Kleurontwikkeling


Fotografie » TechTalk » Film » Ontwikkeling » Kleur negatief

Kleurfilm bestaat uit verschillende filmlagen die ieder gevoelig zijn voor een kleur. De totale dikte van de emulsie is ongeveer 10 à 20µm.

Een opmerkelijk kenmerk van de kleurfilms is dat ze dezelfde lagen bevatten, dat we te maken hebben met negatief of diapositief film. Het is de manier van ontwikkelen die bepaalt of we een positief of een negatief beeld zullen bekomen. Beide types film zijn natuurlijk geoptimaliseerd voor de positieve of negatieve ontwikkeling, waardoor men ze niet door elkaar kan gebruiken. Het is echter mogelijk positief film negatief te ontwikkelen en omgekeerd (cross processing). Ook zwart-wit film kan ofwel positief ofwel negatief ontwikkeld worden, maar hier wordt eenzelfde soort film gebruikt.

De bespreking van de filmlagen staat op de pagina van de positieve kleurontwikkeling.

C-41 negatief kleurontwikkeling

In vergelijking met zwart-wit ontwikkeling is de werkwijze een beetje complexer:

Een kenmerk van de filmemulsie is dat de lagen een verschillende lichtgevoeligheid hebben ten gevolge van de gebruikte kleurfilters. Dit wordt gecompenseerd door de lagen zelf minder of meer gevoelig te maken. De correcte compensatie werkt enkel als men de correcte ontwikkeltijd, temperatuur en versheid van de baden toepast: anders bekomt men een kleur die sterker aanwezig is: geel of cyan.

  1. We beginnen met onbelichte film, die uit kleur-aktieve lagen bestaat (de andere lagen worden hier niet vermeld). De zilverzouten worden door de kruisjes voorgesteld, de kleurvormers door de bolletjes.

  2. De film wordt belicht met blauw, groen, rood en wit licht. Op bepaalde plaatsen zijn de zilverzouten geactiveerd geweest door de fotonen. Het beeld is latent aanwezig.

    De ontwikkelfase wordt soms voorafgegaan door een weekfase, zodat de emulsie de scheikundige stoffen op een gecontroleerde manier kan opnemen.

  3. In principe is het ontwikkelen bij kleur gelijk aan het ontwikkelen bij zwart-wit: de belichte zilverzouten worden gereduceerd. Men gebruikt echter specifieke produkten zodat de kleurbinders geactiveerd kunnen worden.

  4. Bij kleurfilm wordt het beeld echter niet gevormd door het zilver, maar door de pigmenten die tijdens de ontwikkeling geactiveerd worden. Bij het ontwikkelen ontstaat er een reaktie tussen de ontwikkelaar, de zilverdeeltjes en de kleurbinders die in dezelfde laag zitten. De kleurbinders worden zichtbaar als er een belichting is geweest. Fase 3 en 4 gebeuren achtereenvolgens in hetzelfde bad.

    Na de ontwikkeling volgt een stopbad om de reaktie te onderbreken.

  5. Dan wordt de film gebleekt: de donkere zilverzouten worden opnieuw geoxideerd. Het kleurbeeld wordt immers gevormd door de kleurbinders, de zilververbinding is enkel nodig als lichtgevoelig element. Deze stap bestaat dan ook niet bij de klassieke monochrome ontwikkeling.

    De volgende stap is het fixeren (zoals bij zwart-wit fotografie), alle zilverzouten worden opgelost en weggespoeld. Vaak wordt het bleken en fixeren met één enkele oplossing gedaan (Blix), maar het resultaat is beter met twee gescheiden oplossingen. De blix is niet in staat alle zilver te verwijderen, waardoor de kleuren niet 100% doorkomen. Nu is de film niet meer lichtgevoelig.

    De laatste stap is het grondig reinigen om alle resten van chemicaliën weg te spoelen. Deze stap is belangrijk en bepaalt of de negatief na verloop van tijd zal vervagen of niet.

    Ontwikkelcentrales passen vaak een stabilisatiebad toe die de emulsie opnieuw gaat harden.

De gele en rode filter, alsook de anti-halo laag worden doorzichtig bij de ontwikkeling. Het ontstaan van een orange masker heeft een andere oorzaak...

Het "skip bleach" (ook "silver retention" genoemd) wordt soms gebruikt bij cinema om meer contrastrijke beelden te bekomen. Het metallisch zilver wordt niet (of slechts gedeeltelijk) gebleekt en zorgt dus voor een verhoogd zwart/wit contrast en scherper beeld. Het wordt enkel toegepast tijdens een negatieve ontwikkeling, vaak op de interpositieve film (origineel negatief = normale ontwikkeling, negatieve copie = eerste positief kan skip bleach behandeld worden). Fixeren blijft natuurlijk noodzakelijk.

Het aantal stappen dat doorlopen moet worden is in wezen niet groter dan bij zwart-wit ontwikkeling: bij het C-41 proces zit de "intelligentie" in de filmemulsie. De timing, badtempemperatuur en versheid van de produkten is echter zeer kritisch.

Het reinigen is ook zeer belangrijk, zonder correcte reiniging is het negatief niet stabiel en verdwijnt het beeld na een paar jaar (een kenmerk van goedkope ontwikkelcentrales in de jaren 80 en 90: het beeld van veel van de negatieven uit die tijd is volledig verdwenen). De kleurbinders (kleurstoffen) zijn in ieder geval minder stabiel dan het zilver (zwart wit fotografie) en het beeld vervaagt na verloop van tijd.

Bepaalde fabrikanten hebben negatief film op de markt gebracht zonder orange mask (negatief film om direct te scannen). Ook cinemafilm (negatief) heeft geen orange mask. Dia's hebben natuurlijk geen masker.

Bij negatieven wordt de kleurbalans automatisch aangepast bij het maken van afdrukken (door filters die de kleurtemperatuur corrigeren bij het belichten van het fotopapier).

Hieronder een schematisch beeld van een professionele ontwikkelmachine met opeenvolgend een weekbad om de emulsie te weken en ervoor te zorgen dat de volgende baden altijd even effektief zijn, een spoelbad om de vrijgekomen verontreinigingen te spoelen, een kleurontwikkeling, een stopbad, een spoelbad, een bleekbad, een spoelbad, een fixeerbad, nog een spoelbad en uiteindelijk een stabilisatiebad die de emulsie opnieuw gaat harden. De volledige behandeling duurt 20 minuten (30 minuten voor een positief ontwikkeling).

Zwart-wit chromogene en zilverfilm
(resultaat na ontwikkelling)

Chromogene zwart/wit films

Zwart-wit film bestaat ook in chromogene versie, waarbij de zwarting bekomen wordt door een pigment, en niet meer door het zilver. Het grote voordeel van dergelijke films was dat die ontwikkeld konden worden met dezelfde produkten als bij kleurenfilm: éénzelfde machine kon gebruikt worden voor alle films. Het C-41 proces is nagenoeg universeel voor negatieffilm.

Chromogene film (zowel kleur als zwart-wit) geeft een zachter beeld (minder scherp en minder contrastrijk). De ontwikkelde chromogene film bevat geen zilverkristallen (de typische “korrel”). Een lichtfoton produceert een "wolkje". Bij het C-41 proces kan nagenoeg al het zilver gerecupereerd worden (en niet enkel het niet-belichte zilver zoals bij monochrome films).

Chromogene zwart-wit film heeft theoretisch een bredere belichtingslatitude, maar daar staat tegenover dat de scheikundige processen beter onder controle gehouden moeten worden. Voor de amateur-fotograaf die een eigen labo heeft is de traditionele zwart-wit ontwikkeling beter geschikt omdat die kan kiezen uit een breed gamma produkten die een ander beeld produceren.

De chromogene zwart-wit negatieven zoals de Kodak BW400CN hebben een licht blauwe tint, veroorzaakt door de gebruikte kleurstoffen. Deze produceren een lichte sepia afdruk indien men kleurpapier gebruikt (RA-4 afdrukken)

Zie ook:

Kleurfilm (chromogene film)

Paginas die volgens Google je zouden kunnen interesseren