|
Het klassieke fotoformaat 135 (negatieven van 24 × 36mm) werd nooit door de professionelen aangezien als een degelijk formaat. Het 135 formaat was enkel goed voor sportfotografie vanwege het feit dat deze toestellen (reflexcamera's) heel snel konden werken. Echte professionelen bleven het middenformaat trouw.
|
120 -220 - 620
Het "middenformaat" heeft geen vaste afmetingen: die worden bepaald door het fototoestel. Het meest voorkomend formaat geeft vierkantige beelden:
Ter vergelijking zijn ook de afmetingen van de amateur-formaten vermeld:
Het 620 formaat is dubbel zo lang (144 cm, wat eigenlijk toch niet zo lang is) en gebruikt geen backing-papier. Deze film kan dus niet zomaar in de originele toestellen gebruikt worden (de rode opening waardoor je de nummers op de backing paper kan zien zou de film belichten). De afwezigheid van backing paper betekent ook dat de afstand van de gevoelige oppervlakte tot de film verschillend is. Recentere fototoestellen kunnen werken met beide filmtypes. Er bestaat ook een fotoformaat gebaseerd op de 70mm film (zoals het 135 fotoformaat gebaseerd is op het 35mm filmformaat). Het 116 of 616 formaat werd vooral gebruikt door fotografen die heel veel foto's moesten nemen (schoolfotografen). De rolletjes konden tot 30 meter film bevatten. Ook de eerste consumer-camera's (de befaamde "brownie Box") gebruikten dit formaat. Er konden toen 6 fotos genomen worden met een rolletje! Afdrukken op papier werden door contact gemaakt, niet door een projector te gebruiken. |
Fototoestellen
De fototoestellen worden gekenmerkt door volgende eigenschappen:
|
Het "middenformaat" heeft geen vaste afmetingen: die worden bepaald door het fototoestel. Het meest voorkomend formaat geeft vierkantige beelden: