Kleur filmontwikkeling
Wat gebeurt er allemaal in die donkere kamer?
Filmontwikkeling
Fotografie » TechTalk » Film » Ontwikkeling » Kleur

Additieve systemen

Autochrome

De eerste kleurenafdrukken dateren van het begin van de 20ste eeuw (Autochrome) en zijn gebaseerd op de klassieke monochrome fotografie. De gevoelige plaat bestaat uit meerdere lagen: de voorste laag is een glazen plaat dat zowel als drager en als bescherming dient (deklaag op afbeelding). De volgende laag is een harslaag waarin miljoenen gekleurde zetmeelkorrels gedrukt worden. De kleuren orange, groen en violet worden apart bereid en dan samengemengd (andere kleuren zijn mogelijk en men is niet beperkt tot 3 kleuren). Deze zetmeelkorrels hebben een doorsnede van 5 à 10µm. Daarop volgt een doorzichtige laklaag om de zetmeelkorrels te beschermen. De uiteindelijke laag is de fotogevoelige laag. Het plaatje wordt belicht vanaf de glaskant; de zetmeelkorrels werken als microscopische kleurfilters. De ontwikkeling is positief. De foto wordt door transparantie bekeken zoals een dia.

Het Autochrome procédé was redelijk eenvoudig toe te passen door amateurs en werd gebruikt gedurende een 30-tal jaren. Dezelfde produkten konden namelijk gebruikt worden bij de ontwikkeling. De kleuren zijn natuurgetrouw maar een beetje flets en de heldere delen van het beeld kunnen een veranderlijke kleurzweem bevatten. De resolutie was echter beperkt door de afmetingen van de zetmeelkorrels. De glazen plaat werd vervangen door een film. Het maken van kleur-duplikaten was niet mogelijk. De daaropvolgende kleurenfilms (Kodachrome, Agfacolor, Cibachrome) konden niet meer door de amateur ontwikkeld worden.

Dufaycolor

Dufaycolor is een verbetering van de autochrome. Er wordt gewerkt met een fijnmazelig kleurraster, in feite drie fijne gekleurde banden die onder een hoek over elkaar gelegd worden (réseau). Het werd vooral gebruikt in de filmindustrie voor de tweede wereldoorlog. Het systeem was goedkoper dan de technisch complexe Kodachrome en Technicolor (en gaf betere beelden dan de eerste Technicolor-versies).

Een eigenschap van de autochrome en dufaycolor is dat het additieve kleuren gebruikt; het resultaat daarvan is dat de filmgevoeligheid 3 keer lager is dan zwart-wit film. De moderne sensoren met hun Bayer filter (CFA = color filter array) "verliezen" eveneens heelwat licht door die kleurenmatrix. Deze sensoren worden in nagenoeg alle digitale fototoestellen gebruikt.

Thomsoncolor

Dit is een doodgeboren kleurenprocédé waarbij gebruik gemaakt wordt van microscopische lenzen en kleurfilters. Het moest het frans antwoord worden op de alles overheersende Technicolor. Zoals Dufaycolor was Thomsoncolor bedoelt voor de cinema. De enige speelfilm die in dit formaat opgenomen werd is “Jour de fête” van Jacques Tati. Maar de films konden niet behandeld worden (gelukkig dat Tati simultaan een zwart-wit opname gedaan had). In 1988 worden de originele spoelen in Thomsoncolor "herontdekt". Het bovenhalen van de kleurinformatie zal bijna 10 jaar in beslag nemen.

Kleurfilm (chromogene film)

Kleurfilm bestaat uit verschillende filmlagen die ieder gevoelig zijn voor een kleur. Na de blauw-gevoelige laag zit er een gele filter om de blauwe lichtstralen tegen te houden, want de andere lagen zijn ook gevoelig voor blauw. Iedere filmlaag bevat naast de lichtgevoelige zilver-halide kristallen ook kleurbinders. Deze zijn nu nog niet zichtbaar.

De anti-halo laag is een zwarte laag die halo's (kringetjes rond witte onderwerpen ten gevolge van reflekties) tegengaat. Deze laag wordt doorzichtig bij het ontwikkelen. De backing paper is enkel aanwezig bij bepaalde soorten rolfilm.

C-41 negatief kleurontwikkeling

Bij het ontwikkelen ontstaat er een reaktie tussen de ontwikkelaar, de zilverdeeltjes en de kleurbinders die in dezelfde laag zitten. De kleurbinders worden zichtbaar als er een belichting is geweest. Na een bepaalde tijd volgt een stopbad om de reaktie te onderbreken.

Dan wordt de film gebleekt: de donkere zilverzouten worden opnieuw geoxideerd. Het kleurbeeld wordt immers gevormd door de kleurbinders, de zilververbinding is enkel nodig als lichtgevoelig element. Deze stap bestaat dan ook niet bij de klassieke monochrome ontwikkeling.

De volgende stap is het fixeren (zoals bij zwart-wit fotografie), al de zilverzouten worden opgelost en weggespoeld. Vaak wordt het bleken en fixeren met één enkele oplossing gedaan (Blix), maar het resultaat is beter met twee gescheiden oplossingen. De blix is niet in staat alle zilver te verwijderen, waardoor de kleuren niet 100% doorkomen. Nu is de film niet meer lichtgevoelig. De laatste stap is het grondig reinigen om alle resten van chemicaliën weg te spoelen.

Het "skip bleach" (soms ook "silver retention" genoemd) wordt soms gebruikt bij cinema om meer contrastrijke beelden te bekomen. Het metallisch zilver wordt niet (of slechts gedeeltelijk) gebleekt en zorgt dus voor een verhoogd zwart/wit contrast en scherper beeld. Het wordt enkel toegepast tijdens een negatieve ontwikkeling, vaak op de interpositieve film (origineel negatief = normale ontwikkeling, negatieve copie = eerste positief kan skip bleach behandeld worden). Fixeren blijft natuurlijk noodzakelijk.

Het aantal stappen dat doorlopen moet worden is in wezen niet groter dan bij zwart-wit ontwikkeling: de Bij het C-41 proces zit de "intelligentie" in de filmemulsie. De timing, badtempemperatuur en versheid van de produkten is echter zeer kritisch. Het reinigen is ook veel belangrijker geworden, zonder correcte reiniging is het negatief niet stabiel en verdwijnt het beeld na een paar jaar (een kenmerk van goedkope ontwikkelcentrales in de jaren 80 en 90: het beeld van veel van de negatieven uit die tijd is volledig verdwenen). De kleurbinders (kleurstoffen) zijn in ieder geval minder stabiel dan het zilver (zwart wit fotografie) en het beeld vervaagt na verloop van tijd.

Bij negatieven hebben de kleurbinders een complementaire kleur als de gevoeligheid van de laag. Negatief film heeft ook een orange masker. Deze master is enkel nodig om gemakkelijk foto-afdrukken te bekomen (het gebruikte papier heeft een heel vreemde spectrale gevoeligheid). Bepaalde fabrikanten hebben negatief film op de markt gebracht zonder orange mask (negatief film om direct te scannen). Ook cinemafilm (negatief) heeft geen orange mask. Dia's hebben natuurlijk geen masker.

Zwart-wit chromogene en zilverfilm
(resultaat na ontwikkelling)

Chromogene zwart/wit films

Zwart-wit film bestaat ook in chromogene versie, waarbij de zwarting bekomen wordt door een pigment, en niet meer door het zilver. Het grote voordeel van dergelijke films was dat die ontwikkeld konden worden met dezelfde produkten als bij kleurenfilm: éénzelfde machine kon gebruikt worden voor alle films. Het C-41 proces is nagenoeg universeel voor negatieffilm.

Chromogene film (zowel kleur als zwart-wit) geeft een zachter beeld (minder scherp en minder contrastrijk). De chromogene film bevat geen traditionele zilverkristallen (de typische “korrel”). Een lichtfoton produceert een "wolkje". Bij het C-41 proces kan nagenoeg al het zilver gerecupereerd worden (en niet enkel het niet-belichte zilver zoals bij monochrome films).

Chromogene zwart-wit film heeft theoretisch een bredere belichtingslatitude, maar daar staat tegenover dat de scheikundige processen beter onder controle gehouden moeten worden. Voor de amateur-fotograaf die een eigen labo heeft is de traditionele zwart-wit ontwikkeling beter geschikt.

E-6 positief kleurontwikkeling

Bij omkeerfilm (diapositief) hebben de kleurbinders dezelfde kleur als de gevoeligheid van de laag. In tegenstelling met zwart-wit, zit het verschil tussen negatief en positief niet enkel in de manier van ontwikkelen.

Kunstenaars gebruiken Cross processing om speciale effekten te bekomen. Negatieffilm wordt als diapositief ontwikkeld, kleurenfilm wordt behandeld alsof het monochroom is. Het resultaat is zeer variabel, meestal heeft de afbeelding een veel te hoog contrast en de kleuren zijn verkeerd. Maar ja, dat is nu eenmaal kunst.