Filmcamera's


Fotografie » TechTalk » Film » Filmcamera's

Voor de komst van de videocamera en de smartphone werden bewegende beelden opgenomen op film, zoals bij foto's. Ik bespreek hier de voornaamste filmformaten, mij baserend op de Collectie Perquy.

De Collectie Perquy is één van de belangrijkste verzameling van film camera's. Nagenoeg alle types filmcamera's zijn aanwezig, van de oudste types tot de meer moderne apparaten met geluidsregistratie. De ontwikkelingen gebeurden voornamelijk in Frankrijk en in mindere mate Italië en andere europese landen. Na iedere (wereld)oorlog raakte Europa verder verzwakt en werd het voorbijgestoken door Amerika.

De collectie bevat eveneens de eerste videocameras. Men gebruikte filmspoelen zoals bij de geluidsregistratie en de opnames zijn in zwart-wit. Het opnamegedeelte is los van de videocamera. Het systeem was zwaar, onhandig en leverde slechtere beelden dan de filmcamera's. Er waren toen nog geen videorecorders voor huiskamergebruik. Van standardisatie was er absoluut geen sprake, en een band opgenomen op één toestel moest noodzakelijkerwijze afgespeeld worden op hetzelfde toestel. Zie ook deze kleine site over de geschiedenis van de videorecorder.

Een boek dat als referentie gebruikt kan worden (voor zover die nog te vinden is, natuurlijk) is Memory Mirrors, the evolution of the cine-camera”. Het boek werd verkocht met een CD-ROM die hoge resolutie foto's bevatte van de besproken toestellen. Men kan dus over een historisch onderwerp spreken, en toch de laatste technieken gebruiken (het was het prille begin van de CD-ROM).

Voorstelling van het boek “Memory Mirrors” van Hugo Perquy begin jaren 2000. Het bevat een lijst met 800 filmcamera's. Bij de gedrukte versie van het boek eveneens was er ook een CD-ROM. Iedere filmcamera werd op een afzonderlijke html pagina besproken en er waren hoge resolutie foto's op de CD-ROM.

Dit was het begin van de digitale fotografie, en snel schakelde ik over van film naar digitaal.

Filmcamera's

Het 8mm standard formaat was heel lang het meest gebruikte formaat. Het is gebaseerd op het 16mm formaat waarbij de film in tweeën gesplitst is.

Het formaat double-8 is eigenlijk 16mm film die tweemaal belicht wordt in de filmcamera. Op het einde van de spoel wordt de cassette omgedraaid en de tweede kant belicht. De Video-2000 en de Compact cassette is dus niets nieuws! Na de ontwikkeling werd de film in tweeën gesplitst in het labo en de klant ontving twee filmstroken in het 8mm standard formaat.

Het super-8 formaat is eveneens gebaseerd op het 16mm filmformaat, maar men gebruikt kleinere perforaties zodat men een grotere gevoelige oppervlakte heeft. Als men het over het 8mm formaat heeft, dan heeft men het meestal over het super-8 formaat.

Meer informatie over de amateur filmformaten is hier te vinden.


Het 9.5mm formaat was heel populair in het interbellum (onder de naam Pathé Baby). Dit formaat gebruikt kleine perforaties tussen de beelden zelf, waardoor de beelden zelf groter kunnen zijn (de beeldkwaliteit was vergelijkbaar met het 16mm van toen, maar de pellicule was goedkoper). Het formaat wordt gemaakt met 35mm film (drie stroken zonder perforaties).

Een andere eigenschap van dit formaat was de mogelijkheid om stilstaande beelden te projecteren zonder film te gebruiken: een inkeping in de film zorgde ervoor dat de filmprojecteur gedurende 10 seconden bleef staan op hetzelfde beeld (ideaal voor intertitels).

Na de tweede wereldoorlog had Europa (en dan vooral Frankrijk waar het formaat heel populair was) de middelen niet meer om het formaat verder te ondersteunen en werden wij overrompeld door het minderwaardig amerikaans 8mm formaat.


Het 16mm formaat werd vaak gebruikt voor reportages, voor het opnemen van televisieprogramma's (zowel in de studio als op lokatie), voor educatieve programma's, bedrijfsfilms, en dergelijke. Het is het standaard-formaat voor instutitionele gebruikers.

Dit formaat werd ook in de scopitone gebruikt (de voorloper van de videoclip): het was een juke box die een kortfilm vertoonde in plaats van een singeltje af te spelen.

Het 16mm standard gebruikt perforaties aan beide zijden van de film. De versie met enkele perforatie laat toe om een geluidsspoor op te nemen (zowel magnetisch als optisch). Een minpunt van film met enkelzijdige perforaties is dat de film op den duur de neiging heeft krom te trekken.

Het formaat Super 16mm gebruikt perforaties aan één kant en geen geluidsspoor. De beelden kunnen breder zijn. Het wordt gebruikt als basis voor 35mm film (men gebruikt film van zeer hoge kwaliteit). Bij commercieele films wordt het geluid altijd afzonderlijk opgenomen.


Het formaat 17.5mm is heel zeldzaam. Het is 35mm film in tweeën gesneden. Het was ook een formaat dat vaak gebruikt werd in het interbellum (voornamelijk in Frankrijk).

Het formaat wordt verboden in 1942: de duitsers vernietigen alle apparatuur. Van nu af aan was enkel nog het 16mm formaat toegelaten (dit formaat werd gebruikt voor de duitse propaganda).


Het 28mm formaat was een amateur-formaat tot aan de eerste wereldoorlog. Men gebruikt voor de eerste keer onbrandbare film (acetaat), terwijl de klassieke 35mm film zeer brandbaar is (celluloïd). De bedoeling van dit formaat is het verkopen van films voor thuisvertoning. De films die verkocht worden waren eigenlijk films die al op 35mm uitgegeven werden voor cinema-vertoning.

Na de eerste wereldoorlog was Europa, die zwaar geleden had onder de oorlog, niet meer in staat het formaat verder te ondersteunen. Men schakelde over op het 9.5mm die goedkoper te maken was.


Het 35mm formaat is het standaard filmformaat voor professioneel gebruik.


Het 70mm formaat is film voor hoge resolutie. Het formaat wordt voor de eerste keer in de jaren '60 gebruikt, maar omdat er zo weinig projectoren beschikbaar waren, werden de films simultaan in beide formaten uitgegeven. Praktisch gebruikte men 65mm film voor de opnames. De gemonteerde film werd door contact overgebracht op 70mm film, waarbij men dan eveneens de geluidsspoor opnam.


Geluid was vroeger enkel mogelijk met een fonoplaat die min of meer synchroon met het beeld liep (geluidsversterkers bestonden toen nog niet). De kwaliteit en de amplitude van het geluid was veel te zwak om effectief gebruikt te worden in cinemazalen.

Pas met de komst van de radiobuizen werd de geluidsopname gemeengoed. Het geluid werd als een optische zijspoor opgenomen, ofwel als variabele breedte, ofwel als variabele densiteit. Hoewel beide systemen compatibel waren bij de weergave overwon het systeem met variabele breedte omdat de kwaliteit van het geluid minder achteruit ging als er copies gemaakt werden. Optische registratie had echter een bandbreedte probleem en hoge tonen werden vervormd opgenomen.

Bij amateur-toestellen gebruikte men vooral magnetische registratie die een aanvaardbare bandbreedte had bij de filmsnelheden die van toepassing waren bij het 16 en 8mm systeem.

Paginas die volgens Google je zouden kunnen interesseren