Afdrukken maken


Fotografie » TechTalk » Film » Ontwikkeling » Afdrukken maken

Bij het maken van een afdruk bekomt men een positief resultaat aan de hand van een negatief (negatief × negatief = positief). We raden de lezer aan eerst de pagina over de negatief ontwikkeling te lezen, want het ontwikkelen van de foto's is op hetzelfde principe gebaseerd. De vergroter wordt hier besproken.

Printing out

De ontwikkelbad en de stopbad kunnen vervallen, want men heeft niet de hoge lichtgevoeligheid nodig. Er wordt met een sterke projectorlamp gewerkt en de belichting kan meerdere minuten duren. Praktisch gaat men belichten tot het beeld goed zichtbaar is (bij het fixeren zal het beeld wat bleken). Hier merk je pas op hoe sterk het “vermenigvuldigingseffekt” van de ontwikkeling is! Enkel fixeren (verwijderen van zilver-halide resten) en spoelen is nodig. Dit is de gang van zaken bij POP (Printing Out Paper of daglichtpapier).

Printing out wordt meestal enkel gebruikt voor contactafdrukken wegens de lage gevoeligheid van de emulsie, maar indien men genoeg heeft aan een kleine afdruk, kan men een vergroter gebruiken.

Printing out geeft een contrastvermindering ten gevolge van het dekkend effekt van de zilverkristallen die ontstaan. Dit effekt kan men ook bereiken met klassiek fotopapier.

Developing out

Bij DOP (Developing Out Paper of ontwikkelpapier) moet de volledige ontwikkeling doorlopen worden: deze papieren zijn meer lichtgevoelig. Daglichtpapier wordt meestal zelf gemaakt, maar ontwikkelpapier wordt kant en klaar gekocht.

In theorie kunnen beide papieren door elkaar gebruikt worden (als de belichting maar aangepast wordt), maar in de praktijk heeft ieder papier zijn specifieke compositie. Daglichtpapier heeft bijvoorbeeld wat extra zilver nitraat om een voldoende zwarting te bekomen.

Dubbele ontwikkeling voor meer details in de hooglichten

Als er onvoldoende doortekening is in de heldere beeldelementen kan men een dubbele ontwikkeling toepassen. Meerdere methodes zijn mogelijk: men kan 2/3 belichten en dan ontwikkelen (waarbij de donkere delen verschijnen) en dan opnieuw belichten (waarbij het zilver dat ontstaan is bij de ontwikkeling als een soort filter werkt en de belichting verminderd). Bij deze ontwikkeling verschijnen dan de details in de hooglichten, zonder dan de middentonen en donkere partijen dichtgedrukt worden. Bij een ander systeem

Bij een ander procédé wordt het papier in ontwikkelprodukt gedrenkt en dan belicht. De ontwikkeling gaat door tijdens en na de belichting. Als de donkere delen voldoende ontwikkeld zijn wordt er opnieuw belicht. Beide procédés geven een ander resultaat.

Toning (omkleuring)

Na de ontwikkeling kan men toning toepassen. De meest bekende toning is sulfide, waarbij het zilver gebonden wordt aan een sulfide-atoom. Deze behandeling geeft een geelachtige tint (kleur van zwavel) aan het papier, de bekende sepia-kleur. Ook selenium wordt soms gebruikt (roodachtig). Afdrukken van meer dan 150 jaar oud zijn meestal sepia: het zijn de enige afdrukken die lang genoeg bewaard kunnen worden.

Papiersoorten

Het gebruikte papiersoort is meestal barietpapier, fijnvezelig houtvrij papier dat bestreken is met een laag barietsulfaat. Barietsulfaat is helder wit en ondoorlatend, zodat de fotografische emulsie niet in het papier kan dringen.

Vroeger waren er verschillende papiersoorten beschikbaar met een verschilend contrast. Een papier met hoog contrast werd gebruikt bij negatieven die weinig contrast vertonen (landschappen) of indien men een onscherp masker wou toepassen. Tegenwoordig gebruikt men één enkel papiersoort met verschillende gevoelige lagen, elk met een verschillende spectrale gevoeligheid (gevoelig voor een ander lichtkleur) en contrast. Wordt het papier belicht met blauw licht, dan bekomt men een beeld met hoog contrast, en met groen licht een beeld met laag contrast.

Papier voor lithografie (in de drukwereld gebruikt) heeft een hoog contrast. Door de specifieke ontwikkeling bekomt men een beeld zonder grijswaarden. Dit is noodzakelijk bij commerciële drukprocédés waarbij men foto's eerst moet rasteren.

Gevoelig papier dat men zelf kan maken is gebaseerd op albumine (dit is een procédé dat vaak toegepast werd tot in het begin van de 20e eeuw). Albuminedruk werd gaandeweg verdrongen door papier dat industrieel vervaardigd werd en ontwikkeld kon worden.

Albumine-papier is niet echt gevoelig en werkt best met een contactafdruk (negatief even groot als de afbeelding die men wenst te bekomen). De gemakkelijkste manier van werken is gebruik te maken van transparanten (die gebruikt worden in overhead projectoren) en die bedrukken met een inktjetprinter. Het belichten gebeurt liefst onder de zonnebank. Ook blauwdruk is gemakkelijk te realiseren.

Foto rechts:
Grootbeeldfototoestellen (gebruikt tot in het begin van de 20ste eeuw) produceerden negatieven die zo groot waren dat een vergroter niet nodig was. Het negatief was een een glasplaat die opnieuw gebruikt werd eenmaal dat de positieve afdruk gerealiseerd was. Dit is dus de origine van de slechte gewoonte van fotografen om nooit de originalen aan de klant mee te geven!

Het maken van afdrukken (historische procédés) wordt hier bsproken.

Paginas die volgens Google je zouden kunnen interesseren