Advanced Photo System


Fotografie » TechTalk » Film » Amateur formaten » APS

Het APS formaat werd door Kodak gelanceerd om de filmindustrie een nieuw elan te geven. Maar het formaat werd nooit een succes, en dar zijn talrijke redenen voor te vinden.

Het APS formaat (Advanced Photo System) is als laatste ontstaan in 1996, terwijl iedereen al wist dat de digitale technieken op komst waren. Kodak die eigenlijk onderzoek gedaan had naar digitale fototoestellen probeerde de boot af te houden, want ze wisten heel goed dat dit het einde van hun imperium zou betekenen, die enkel uit filmprodukten bestond. De filmbusiness had enorme winstmarges, en genereerde een waanzinnige cashflow, maar die winstmarges bestonden niet bij electronische produkten waar er veel meer concurrentie was. Eenmaal het toestel gekocht was er geen nood om films te kopen en die te laten ontwikkelen. En voorwaar, een paar jaren later ging de reus Kodak failliet!

Kodak dat de promotor was van het formaat, de andere fabrikanten waren niet echt geïnteresseerd om opnieuw in een nieuw formaat te investeren. Maar Kodak wist toen goed dat hij geen formaat meer alléén zou kunnen lanceren: het 110 formaat had enig succes omdat het klein en gemakkelijk was, maar het disc formaat was eerder een mislukking te noemen.

Kodak was vooral een maker van goedkope automatische toestellen met weinig mogelijkheden ("You push the button, we do the rest"), en het APS formaat paste in deze filosofie. De andere fabrikanten brachten daarom ook vooral goedkope basisprodukten op de markt. Een paar fabrikanten maakten reflextoestellen waarbij de bestaande lenzen gebruikt konden worden, maar die toestellen waren te duur voor de amateur-fotografen en de professionele fotografen bleven hun kleinbeeldtoestel trouw.

Een kenmerk was de aanwezigheid van een doorzichtige magnetische strook over de volledige oppervlakte van de film (aan de andere kant van de emulsie). Van deze mogelijkheid werd er geen gebruik gemaakt, enkel twee sporen van de mogelijk 10 sporen werden effektief gebruikt (de twee uiterste sporen aan de buitenkant van de film, daar waar er geen beeld opgenomen werd). De filmstrook werd zowel door de fabrikant geschreven (serienummer van de film, gevoeligheid, aantal foto's, enz) als door het fototoestel zelf (parameters van de foto, en vooral welke uitsnede gemaakt moest worden).

Bepaalde basistoestellen gebruikten de magnetische strook zelfs niet, maar er werd een eenvoudige optische kodering op de buitenkant van de film opgenomen door middel van een ledje (enkel de uitsnede werd opgenomen).

Het formaat had een paar pluspunten, namelijk het feit dat de emulsie altijd in de cassette bleef en de mogelijkheid om van filmcassette te wisselen halverwege de film (dankzij de magnetische strook). Maar er waren nauwelijks toestellen die van deze tweede mogelijkheid gebruik maakten.


APS-H


APS-C


APS-P

In het roze de gebruikte filmoppervlakte naargelang het gekozen formaat
Dit formaat kwam te laat op de markt en zat eigenlijk tussen twee vuren: professionals waren niet gelukkig met de kleinere filmoppervlakte van 16.7 × 30.2mm en het breedbeeldformaat van 16:9. Vanwege de kleinere filmoppervlakte was het een kwalitatieve achteruitgang.

Het was het begin van de HDTV en Kodak wou blijkbaar op de kar van de breedbeeldtelevisie springen, vandaar dat het standaard-formaat het "H" formaat was (voor HDTV). Je kon het toestel omschakelen naar het klassiek 3:2-formaat APS-C, maar dan gebruikte het toestel een filmoppervlakte van 16.7 × 25,1mm). Je kon ook voor een panorama-uitsnede kiezen (APS-P).

In feite nam het toestel altijd een "H" beeld op, maar er werd magnetisch opgeschreven hoe de uitsnede moest gebeuren. Bij het maken van afdrukken las de machine de kode en selecteerde de uitsnede. Je kon in theorie (en tegen meerprijs) achteraf nog kiezen voor een andere uitsnede.

Ook de gebruikers waren niet echt te vinden voor het breedbeeldformaat. Het was een nieuwigheid, maar de mensen vonden het eerder vervelend.

Ten opzichte van het klassieke 135-formaat is het APS-C-formaat 1.43 keer kleiner. Spreken van "APS-sensoren" als met het over cropsensoren heeft is dus feitelijk verkeerd: geen enkele sensor heeft een cropwaarde van 1.43 (Canon: 1.6, Nikon: 1.5, Olympus: 2)

Veel ontwikkelcentrales die al extra kosten hadden moeten maken voor het disc systeem waren niet gelukkig met het nieuw formaat. De ontwikkeling (C41) was weliswaar dezelfde, maar er kwamen extra stappen bij. Het was niet ongewoon dat een labo het dubbele rekende voor een APS film of Disc. Vaak waren er problemen met het uitlezen van de magnetische informatie, waardoor de klant een verkeerd uitgesneden foto kreeg.

En eigenlijk hadden de makers iets over het hoofd gezien: de film die permanent in een cassette zat kon niet in diaprojectoren gebruikt worden. Daardoor viel automatisch een deel van de potentiele markt weg. Het APS systeem verdween van de markt in minder dan 10 jaar. In 2011 verklaarde Kodak het formaat officieel dood.

Rechts een APS fototoestel van Kodak. Het was het toptoestel van Kodak met een optische en digitale zoeker.Het beeld in de digitale zoeker had een bijzonder lage resolutie vanwege de beperkingen van de LCD schermen uit die tijd: het was meer een gadget.

Let op de aanwezigheid van de magnetische kop.


APS-H (standaard) en APS-C
kleinbeeld formaat ter vergelijking

Paginas die volgens Google je zouden kunnen interesseren