Fotografie Fotomodel Techtalk Sitemap Flitsers
Op deze pagina Top Voordelen Soorten Instellingen



Mail Marc Doigny
Een alternatief op de ingebouwde flitser
(ik gebruik de ingebouwde flitser nooit meer!)
De externe flitser
Een van de eerste accessoires van je fototoestel zou een flitser moeten zijn. Dit moet geen krachtig exemplaar zijn; de bedoeling van de flitser is extra accenten te leggen. Koop liever een lichtgevoelige lens dan een zware flitser. Om een geslaagde foto te bekomen moet het effekt van de flitser heel subtiel zijn.

De voordelen van een externe flitser

non-dedicated flitser
Vivitar 2500, een ideale externe flitser. Dankzij de ingebouwde vermogensregeling moet je je fototoestel slechts éénmaal instellen.

Een voordeel van een externe "non-dedicated" flitser (niet merkgebonden) is dat je de storende meetflits kan vermijden (professionele fotografen hebben geen meetflits nodig). Deze preflits kan een slave flitser in de war sturen.
Voorwaarde is wel dat je digitaal fototoestel uitgerust is met een hot shoe (benaming van de houder). Doorgaans hebben alle reflextoestellen en de betere compact-toestellen een hot shoe.

Als je de interne flitser van je fototoestel gebruikt heb je soms een witteverfexplosieverschijnsel: het voorplan is veel te wit en de achtergrond te donker. Dit wordt veroorzaakt door de minuscule flitser die niet ver genoeg reikt.

De flitser staat niet te dicht bij de lens: rode ogen heb je in ieder geval niet. Heb je al gemerkt dat alle foto's genomen met oude toestellen (en externe flitser) geen last hebben van dit fenomeen? De externe flitser is ook verplicht als je een omvangrijke lens gebruikt (zoals mijn EF 24-70mm f/2.8 L USM), want de lens werpt een schaduw als je de interne flitser zou gebruiken.

De flitskop zelf is groter uitgevoerd, zodat schaduwen minder scherp zijn. Met de diffusor over de flitskop (of op grootmoeder's wijze met een zakdoek) vallen de schaduwen zelfs niet op!

Sommige flitsers hebben een kantelbare flitskop, waarmee je schaduwen in sommige gevallen nog verder kan vermijden; je flits namelijk naar het plafond en het licht wordt difuus weerkaatst. De kantelbare flitskop is niet in alle situaties bruikbaar.

M'n oude Vivitar 2500 komt nog goed van pas. Natuurlijk kan deze oude flitser niet gekoppeld worden aan de electronika van je SLR, maar je kan toch heel goede foto's nemen. Als je moet kiezen tussen een goede lens en een goede flitser, koop dan een goede lens. Een "eenvoudige flitser" is ruim voldoende, want met een lichtgevoelige lens moet je maar zwakjes flitsen.

    Mijn Vivitar is een buitengewone flitser (vooral als je weet dat ik hem al meer dan 20 jaar gebruik!):
  • Regelbaar vermogen, automatisch of manueel in te stellen
  • Zoomregeling van de flits, zodat de flitser verder kan reiken als je een tele-lens gebruikt
  • Recyclage van de niet-gebruikte energie (dan is de flitser sneller klaar voor een volgende foto)
  • Kantelbare flitskop (om indirect te flitsen) en diffusor (zodat de schaduwen zachter zijn en niet opvallen)
    Bij bounce-flash (indirekt flitsen) wordt de diffusor als reflector (catchlight) gebruikt.
De interne flitser bij Canon heeft een richtgetal van 13, dit is 1/4 van het vermogen van een kleine externe flitser. De flitser reikt tot maximaal 3 meter bij maximale lensopening.

Soorten flitsers

dedicated flitser
De Sony HVL-32X is het schoolvoorbeeld van een dedicated flitser dat je zelfs niet kan gebruiken op een ander fototoestel (de "hot shoe" werkt namelijk niet want de contacten zijn niet aanwezig). Als het niet aangesloten is op een Sony fototoestel weigert de flitser te werken!

Manuele flitser
Deze flitser heeft slecht één vermogen, namelijk 100%. Deze goedkope flitsers kan je op ebay kopen voor een klein bedrag (meestal liggen de vervoerskosten hoger dan de uiteindelijke prijs van de flitser). Het richtgetal ligt in de buurt van 20, wat overeenkomt met ongeveer 40Ws of een halogeenlamp van 500 W.

Flitser met verschillende vermogens
Deze flitser kan je instellen op verschillende vermogens. Dergelijke flitsers zal je niet vaak meer aantreffen, ze worden vervangen door flitsers met automatische vermogensregeling. Studioflitsers horen in deze categorie, maar ze hebben een vermogen dat 10 keer hoger ligt dan een manuele flitser.

Flitser met vermogensregeling (automatische flitsers)
Deze flitsers zijn uitgerust met een fotocel die het weerkaatst licht opmeet en de flitser uitschakelt als het voldoende licht weergekaatst is. Met een dergelijke automaat kan je een diffusor over de flitskop gebruiken, en zelfs bounce-flitsen toepassen. Deze flitsers houden ook rekening met de albedo van het onderwerp (of het onderwerp donker of helder is).

Flitser met TTL-meting (through-the-lens)
Deze flitsers zijn altijd dedicated (merkgebonden). De lichtmeting gebeurt niet meer door een fotocel in de flits, maar door het fototoestel zelf, dat een signaal aan de flitser geeft als er voldoende licht ontvangen is. Dergelijke flitsers zijn veel duurder, maar geven een betere belichting (de fotocel is meestal breedhoekig en vangt teveel strooilicht van de zijkanten op, vooral storend als je met een tele-lens werkt).
    De TTL-meting gebeurt:
  • door de flits te onderbreken van zodra het toestel voldoende licht ontvangen heeft (filmreflex)
  • door een pre-flits af te vuren en te berekenen hoe sterk de hoofdflits moet zijn (bij alle digitale fototoestellen)

Focal plane flitsers
Dit zijn altijd merkgebonden flitsers. Deze kunnen ingesteld worden om een lange flitspuls te geven zodat ze ook bij reflextoestellen in high-speed mode gebruikt kunnen (dus bij fill-in flash). Waarom je een dergelijke focal plane flitser nodig hebt kan je hier lezen. Deze high end flitsers gebruiken natuurlijk ook TTL-lichtmeting.

Instellingen

Met mijn Vivitar 2500 zijn volgende vermogensinstellingen mogelijk:
Maximum vast
Je moet alle berekeningen doen voor iedere foto. Het vermogen is zodanig dat de flitser tot 10 meter reikt (opening f/2.8, gevoeligheid 100 ASA, tele stand). Als het object op drie meter staat, dan moet je de opening verminderen tot f/11. Zet je de flitser in wide-stand, dan moet de opening f/5.6 zijn. De flitser is niet bijzonder krachtig, maar op zijn maximum-stand is het toch teveel van het goede. Een nadeel van deze stand is ook dat de flitscondensator volledig leeg is na één foto. Opladen duurt 4 tot 10 seconden, afhankelijk van de laadtoestand van je accus.
Laag vermogen vast
De flitser werkt op een vast ingesteld laag vermogen. Het bereik bij f/2.8, 100 ASA is nu verminderd tot 3 meter (tele stand van de flitser). Het vermogen bedraagt 1/8 van het nominaal vermogen. Professionele fotografen zullen automatisch denken: "drie stops meer openen". Een voordeel is dat je bijna continu kan werken: de flitscondensator wordt slecht gedeeltelijk ontladen en bevat genoeg energie voor talrijke foto's.
Automatisch vermogen (twee bereiken)
In deze stand bepaalt de flitser automatisch hoe sterk hij moet werken aan de hand van het gereflekteerd licht. De meting is niet zo nauwkeurig als bij een volautomatische flitser gekoppeld aan het toestel (TTL-meting), maar de resultaten zijn zeer goed, vooral als je vergelijkt met de ingebouwde flitser. Het speelt geen rol of je de flitser in tele of wide stand gebruikt, of als je hem als bounce-flash gebruikt. Van zodra genoeg licht teruggekaatst is wordt de flitser uitgeschakeld, (de flitser heeft daarom een ingebouwde fotocel).
Gebruik de testknop om te bepalen of het vermogen voldoende is: licht de groene led kortstondig op, dan kan de flitser het beeld voldoende belichten.

Liever te weinig dan teveel!

Een digitaal fototoestel heeft in vergelijking met negatieffilm een beperkt dynamisch bereik: het beeld is snel overbelicht. Een digitale foto dat wat onderbelicht is kan bijgewerkt worden, maar overbelichte delen kan je niet bijwerken!
Mijn Vivitar 2500 is ideaal in combinatie met m'n Sigma 50-150 f2.8 of Canon EF 70-200 f/4 L USM omdat de lens een vaste opening heeft over zijn hele zoombereik. Je stelt de flitser in op het blauwe bereik (automatische vermogensregeling) de sluitertijd op 1/125 (op het fototoestel!) en de lensopening op f/4. Bij het wijzigen van de zoompositie, de afstand tot het onderwerp en de algemene compositie moet niets bijgesteld worden. Je kan een diffusor of een bounce flash gebruiken: de elektronika compenseert door de flitser sterker te laten werken, maar het maximaal bereik zal dan minder dan de 5 meters zijn.

Professionele fotografen hoeven geen volautomatische flitsers. Ze kennen hun toestellen en bepalen zelf de juiste instellingen: "onderwerp op 3 meter, ASA op 100, dus moet ik een opening van f/2.8 gebruiken". Professionele studioflitsers zijn trouwens nooit "volautomatisch", je kan enkel het maximaal vermogen beperken.