Bij film kon je (indien je de ontwikkeling zelf deed) het Sabatier-effekt gebruiken om speciale effekten te bekomen (tijdens de ontwikkeling de negatief kortstondig belichten om een speciaal reversal effekt te bekomen). Zelfs duo-tone kon je met zwart/wit film bereiken door verschillende ontwikkelbaden te gebruiken vòòr en na de tweede belichting. Het Sabatier-effekt mag je niet verwarren met solarisatie (effekt dat optreed bij extreme overbelichting). Photoshop effekten werden vroeger in de donkere kamer gerealiseerd (vanwaar denkt je dat de benamingen “doordrukken” en “tegenhouden” afkomstig waren?) |
Beperkt dynamisch bereik
Het voordeel van pellicule (en vooral van negatieffilm) is dat het een groter dynamisch bereik (belichtingslatitude of speelruimte) heeft: pellicule kan donkere en heldere gedeelten beter weergeven zonder overbelast te worden. Achteraf kan men kiezen hoe men de afdrukken zal maken: prioriteit aan de hooglichten of de donkere delen van de afdruk, of men kan papier gebruiken die een laag contrast heeft.
Een sensor wordt gemakkelijk overstuurd (overflow), terwijl de donkere delen in de digitale ruis verdwijnen. Bij negatieffilm zijn alle helderheidswaarden natuurgetrouw aanwezig. Bij het inscannen van het negatief kan er gekozen worden de heldere of de donkere delen te benadrukken. Zowel een afdruk op papier of een computerscan van de filmstrook hebben een lager dynamisch bereik dan negatieffilm (men gebruikt het woord gamut om het bereik aan te geven, vooral met betrekking tot de kleurweergave). Het hoger dynamisch bereik wordt bereikt door de logarithmische gevoeligheidscurve van film (ten overstaan van digitaal, dat een meer lineair verloop heeft). Het logarithmisch karakter is "natuurlijker", bijvoorbeeld de dB-schaal dat in de audio-branche gebruikt wordt is een logarithmische schaal. Onze ogen hebben ook een logarithmische gevoeligheid: twee lampen van 50W zijn niet dubbel zo helder als één lamp van 50W.
Het logarithmisch verloop ontstaat door de werking van de gevoelige film zelf en is het grootst bij trage (weinig gevoelige) films. Deze trage films geven ook de beste foto's! Het zachte verloop van negatieffilm is niet van toepassing op diapositief. Door de dubbele ontwikkeling hebben diapositieven een hoger contrast en is de belichting meer kritisch. Bij digitale fotografie zijn het electronen die uit de halfgeleider weggeslagen worden. Elektronen zijn beweeglijker, zodat de vrijgekomen plaats ingenomen kan worden door een ander elektron, en de halfgeleider opnieuw "gevoelig" is op die plaats. Er is geen logarithmisch effekt. Ik heb wel geleerd te werken met een digitaal toestel (met zijn lineair verloop) en weet uit ervaring hoe ik een geslaagde foto moet nemen. In de praktijk betekent dit dat je de foto's best in de schaduw neemt als je kort na de middag fotografeert, of je zorgt ervoor dat het gezicht van het model in de schaduw staat (en je gebruikt de flitser om het gezicht extra te belichten). Ook met een lichtreflektor kan je de contrast verminderen. |
Digitale artefakten
De anti-aliasing filter is hier heel kort uitgelegd, maar in feite zit er een hele complexe theorie achter dat stukje matglas (Nyquist flank, signaalbandbreedte,... de filterparameters zijn zelfs verschillend naargelang je te maken hebt met een klassieke sensor met Bayer filter of een Foveon sensor). De blurfilter is zodanig berekend dat er geen moiré kan optreden, rekening houdend met de optische resolutie van de meeste lenzen. Gebruik je echter een lens dat een extreem scherp beeld kan geven (bij reflextoestellen), dan is een moiré zichtbaar. De roosterstruktuur van de luidspreker (installatie opgesteld in de Loewe Gallery in Knokke) interfereert met de matrix van de beeldsensor. Omdat ieder pixel gevoelig is voor één kleur resulteert dit in een kleurpatroon dat op het onderwerp niet aanwezig is. De gevoelige laag van een film is opgebouwd uit korrels met een onregelmatige struktuur, zodat er geen artefakten optreden. Als de film goed behandeld wordt kan het scherpere beelden leveren dan een digitaal beeld voor zover dat de filmontwikkeling perfekt verlopen is: een paar seconden te lang in een bad en de film verliest duidelijk aan scherpte! De laatste trend (juli 2009 met de Olympus E-P1) is het gebruik van een minder effektieve blurfilter, en de moiré patronen softwarematig te verwijderen in het fototoestel zelf. Dit resulteert in algemeen scherpere beelden, want de digitale blurfilter treed enkel in werking op de plaatsen waar er effektief moiré optreed. |
Overgevoeligheid voor infra-rood
De sensoren die in digitale fototoestellen zijn uiterst gevoelig voor infra-rood licht. Een ingebouwde filter houdt deze stralen tegen, maar in sommige gevallen is dit niet voldoende. De foto's vertonen een speciale fout, die enkel in dit geval optreed. Dit fenomeen wordt in detail besproken op de pagina infra-rood effekt bij fotografie en kan nadien (in zeer beperkte mate!!!) ongedaan gemaakt worden door het gebruik van filters in Photoshop.
Hot mirror |
Oplossingen
HistogramDe meeste SLR-toestellen zijn niet in staat een live histogram te tonen, maar je hebt natuurlijk wel een playback-funktie, waarbij je dan het histogram kan opvragen.
Zebra - White reversal
De gamut wordt nu op een andere pagina besproken.
Mijn foto (links) is genomen met een Sony DSC-F828, Denis (foto rechts) gebruik nog de traditionele negatieffilm (pellicule).
Het resultaat is dat mijn toestel een volledige andere gamma-kurve heeft dan pellicule: door het lineair verloop zijn de mid-tones donkerder. De donkere en heldere gedeelten zijn evenveel belicht (daarvoor zorgt de belichtingsmeter, Denis gebruikt spot-meting, ik center-weighted (vanwege het belang van de omgeving)).
|

Het voordeel van pellicule (en vooral van negatieffilm) is dat het een groter 



