zwakker. Zowel opening als afstand zijn kwadratische waarden (met een opening half zo groot, of een afstand dubbel zo lang komt er een kwart van het licht op de sensor).
Richtgetallen worden altijd gegeven voor een gevoeligheid van 100 ASA/ISO en een "normale" openingshoek (voor flitsers die met een zoom uitgerust zijn). Een openingshoek wordt als normaal beschouwd als het de oppervlakte van een 50mm-lens volledig bestrijkt. Ik heb ook nog een flitser van metz met een richtgetal van 40. Dit is een zeer hoge waarde. Gebruik je de flitser op zijn maximaal vermogen, dan zullen de foto's er "washed out" uitzien: achtergrond totaal zwart en voorkant bijna volledig wit omdat de omgevingslicht totaal onderdrukt wordt door de sterke flitser (witteverfexplosieverschijnsel). Bij studioflitsers wordt er niet gewerkt met een richtgetal omdat de fotograaf meestal meer dan één flitser gebruikt. Accessoires maken het uitrekenen van de geschikte opening nagenoeg onmogelijk. Het richtgetal is geen lineaire waarde, het vermogen (uitgedrukt in Joule) is dat wel. |

