Kleurontwikkeling


Fotografie » TechTalk » Film » Ontwikkeling » Kleur positief

Kleurfilm bestaat uit verschillende lagen die ieder gevoelig zijn voor een bepaalde kleur. Iedere filmlaag bevat naast de lichtgevoelige zilver-halide kristallen ook kleurbinders. Deze zijn nu nog niet zichtbaar. Bij het ontwikkelen worden de onzichtbare kleurpigmenten geactiveerd.

De emulsie bestaat uit volgende lagen: De kleurvormers of kleurkoppelaars zijn een speciale soort pigment die geen kleur hebben (ze zijn doorzichtig). Enkel bij de ontwikkeling reageren de afbraakprodukten lokaal met de kleurkoppelaars en er krijgen de pigmenten hun kleur.

De kleurlagen zijn vaak meervoudig uitgevoerd met lagen die een verschillende gevoeligheid hebben om de dynamiek die opgenomen kan worden te vergroten. Met meervoudige lagen kan men ook een meer lineair verloop bekomen. Negatieffilms hebben meestal drie lagen per kleur, diapositieven twee lagen.

Bij een zwakke belichting is vooral de onderste laag aktief en geeft een relatief lage densiteit, terwijl bij een sterke belichting ook de bovenste laag aktief is. De hoge densiteit van deze laag is overwegend bepalend voor de totale densiteit.

Dezelfde lagen komen voor bij negatief film (echter met kleurpigmenten die aangepast zijn aan de ontwikkeling). Daarom dat men diapositieven kan ontwikkelen met de produkten voor negatief ontwikkeling (cross processing).

Diapositieven kunnen fellere kleuren weergeven en hebben een hogere dynamiek dan een afdruk. Dia's werden dan ook gebruikt bij presentaties (de voorloper van powerpoint!), maar ook als basis voor magazines. Wanneer de kleurweergave correct moet zijn (mode-tijdschriften, maar ook internationale magazines) worden enkel diapositieven toegelaten. Een dia is immers het uiteindelijk resultaat, er is geen bewerking nodig zoals bij een negatief. Fotografen moesten dia's inleveren (liefst Kodachrome), negatieven werden geweigerd.

Maar diapositieven hebben een beperkte belichtingslatitude. Door de dubbele ontwikkeling worden de donkere delen en heldere delen afgekapt (bij een negatief worden enkel de te donkere delen afgekapt). Daarbij komt nog dat de belichting niet kan gecorrigeerd worden: een dia is het uiteindelijk produkt.

Diapositieffilm is meestal gemaakt voor daglicht ("daylight"). Er bestaat ook film voor binnenopnames "tungsten" genaamd. In tegenstelling met negatieffilm is er geen kleurcorrectie mogelijk (instelling van de witbalans).

E-6 positieve kleurontwikkeling

Omkeerfilm (diapositief) is in feite negatieffilm aangepast aan de speciale behandeling. Het is immers de behandeling die een positief of een negatief beeld levert. Bioscoopfilm en negatieven wordt meestal met het E-6 systeem ontwikkeld.
  1. Zoals met negatief film bevat diapositief zilverzouten, kleurvormers en kleurfilters.

  2. De belichting met blauw, groen, rood en wit licht

  3. Monochrome ontwikkeling, men bekomt een negatief zilverbeeld in de juiste filmlagen.
    Men gebruikt hier dezelfde produkten als bij de zwart-wit filmontwikkeling.

    Stopbad (soms vervangen door een simpele spoelbad)

  4. Omkeerbad om het zilver te stabiliseren en de niet-ontwikkelde zilverzouten te activeren.

  5. Chromogene ontwikkeling met dezelfde produkten als bij negatieve kleurontwikkeling. De zilverzouten die niet ontwikkeld waren bij de eerste ontwikkeling worden nu ontwikkeld en aktiveren de corresponderende kleurpigmenten.

    Spoelbeurt

  6. Bleken: al het zilver wordt opgelost en weggespoeld.
    Het beeld wordt immers gevormd door de kleurpigmenten, niet door het zilver

    Spoelbeurt

    Stabilisatie van de filmemulsie en droogfase

Push processing

Positief film kan sterker ontwikkeld worden zoals monochroom film (push processing) omdat de eerste ontwikkeling een monochrome ontwikkeling is die geen invloed heeft op het ontstaan van de kleur. De mogelijkheden tot push processing zijn echter beperkt in vergelijking met zwart-wit film omdat er snel een kleurzweem kan ontstaan. De reden is eenvoudig: de filters houden een deel van het licht tegen, en de opeenvolgende lagen moeten dus een oplopende gevoeligheid hebben om deze filtering te compenseren. Bij de push-ontwikkeling wordt er geen rekening gehouden met deze filters. Kleurfouten zijn te verwachten bij push ontwikkeling van meer dan 1 stop.

Kodachrome

Een vreemde vogel is Kodachrome. Deze films hebben een compleet andere ontwikkeling nodig, waarbij de kleurstoffen aangevoerd worden via de verschillende baden (ze zitten niet vooraf in de gevoelige lagen). De ontwikkeling is zodanig complex dat die niet gedaan kan worden door een amateur. Er zijn niet minder dan 17 stappen, die nagenoeg allemaal extreem nauwkeurig uitgevoerd moeten worden. De film wordt tussendoor belicht, eerst langs de achterkant (rood) en een paar stappen later langs de voorkant (blauw).

Er waren slechts een beperkt aantal laboratoria die de Kodachrome konden ontwikkelen (procédé K-14), maar door de standardisatie van de gebruikte produkten en methodes was het resultaat altijd heel voorspelbaar. Kodachrome was dé referentie. Het ontbreken van kleurstoffen in de film had als gevolg dat de diapositieven extreem scherp waren (geen lichtverstrooing bij de belichting).

Lees ook:

Kleurfilm positief

Paginas die volgens Google je zouden kunnen interesseren