|
Er is een trend om oude documenten te digitaliseren. Zo kunnen deze foto's, negatieven en dia's gered worden, en zelfs misschien een nieuw leven leiden. Hoe was het leven in 1950? Hoe zagen je grootouders er uit? Het inscannen is een boeiende bezigheid, in vele opzichten interessanter dan moderne foto's nemen!
Naargelang het medium zullen er andere technieken toegepast moeten worden om de documenten te digitaliseren.
|
Inscannen van dia's
|
Dia's en vooral negatieven hebben een zeer hoge dynamiek (lees meer over het dynamisch bereik van film). De bedoeling van een dia is de projectie, en daarom is het wit echt wit, en het zwart echt zwart. Bij het inscannen zal een deel van de dynamiek verloren gaan als je van analoog naar digitaal overgaat.
Voor het scannen van dia's is een flatbedscanner bruikbaar maar niet optimaal (beperkte optische resolutie). Dia's en negatieven zijn transparant en moeten van achteren belicht worden door een speciale lamp (soms standaard voorzien in de scanner). Normale foto's of boeken worden reflektief belicht. Voor het scannen van film is een aangepaste filmscanner het neusje van de zalm. Je moet kiezen welke helderheidswaarden je zal gebruiken (de scansoftware doet dit meestal automatisch): het dynamisch bereik comprimeren zodat zowel heldere als donkere delen weergegeven worden (maar doorgans is een dergelijk beeld zeer flets), of spelen met de limieten, waardoor de meest heldere en de donkerste delen samengedrukt worden. De reden is dat het jpeg formaat met slechts 256 bits per kanaal (RGB) werkt: het is dus zeer moeilijk een beeld te laten passen in dit beperkt bereik. Scanners en fotobewerkingsprogramma's kunnen werken met 16 bits per kanaal (ruim voldoende voor een correcte weergave van zowel de helderste als de donkerste punten), waarbij nadien wordt overgeschakeld op jpeg voor het maken van foto-CD's en dergelijke. Voor het scannen van diapositieven kan je ook je digitaal fototoestel gebruiken. Bij sommige fototoestellen kan je een filmstrookhouder (accessoire) bestellen. Richt het toestel en houder naar een witte muur en neem een foto van de dia. Zorg er wel voor dat er zo weinig mogelijk direct licht op het fototoestel zelf valt (de verlichting mag enkel de witte muur verlichten). Je kan ook een groot blad papier (A3) gebruiken als "achtergrond". Gebruik de maximale opening van je fototoestel zodat er niets van de achtergrond zichtbaar is (beperkte scherpetediepte). Vanwege de (gewenste) beperkte scherptediepte moet de dia perfekt vlak zijn. Naargelang het fototoestel zal je de dia dichter bij of verder van de lens moeten houden. Bij compact-toestellen moet je de macro-funktie inschakelen; de strook moet je meestal op een paar centimeter van de lens houden. Bij reflextoestellen gebruik je best specifieke macro-lenzen (met een normale lens kan je maar vanaf een dertigtal centimeter scherpstellen). Voor het inscannen van positieven gebruik ik zelf een speciale macro-lens (Canon EF 100 MACRO USM). De maximale opening van f/2.8 is ideaal voor ingekaderde dia's, maar voor positieven op strook is een opening van f/4 beter omdat de strook nooit perfekt vlak is. Voor het bekomen van de beste resultaten moet de ruwe kant (de kant met de gevoelige laag) naar het fototoestel gericht worden. Je zal verwonderd staan hoe scherp een dia van 30 jaar terug is! |
Inscannen van foto's
|
De beste manier om foto's te digitaliseren is het gebruik van een flatbedscanner. Dit is een speciaal apparaat dat alle documenten kan inscannen: een pagina uit een boek, een foto, een oude postkaart. Voor negatieven en films is een flatbedscanner niet echt geschikt.
Foto's hebben meestal een beperkte dynamiek (ze zijn wat flets): het inscannen zal dus geen problemen opleveren. Het is zinloos te scannen op een resolutie hoger dan 300 dpi (300 dots per inch): een foto is niet erg scherp en een hoge resolutie zal geen winst opleveren.
|
Inscannen van zwart/wit negatieven
Inscannen van kleurnegatieven
Scannen van kleurnegatieven gebeurt best met een echte fotoscanner (filmscanner)! Fotograferen van de filmstrook is mogelijk maar alle kleurschakeringen zijn in een heel beperkt gebied (gamut) geconcentreerd en je fototoestel, met zijn beperkte 8 bits-kanaal, kan deze gecomprimeerde kleurschakeringen niet opnemen. Als je de foto inverteert zal je merken dat alle kleurinformatie verstopt zit in een blauwe zweem. Probeer je de kleuren "uit te strekken" (shift-control-L in photoshop), dan bekom je soms vreselijke effekten, vooral als de negatief onderbelicht was. Enkel een scanner dat met 16 of 20 bits per kanaal werkt kan de nuances detecteren.
Om verwarring te voorkomen hebben diapositieffilm en negatieffilm een aparte benaming: Kodacolor (of Fujicolor) voor negatieven en Kodachrome voor dia. De foto's hiernaast werden genomen met een instamatic met het vierkantig 126 filmformaat in cartridge (wie heeft nog de befaamde "flashcubes" gekend?). Het fototoestel had een fixfocus-instelling en daarom zijn de bloemen op de zetel eigenlijk scherper dan mijn gezicht! Het 126-formaat (Instamatic) gebruikte dezelfde film als het 135-formaat, maar de foto's zelf waren vierkantig en de film had één perforatie per foto. Alles werd in het werk gesteld om de toestellen zo goedkoop mogelijk te produceren: de perforatie dat als index diende, geen fototeller op het toestel, geen scherpstelling, geen belichtingsmeter, geen hendel om de film terug te spoelen. De Instamatic-fototoestellen werden zo goedkoop mogelijk verkocht om mensen aan te zetten foto's te nemen. Het succes van het 126-formaat in de jaren '70 is te danken aan de fototoestellen die geschonken werden bij de aankoop van bijvoorbeeld een ton waspoeder.
Het is vreemd, maar in die tijd hadden we nooit last van "rode ogen"...
Apparaten voor het scannenDigitaal fototoestelMet een beetje ervaring kunnen foto's probleemloos gedigitaliseerd worden. Voor kleurnegatieven is een fototoestel, zelfs met aangepaste houder, minder geschikt van zodra de negatieven te donker (overbelicht), maar vooral te bleek (onderbelicht) zijn. FlatbedscannerEen flatbedscanner werkt volgens het reflektieprincipe en kan dus niet zomaar gebruikt worden voor films (dia of negatief). Om dit minpunt tegen te gaan zijn duurdere scanners uitgerust met een extra lamp om doorzichtige filmstroken te belichten. Het is een mogelijke oplossing, maar om het maximum uit een filmstrookje te halen is de optische resolutie van de flatbedscanner te laag. Scanners moeten op 16 bits kunnen werken om kleurnegatieven te kunnen scannen, want alle "kleuren" zitten in een orange brij. Filmscanner° Een CCFL geeft de beste kleurweergave. Dergelijke lampen worden trouwens ook in LCD-schermen gebruikt. Tegenwoordig bereiken witte leds eenzelfde optimaal kleurspectrum. Vroeger werd de witte kleur bekomen door drie leds in één behuizing (rood, groen en blauw), maar nu gebruikt men een ultra-violette led met een fosforlaag (zelfde effekt als een TL of CCFL). |











