Instant film


Fotografie » TechTalk » Film » Ontwikkeling » Polavision en polachrome

Polaroid, wel bekend voor de instant fotografie (afdrukken) had ook een cinemaformaat gelanceerd, en later ook kleurdiapositieven. Beide systemen gebruikten hetzelfde procédé voor het bekomen van de kleuren.

Het scheikundig procédé van instantfotografie wordt hier besproken. Dit procédé kan echter niet gebruikt worden voor film en dia's.

Polavision

Bij het polavision systeem dat eind jaren 70 gelanceerd werd, gebruikte men het additief kleursysteem. Dit was een systeem dat gebaseerd was op zwart-wit film en dus een relatief eenvoudig systeem was (Autochrome en later Dufaycolor).

Door de kleurenfilter verliest men heelwat licht, zowel bij de belichting als bij het bekijken van het resultaat. De film is weinig gevoelig en (ISO 25 of ISO 40) en na de ontwikkeling bleef er een onvermijdelijke grijze sluier over de filmstrook. De film was te donker en niet scherp genoeg om geprojecteerd te worden op een groot scherm. De film kon enkel door retroprojectie in een vieuwer van Polaroid bekeken worden.

De film zit permanent in een cassette die ook voor de ontwikkeling gebruikt wordt. De gebruikte film heeft dezelfde afmetingen als super-8mm film en kan eventueel in een super-8 projector afgespeeld worden (of gemonteerd worden). Dit houdt echter in dat de cassette vernietigd moet worden.

In één cassette zit voor ongeveer 2 minuten en 30 seconden film (2800 beelden à 18 beelden/sec.). De cassette heeft ongeveer de afmetingen van een VHS videocassette en bevat alles wat nodig is voor de ontwikkeling.

Bij opname gaat de film van de spoel rechts naar de spoel links. De film wordt belicht via de kant van de kleurfilters, zodat ieder zilverkristal belicht wordt door een bepaalde kleur. De kleurenstrips zijn bijzonder fijn, er zijn 117 lijnen per mm (4500/inch). De gebruikte emulsie is monochromatisch, de kleurinformatie zit in de positie van het kristal ten opzichte van de kleurenstroken. Zou men de kleurenstrip weghalen, dan bekomt men zwart-wit film.

De cassette wordt dan in de player geplaatst. Als de band wordt teruggespoeld breekt er een lipje en wordt de ontwikkelaar over de film uitgespreid. In 20 seconden wordt de film volledig terug gespoeld. De ontwikkeling duurt ongeveer 45 seconden.

Bij het afspelen wordt het licht via de zijkant op de film geprojecteert en verlaat het licht de cassette via de voorkant. Het licht gaat in omgekeerde richting, dit is het geval bij alle gelijkaardige procédés. De film wordt geen tweede keer ontwikkeld als de band terug gespoeld wordt.

Er werden drie soorten films op de markt gebracht: type 608 voor daglicht (5600K), type 618 voor gloeilicht (3400K) en type 617 dat geladen werd met zwart-wit film (dus film zonder kleurenstrip). Dankzij de afwezigheid van een kleurstrip had deze film een gevoeligheid van 125 ISO.

Het systeem kwam eigenlijk te laat om echt door te breken. We zitten in de jaren 1977 en een paar jaren later zullen de eerste camcorders op de markt komen. Toen nog niet zo draagbaar als de filmcamera van Polaroid, maar wel handiger in het gebruik.

Het systeem zal een fortuin kosten voor de ontwikkeling en slechts een jaar op de markt blijven. De film kon enkel bekeken worden in de bijhorende vieuwer, terwijl een video-opname op om het even welk televisietoestel afgespeeld kon worden. Geluid was niet mogelijk, terwijl de normale 8mm films wel een audiospoor konden hebben. Het was niet de bedoeling dat de film uit de cassette gehaald werd: het was een gesloten ecosysteem.

Polachrome en aanverwanten

Het systeem had eigenlijk wel zijn voordelen, maar het 8mm formaat was gewoon te klein om een scherp beeld te bekomen. Een 5-tal jaren later kwam Polaroid met een nieuwere versie van zijn produkt, namelijk de Polachrome om dia's te maken.

In tegenstelling met de Polavision werd de negatiefstrook van de positiefstrook gehaald op het einde van de ontwikkelfase, wat resulteerde in een verhoogd contrast. De negatiefstrook eindigde opgerold in de ontwikkelmachine en werd niet gebruikt.

Wat had je nodig? Een ontwikkelmachine, de Autoprocessor die de film in contact bracht met de ontwikkelvloeistof. Je kon ook de duurdere Power Processor kopen waarbij alles automatisch gebeurde.

Het was belangrijk dat de film aan een constante snelheid door de processor getrokken werd om een goede ontwikkeling te bekomen.

Links zie je een plastieken plaatje met trekhaak om de belichte en later ontwikkelde film uit de cartridge te trekken.

De aanloopstrook werd vastgemaakt aan een opwikkelspoel in de autoprocessor. Als er aan de hendel gedraaid werd, dan werd de film uit de cartridge getrokken en liep die over de ontwikkelprodukten.

En dan had je natuurlijk de diafilms nodig. Ieder film werd verkocht met een ontwikkelkit dat je in de processor moest steken. Je kon natuurlijk geen gewone films met de Autoprocessor ontwikkelen!

En uiteindelijk had je ook een handig apparaatje om de slides te vernijden en in te ramen. Dit was niet absoluut nodig, je kon hier ook de films manueel versnijden en inramen, maar het ging echt veel gemakkelijker met het polaroid apparaatje.

De films waren beschikbaar in verschillende types:

Dit systeem was wel succesvol bij zijn doelpubliek (scholen, laboratoria, enz). Sommige fotografen gebruikten de film (en dan vooral de Polachrome) vanwege zijn zeer karacteristieke beelden en zachte kleuren. De kleurenstrips waren eigenlijk niet zo storend, maar konden wel een moiré patroon veroorzaken, bijvoorbeeld als je een parelscherm zou gebruiken. Ook bij het scannen kunnen er moiré patronen ontstaan (tip: de film langs de andere kant scannen).

Instant fotografie

Polavision en Polachrome


Additief kleurprocédé





Polablue

Paginas die volgens Google je zouden kunnen interesseren