Kleurscheidingen


Fotografie » TechTalk » Film » Kleurscheidingen

De kleurscheidingen worden gebruikt als men de kleuren individueel moet toepassen, bijvoorbeeld bij het drukken. Maar ook de eerste kleurprocédés waren gebaseerd op kleurscheidingen, waarbij men met twee of drie monochrome kleurfilms werkte.

Hoe kan men kleur weergeven door middel van een emulsie die kleurenblind is? Het heeft lang geduurd voordat integraalfilm voldoende op punt was. Integraalfilm bevat verschillende lagen die alle kleuren kunnen weergeven.

Kleurscheidingen bij bioscoopfilms

Om kleurfilm te maken was de enige oplossing te werken met twee (en later drie) films in de camera en die te belichten via twee of drie kleurfilters. Bij de projectie worden de films opnieuw vertoond via de bijhorende kleurfilters (dit was eigenlijk een slechte oplossing, zie Kinemacolor hieronder).

Een betere oplossing is dat de films na de ontwikkeling een toning krijgen: de zwarte zilverpuntjes worden omgezet in gekleurde puntjes. Op de plaatsen waar er geen zilver is blijft de film doorzichtig: dit is het verschil met een kleuring. De twee kleurenfilms worden aan elkaar gelast (film tegen film met beide emulsies aan de buitenkant).

Ga over een cyan vlak om die te activeren Origineel beeld
Emulsie via filter belicht en positief ontwikkeld Cyan filter Rode filter
Toning van beide emulsies Rood getoned Cyan getoned
Beide films samengevoegd Resultaat
Verkeerde toning ! Resultaat
Men past geen kleuring toe,
die de emulsie te donker zou maken
Cyan kleuring Rode kleuring
Resultaat
Zie geschiedenis van de kleurenfilm Kinemacolor

Het resultaat in de praktijk is wat beter dan dit voorbeeld, waar ik gewoon een rode en cyan kleur heb gebruikt voor de toning. In de praktijk zal men een orange en groen-blauwe kleur gebruiken voor de toning, zodat het beeld er meer natuurlijk uitziet. De decors worden ook zodanig gekozen dat de moeilijke kleuren niet gefotografeerd moeten worden.

Dit systeem was goed bruikbaar aan het begin van de kleurenfilms, zie geschiedenis van de kleurenfilm (Bipack systeem). Bij een aantal opeenvolgende procédés zal men gebruik maken van kleurscheidingen, het meest bekende procédé is ontegensprekelijk Technicolor IV.

Waarom er bij een cyan filter een rode toning moet gebeuren, maar een cyan kleuring? Dit heeft te maken met de manier hoe de kleuren "opgeteld" worden: bij een toning is er sprake van additieve kleurmenging, bij een kleuring van subtractieve kleurmenging.

Kleurscheidingen worden normaal niet meer gebruikt bij film en fotografie, wel bij bepaalde artisanale drukprocédés zoals gomdruk.

Kleurscheidingen bij drukwerk

Historisch process: photochrome

Ook bij het printen worden er met kleurscheidingen gewerkt. Als men een document moet printen, dan drukt men gewoon op de knop "printen" en de computer doet de rest.

De eerste stap die moet gebeuren is het omschakelen van kleurmodel, namelijk van RGB (additief kleurmodel) naar CMYK (subtractief kleurmodel). Als men meer inkt toevogt wordt het beeld donkerder, wat de omgekeerde werking is van een computerscherm of een beeldsensor: als er meer spanning aanwezig is dan licht de pixel van het scherm meer op.

Maar voor we zover zijn, moeten we terug in de tijd, naar het begin van de fotografie. Om een beeld af te drukken kan men natuurlijk een afdruk langs scheikundige weg maken, maar dit is een traag proces en het wergt extra stappen om de afdrukken in een boek te integreren.

Een van de eerste procédés dat geschikt was om zowel tekst als beeldmateriaal te drukken is heliogravure, letterlijk "graveren met licht". Men brengt een lichtgevoelige emulsie aan op een drukplaat. Bij de ontwikkeling gebruikt men specifieke produkten die de emulsie hard maken op plaatsen die belicht zijn geweest (we zitten hier heel dicht bij het procédé dat ook bij Technicolor gebruikt zal worden!).

De zachte delen worden hier ook weggespoeld en de plaat wordt geëtst met een zuur waardoor die ruwer wordt op plaatsen waar er geen emulsie meer is. Op de ruwe plaatsen kan er inkt opgenomen worden, terwijl op de gladde delen de inkt weggetrokken wordt met een zogenaamde "doctor blade" (rakel).

Daarmee kan men perfekte afdrukken maken. Monochrome afdrukken wel te verstaan. Om kleurenafdrukken te maken is er echter niet veel nodig...

Oorspronkelijk was er niet veel onderzoek gedaan naar de kleuren. Men wist niet dat men met drie goedgekozen kleuren nagenoeg alle kleuren van de regenboog kon weergeven. Men wist eigenlijk niets af van kleuren, behalve dat het veel geld zou opbrengen als men de foto's in kleur zou kunnen uitprinten.

Een eerste methode is dan ook zuiver manueel, gebaseerd op het inkleuren van zwart-wit foto's. In plaats van met één drukplaat te werken, gaaat men meerdere, identiek belichte platen gebruiken. Om kleur te doen ontstaan gaat men de belichte platen anders bewerken: men gaat de delen van de plaat die geen inkt moeten overbrengen opvullen. Men doet dit voor de verschillende kleuren (en dus platen) die men wilt gebruiken. Het is een arbeidsintensief procédé, maar éénmaal de platen gemaakt kan men duizenden afdrukken maken. Dit procédé is de photochrome.

Het aantal platen is variabel en hangt af van het aantal kleuren dat de drukker wenst te gebruiken.

Het is opmerkelijk hoe weinig detail er aanwezig is in een kleurbeeld. Dat is ook de reden waarom kleurtelevisie gelanceerd kon worden zonder de zendinstallaties te moeten aanpassen (een kleurenbeeld kon gewoon door een zwart-wit televisie ontvangen worden, zonder natuurlijk de kleurinformatie).

Met 8 kleuren (zonder zelfs rekening te houden met de saturatie) kan men een redelijk natuurgetrouw beeld reconstrueren.

Origineel beeld
Monochroom beeld
Kleurinformatie (8 kleuren)
Samenstelling

Na de eerste wereldoorlog weet men genoeg over kleuren om een systeem te maken waarbij de kleuren automatisch gescheiden worden. Een tekenaar moet niet meer manueel de putjes opvullen van de verschillende drukplaten, kleurfilters doen dat automatisch.

Kleurscheidingen bij drukwerk

Moderne methodes

Klik op een kleur
om die te activeren
-
Cyan
Magenta
Yellow
Key

Ondertussen is het drukprocess volkomen gestandardiseerd. Als basiskleuren gebruikt men heldere kleuren: cyan, magenta en geel, die als ze samen gebruikt worden donkere kleuren geven:
cyan + magenta = blauw,
cyan + geel = groen,
magenta + geel = rood.
Men zou met andere basiskleuren kunnen werken, maar dan zijn de beschikbaren kleuren die men door menging kan bekomen meer beperkt.

Enkel zwart is moeilijker te bereiken: men moet de drie kleuren gebruiken, en zelfs dan is het geen mooi zwart, maar een soort vuile bruine kleur. Daarom gebruikt men een vierde kleur voor de zwarte afdrukken.

De zwarte kleur kan men ook gebruiken voor delen van het beeld die zeer donker zijn: zo kan men minder dure kleurinkt gebruiken en vermijdt men ook het uitlopen. De zwarte struktuur die men bekomt is "skeleton black": er wordt zwart gebruikt op de plaatsen waar het beeld donker is. Het procédé heet Under Color Removal.

De zwarte kleur wordt "key" genoemd: dit is de kleur die men zal gebruiken om de andere kleuren te positionneren om registratiefouten te vermijden.

Bij het drukken moet er een raster gemaakt worden. De grootte van de punten van het raster bepaalt hoeveel inkt er op het papier afgezet wordt. Het rasteren wordt hier uitgelegd.

Een kleurscheiding kan heel gemakkelijk gerealiseerd worden in fotosoep: gewoon het beeld omzetten naar CMYK. Je kan dan spelen met de individuele kanalen en het resultaat bekijken. Vaak zal de printout van zo'n foto d'er slechter uitzien dan een foto die in RGB uitgeprint wordt: de printerdriver is namelijk aangepast aan de printer en de inkt en zal een aangepaste kleurscheiding uitvoeren.

Met GIMP kan je niet zomaar kleurscheidingen maken (image > separate...), je moet eerst een kleurprofiel inlezen.

Het voorbeeld rechts is slechts een ruwe voorstelling: het is moeilijk om een CMYK-beeld weer te geven op een monitor die in RGB kleuren werkt.

Paginas die volgens Google je zouden kunnen interesseren