Cinema


Fotografie » TechTalk » Film » Bioscoop

Op deze pagina informatie over de bioscoopfilms: de verschillende formaten (zowel amateur als professioneel), hoe men kleur gerealiseerd heeft (in een tijd dat de emulsies nog monochroom waren).

Professionele cinema formaten
We geven eveneens een lijst cinema film formaten aan de hand van de Collectie Perquy

Amateur cinemaformaten
De amateurformaten waren gebaseerd op het 8mm formaat: single-8, super-8, met of zonder geluid.

16mm
Het 16mm zit tussen het amateur en professioneel formaat: het werd oorspronkelijk ontworpen als alternatief op het 35mm voor amateur-toepassingen, maar werd meer en meer gebruikt voor bedrijven en voor het maken van reportages en nieuwsuitzendingen.

Polavision
Het Polavision systeem van Polaroid was een instant-bioscoopformaat gebaseerd op 8mm film, maar de beeldkwaliteit vas niet goed en de film kon enkel op een klein scherm bekeken worden.

Bioscoopfilm in kleur
Hoe kan men kleur weergeven, terwijl de emulsies nog monochroom waren? Alle historische procédés komen aan bod, maar ook de huidige systemen.

Perspecta Stereophonic Sound
Vooralleer de produktiehuizen met stereo geluid (en meerkanaals geluid) op de markt kwamen hebben ze gewerkt men een eenvoudiger systeem dat een bijna-stereo geluid produceerde.

Het verschil tussen produktie- en distributieformaten

Bij het opnemen van een bioscoopfilm gebeurt het niet zelden dat men een verschillend formaat gebruikt dan bij de projectie. De eisen zijn namelijk verschillend.

Productie
Bij de produktie is er vaak enorm veel pellicule nodig: er zijn meer takes nodig om één goede opname te hebben, bij speciale effekten moeten er verschillende filmstroken gemonteerd worden, enz. Hier speelt vooral het commercieel aspect een grote rol.

Er zijn daarom een aantal formaten die enkel tijdens de produktie en de montage gebruikt worden, zoals de Techniscope en de Superscope. Normaal gezien beweegt de film 4 perforaties tussen ieder beeld, bij Techniscope zijn het er maar twee en bij Superscope 3.

Het beeld dat opgenomen wordt is meer langwerpig, en dat komt goed uit want de meeste cinemazalen zijn uitgerust om films in breedbeeld te projecteren.

Vaak wordt er geen geluid opgenomen op de film zelf: men gebruikt hierbij een aparte recorder die magnetisch opneemt, bijvoorbeeld op een 16mm of 35mm perfotape. Dankzij de perforaties lopen beide banden synchroon.

Filmvertoning
Nadat de film gemonteerd is, wordt die gecopieerd naar een formaat die geschikt is voor de vertoning. De meeste bioscoopzalen waren uitgerust met Cinemascope projectoren die verschillende formaten konden weergeven en waarbij de speciale lens voor anamorfe weergave verwijderd kon worden. Maar hier werd er altijd met 4 perforaties per beeld gewerkt.

Vroeger gebruikte men vaak optisch geluid (goedkoper, omdat die samen met het beeld opgenomen kon worden), dan is men overgestapt op magnetisch geluid dat een betere audiokwaliteit mogelijk maakt. Het geluid wordt doorgaans samen met het beeld opgenomen (één spoel), maar bij internationale versies zit het geluid soms op een aparte spoel. Men gebruikt hier 35mm perfotape die synchroon met de projector loopt. Digitaal optisch geluid (op de tape zelf) werd ook regelmatig toegepast, maar er waren verschillende formaten.

Tegenwoordig (sinds 2005 ongeveer) werkt men enkel nog met digitale opnames die geleverd worden onder de vorm van een gecodeerde harde schijf.

Zoals men een 16mm projector had om een documentaire te vertonen voor de speelfilm, zo heeft men nu een 35mm projector in reserve als er nog een ouderwetse film vertoont moet worden.

Formaten en toestellen


Het 9.5mm filmformaat werd gekenmerkt door perforaties tussen de beelden en een inkeping om de film gedurende 10 seconden te stoppen

Paginas die volgens Google je zouden kunnen interesseren