Fotografie Flitsers Techtalk Sitemap
Op deze pagina Top Manueel Meerdere vermogens Belichtings-
automatiek
Mogelijkheden



Mail Marc Doigny
Werken met een manuele flitser
(enkelvoudige flitser of flitser met belistingsautomatiek)
De manuele flitser
Bij het fotograferen wordt de hoeveelheid licht dat doorgelaten wordt bepaald door de sluitertijd en de opening. Omdat de flitsduur (1/1.000 tot 1/10.000) veel korter is dan de sluitertijd wordt de belichting enkel ingesteld met de opening. Men gebruikt daarom standaard een sluitertijd van 1/125: door deze relatief trage sluitertijd speelt het omgevingslicht nog een rol, maar de sluitertijd is niet zo traag dat er bewegingsonscherpte ontstaat. Gebruik je een breedhoeklens (35mm), dan kan je zelfs de sluitertijd verlagen tot 1/60, waardoor nog meer omgevingslicht aanwezig is.

Hoe dichter bij het fototoestel, hoe meer licht het onderwerp opvangt van de flitser. Een onderwerp op 2 meter afstand ontvangt 4 keer minder licht dan een onderwerp op 1 meter. De hoeveelheid licht dat een flitslicht produceert wordt aangegeven door zijn richtgetal.

Een manuele flitser gebruiken

manueel flitsen
    De manuele flits heeft maar één flitsvermogen. Je zal alles dus moeten instellen op het fototoestel zelf.
  1. Zet het fototoestel in M-instelling voor de belichting. Daarmee zeg je dat het toestel zich niet moet aantrekken van de belichting.
  2. Regel de sluitertijd op 1/125 (of op 1/250 indien er veel licht aanwezig is en 1/60 als je een breedhoeklens gebruikt). Je moet 1/250 gebruiken als de belichtingsmeter overbelichting aangeeft als bij 1/125 de lens volledig open is. Gebruik nooit een hogere sluitertijd indien je een reflextoestel hebt!
  3. Stel de gevoeligheid van je fototoestel in. In ons voorbeeld gebruiken we 100 ASA (dit komt overeen met 21 DIN, indien je over een zeer oude flitser beschikt). Bij weinig licht kan je een hogere gevoeligheid gebruiken. Reflextoestellen produceren weinig ruis, zelfs op 400 ASA.
  4. Draai nu de rekenschijf van de flits zodat 100 ASA - 21 DIN aangeduid staat. Deze instelring heeft geen funktionele betekenis, het veranderd niets aan de flitsintensiteit, het is gewoon een rekenschijf.
  5. Bepaal de afstand van het object, bijvoorbeeld 4 meter. Om correct belicht te zijn moet je in dit geval een opening van f/5.6 gebruiken. Is het onderwerp overwegend donker, gebruik dan een grotere opening (f/4), draagt het model witte kleren, dan kan je gerust een waarde van f/8 gebruiken.
Dat is alles. Omdat het volledig systeem manueel is en geen feedback heeft, zal je altijd een testfoto moeten nemen.

Minpunten van dit systeem zijn dat je de opening voordurend moet aanpassen aan de positie van het onderwerp. In de tijd van mijn ouders was dit geen probleem, er werd precies één filmpje per vakantie geschoten (mijn ouders waren niet erg rijk). Maar dit systeem is bruikbaar met alle flitsers en je krijgt daardoor ook een beter inzicht in de werking van je fototoestel.
Een ander minpunt is dat de afstand van het onderwerp de opening bepaalt. Voor creative fotografie waarbij er met de opening gespeeld wordt is dit een minpunt. In het algemeen zal de flitser veel te sterk werken, waardoor je de laagst mogelijke gevoeligheid op je fototoestel moet gebruiken, maar ook de opening moet dichtdraaien. Het onderwerp zal goed belicht zijn, maar de achtergrond zal onderbelicht zijn, een kenmerk van amateur-fotografie.

Gebruik je een intelligente flitser (daarover later), dan zal er een communicatie tussen fototoestel en flitser gebeuren. De flitser zal automatisch zo sterk flitsen dat het beeld correct belicht wordt bij de aangegeven opening en sluitertijd (in M-modus).

De manuele flitser met meerdere vermogens

Flitser op maximaal vermogen
Flitser op maximaal vermogen

Flitser op laag vermogen
Flitser op laag vermogen

Met deze flitser kan je twee vaste vermogens instellen: hoog of laag. Bij het hoog vermogen (ASA-waarde instellen met het witte streepje) gebruik je nagenoeg dezelfde instellingen als bij de eerste flitser (beide flitsers zijn ongeveer even sterk), dus: onderwerp op 4 meter, opening f/5.6

Gebruik je het laag vermogen (ASA-waarde instellen met het gele driekhoek), dan moet je een opening van f/2 gebruiken als het onderwerp op 4 meter staat. De flitser zelf moet je omschakelen naar laag vermogen, want hier ook heeft de rekenschuif enkel een visuele funktie. In dit geval is het flitsvermogen veel te laag, want er bestaan maar weinig lenzen met een opening van f/2. Het verlaagde vermogen is echter heel goed bruikbaar bij portretfotografie (afstand tot het model van 2 meter), waarbij het onderwerp minder sterk belicht wordt, en er dus toch nog iets van de achtergrond zichtbaar is. Omdat er minder sterk geflitst wordt kan men ook een grotere opening gebruiken (f/3.5), en dit is ideaal voor portretfotografie: niet alleen is de achtergrond daardoor wat onscherp, maar er komt nog wat omgevingslicht in beeld.

Overigens worden de DIN-waarden (Deutsche Industrie Normen) niet meer gebruikt, en is de benaming ASA (American Standard Association) vervangen door ISO (International Standardization organisation).

Werken met automatische flitsers (belichtingsautomaat)

Flitser met automatische vermogensregeling

Deze flitsers regelen automatisch het vermogen om altijd eenzelfde belichtingsniveau te bekomen, ongeacht de omgeving

Maar het kan nog beter! De flitser met automatische vermogensregeling is in staat de flits te onderbreken op het ogenblik dat het onderwerp voldoende belicht is geweest. Daardoor zijn al deze flitsers uitgerust met een fotocel die het teruggekaatst licht meet. De flitser corrigeert eveneens de albedo van het onderwerp (of het onderwerp licht of donker is). Omdat de flitser geen TTL-meting uitvoert is de belichting misschien niet altijd optimaal (de openingshoek van de fotocel is namelijk niet gekoppeld aan de gebruikte lens).

Voor de volgende bespreking kijken we naar de foto rechts (Metz Mecablitz 216 L27CR).
We keren terug naar onze instelschijf, opnieuw ingesteld op 100 ASA. Staat het onderwerp opnieuw op 4 meter dan moet je een opening van f/8 of f/11 gebruiken (deze flitser is duidelijk sterker dan de twee vorigen). Maar hier kan je het vermogen van de flitser automatisch terugregelen. Je hebt drie "belichtingsniveau's": blauw, geel en rood. Dit zijn geen vermogensniveau's, het vermogen wordt hier niet vast ingesteld, maar automatisch bepaald door de flitser.

Op het rode gebied is het belichtingsniveau minimaal: je moet daarom een grote opening gebruiken van f/4. Met deze opening reikt de flitser tot 10 meter. Als het onderwerp dichter staat, dan zal de flitser het vermogen automatisch beperken. Op het blauwe gebied is het belichtingsniveau maximaal: je moet daarom een kleine opening van f/11 gebruiken. Met deze kleine opening reikt de flitser nauwelijks verder dan 2 meter.

Je zal dus het belichtingsniveau moeten instellen op de maximale opening dat je lens heeft: dan reikt de flitser zo ver mogelijk en is de flitsbijdrage tot het onderwerp minimaal als het onderwerp dicht bij het fototoestel staat. Deze flitser past heel goed bij mijn lens EF 70-200 f/4 L USM: deze lens heeft een vaste opening op het volledig zoombereik, waardoor de noodzakelijke instellingen enigzinds beperkt zijn.

De andere flitser in het voorbeeld (Vivitar 2500) heeft overigens ook een vermogensregeling (we kijken opnieuw naar de eerste foto links). De rode instelling geeft een lage belichtingsniveau en je moet dus een lichtsterke lens gebruiken (f/2, wat niet vaak voorkomt). Stel je de gevoeligheid van je fototoestel in op 200 ASA in plaats van 100 ASA, dan kan je een opening van f/2.8 gebruiken in plaats van f/2.
Bij het hoge belichtingsniveau kan je een f/4 lens gebruiken en is het bereik 1 tot 5 meters.

Om de flitser uit te schakelen worden er twee technieken toegepast: de flitselko snel ontladen zodat er geen energie voor de flitser overblijft, of de voeding naar de flitslamp onderbreken. Beide methoden hebben hun voor- en nadelen. Je hebt een nauwkeurige vermogensregeling als je de flitselko ontlaadt, maar daar staat tegenover dat je opnieuw een volledige laadcyclus moet doorlopen; de batterijen van de flitser raken daardoor veel sneller leeg. Als je de voeding van de flitslamp onderbreekt, dan kan de overgebleven energie voor de volgende flits gebruikt worden; de flitser is sneller gereed voor een volgende foto, maar zeer zwakke flitsen zijn niet mogelijk.

Mogelijkheden

Flitser in wide stand
Flitser in wide stand

Flitser in tele stand
Flitser in tele stand

Reflextoestel met flitser
Mijn veelgebruikte combinatie

Naast bounce en uitschakelbare diffusor heeft mijn Vivitar 2500 nog een extra: de flitslamp kan aan de gebruikte lens aangepast worden: breedhoeklens (35 mm), normaallens (50mm) en telelens (70 mm en meer). Door deze instelling wordt het flitslicht beter gebundeld zodat het onderwerp goed belicht wordt, maar zonder dat er teveel licht verloren gaat. In wide stand heeft de flitser een richtgetal van 22, in tele stand een richtgetal van 28 (bereik van 5 of 7 meter bij f/4).

Fill-in flash

Bij fill-in flash (waarbij het onderwerp voornamelijk door het omgevingslicht belicht wordt en de flitser enkel gebruikt wordt om storende schaduwen te onderdrukken en om de ogen beter te laten uitkomen) kan je de vorige instellingen niet gebruiken. Hier moet je je fototoestel automatisch laten werken. We bespreken eerst het gebruik van een compact-toestel (geen reflex).

Je gebruikt een grote opening voor portretfotografie en laat je het toestel de sluitertijd vrij bepalen. Het beeld licht onderbelichten (EV-1) indien je een flitser op laag vermogen gebruikt, sterk onderbelichten (EV-2) indien je een sterke flitser gebruikt. Hier zal je een beetje moeten spelen met de parameters; bij betrokken hemel en/of dichtbij gelegen onderwerp zal de bijdrage van de flitser groter zijn (meer onderbelichten!) dan bij heldere hemel en veraf gelegen onderwerp.

Bij het gebruik van een reflextoestel zit je vast aan een maximale sluitertijd dat je niet mag overschrijden. Zet je fototoestel dus in shutter priority en stel die in op 1/250. Het toestel zal nu de opening bijregelen. Hier moet je ook onderbelichten om het effekt van de flitser tegen te werken. Bij een dedicated focal plane flitser zijn al deze instellingen overbodig, maar dergelijke flitsers zijn nogal duur. Voor je met een dedicated flitser zou gaan werken, zou je moeten leren werken met een normale flitser zodat je wat meer leert over het onderwerp.

Meerdere flits-units

Gebruik je meerdere flitsers in een slave-opstelling, dan is de bijdrage van de verschillende flitsers minimaal, vooral als je de slave flits gebruikt om de achtergrond te belichten. In de meeste gevallen zal het volstaan de opening (diafragma) een stop te verkleinen om het extra licht te compenseren.

Waarom vertel ik je dat allemaal? De kans is klein dat je een oude manuele flitser zou bezitten. De bedoeling van deze pagina is je een inzicht te geven in het gebruik van een flitser. Het gebruik van een dedicated (merkgebonden) flitser zoals de Canon Speedlite 580EX wordt op een aparte pagina besproken.