Werken met een externe flitser


Fotografie » TechTalk » Flitsers » Werken met een niet-TTL flitser

Manuele flitsers kunnen voor een paar euro's op ebay gekocht worden. De lichtsterkte is meestal aan de lage kant, maar het is ideaal om te experimenteren.

Het is niet de bedoeling dat al het licht door de flitser geleverd wordt: dit zijn meestal akelige foto's. Het effekt van een flitser mag nooit zichtbaar zijn.

Andere onderwerpen: Flitser met TTL lichtmeting en flitser met belichtingsautomaat.

Een manuele flitser gebruiken

De manuele flits heeft maar één flitsvermogen.
Je zal alles dus moeten instellen op het fototoestel zelf.
  1. Zet het fototoestel in M-instelling voor de belichting. Daarmee zeg je dat het toestel zich niet moet aantrekken van de belichting. Schakel ook de automatische ISO-regeling uit, zodat het fototoestel de gevoeligheid niet gaat opvoeren omdat het beeld te donker is met de gekozen instelling.

  2. Regel de sluitertijd op 1/125 (of op 1/250 indien er veel licht aanwezig is of 1/60 als je een breedhoeklens gebruikt). Je moet 1/250 gebruiken als de belichtingsmeter overbelichting aangeeft als bij 1/125 de lens volledig open is. Gebruik nooit een hogere sluitertijd indien je een reflextoestel hebt!

  3. Stel de gevoeligheid van je fototoestel in. In ons voorbeeld gebruiken we 100 ASA (dit komt overeen met 21 DIN, indien je over een zeer oude flitser beschikt). Bij weinig licht kan je een hogere gevoeligheid gebruiken. Reflextoestellen produceren weinig ruis, zelfs op 400 ASA. De instelschaal van deze oude flitser uit het filmtijdperk is zelfs niet voorzien om hoger te gaan dan 400ISO!

  4. Draai nu de rekenschijf van de flits zodat 100 ASA - 21 DIN aangeduid staat. Deze instelring heeft geen funktionele betekenis, het veranderd niets aan de flitsintensiteit, het is gewoon een rekenschijf.

  5. Bepaal de afstand van het object, bijvoorbeeld 4 meter. Om correct belicht te zijn moet je in dit geval een opening van ƒ/5.6 gebruiken. Is het onderwerp overwegend donker, gebruik dan een grotere opening (ƒ/4), draagt het model witte kleren, dan kan je gerust een waarde van ƒ/8 gebruiken.
Dat is alles. Omdat het volledig systeem manueel is en geen feedback heeft, zal je altijd een testfoto moeten nemen, maar “in onze tijd” hadden we geen automatiek en zelfs geen feedback.

Minpunten van dit systeem zijn dat je de opening voordurend moet aanpassen aan de afstand tot het onderwerp. In de tijd van mijn ouders was dit geen probleem, er werd precies één filmpje per vakantie geschoten (mijn ouders waren niet erg rijk). Maar dit systeem is bruikbaar met alle flitsers en je krijgt daardoor ook een beter inzicht in de werking van je fototoestel.

Een ander minpunt is dat de afstand van het onderwerp de opening bepaalt. Voor creative fotografie waarbij er met de opening gespeeld wordt is dit een minpunt. In het algemeen zal de flitser veel te sterk werken, waardoor je de laagst mogelijke gevoeligheid op je fototoestel moet gebruiken, maar ook de opening moet dichtdraaien. Het onderwerp zal goed belicht zijn, maar de achtergrond kan onderbelicht zijn, een kenmerk van amateur-fotografie.

De M-modus gebruik je ook met intelligente flitsers waarbij er communicatie is tussen het fototoestel en de flitser. De flitser zal automatisch zo sterk flitsen dat het beeld correct belicht wordt bij de aangegeven gevoeligheid, opening en sluitertijd.

Flitser op maximaal vermogen
Flitser op maximaal vermogen

Flitser op laag vermogen
Flitser op laag vermogen

De manuele flitser met meerdere vermogens

Met deze flitser kan je twee vaste vermogens instellen: hoog of laag. Bij het hoog vermogen (ASA-waarde instellen met het witte streepje) gebruik je nagenoeg dezelfde instellingen als bij de eerste flitser (beide flitsers zijn ongeveer even sterk), dus: onderwerp op 4 meter, opening ƒ/5.6

Gebruik je het laag vermogen (ASA-waarde instellen met het gele driekhoek), dan moet je een opening van ƒ/2 gebruiken als het onderwerp op 4 meter staat. De flitser zelf moet je omschakelen naar laag vermogen, want hier ook heeft de rekenschuif enkel een visuele funktie.

In dit geval is het flitsvermogen redelijk laag, want er bestaan maar weinig lenzen met een opening van ƒ/2. Het verlaagde vermogen is echter heel goed bruikbaar bij portretfotografie (afstand tot het model van 2 meter) omdat er minder flitslicht nodig is. Als de flitser relatief zwak werkt gebruikt men grotere openingen (ƒ/3.5 in ons voorbeeld) en is er dus toch nog iets van de achtergrond zichtbaar Dit is ideaal voor portretfotografie: niet alleen is de achtergrond daardoor wat onscherp, maar er komt nog wat omgevingslicht in beeld. De flitser geeft enkel een beetje extra licht op het gezicht. Als je de ingebouwde lichtmeter in het fototoestel bekijkt, dan is het ideaal dat die een onderbelcihting van ongeveer een halve stop geeft.

Overigens worden de DIN-waarden (Deutsche Industrie Normen) niet meer gebruikt, en is de benaming ASA (American Standard Association) vervangen door ISO (International Standardization organisation).

Fill-in flash

Bij fill-in flash (waarbij het onderwerp voornamelijk door het omgevingslicht belicht wordt en de flitser enkel gebruikt wordt om de ogen beter te laten uitkomen bij modellenfotografie of om storende schaduwen te onderdrukken bij produktfotografie) kan je beter het fototoestel automatisch laten werken. We bespreken eerst het gebruik van een compact-toestel (geen reflex).

Je gebruikt een grote opening voor portretfotografie en laat je het toestel de sluitertijd vrij bepalen. Het beeld licht onderbelichten (EV-1) indien je een flitser op laag vermogen gebruikt, sterk onderbelichten (EV-2) indien je een sterkere flitser gebruikt. Hier zal je een beetje moeten spelen met de parameters; bij betrokken hemel en/of dichtbij gelegen onderwerp zal de bijdrage van de flitser groter zijn (meer onderbelichten!) dan bij heldere hemel en veraf gelegen onderwerp. Op dit ogenblik zijn er nog maar weinig compact fototoestellen die over een hot shoe beschikken voor de aansluiting van een externe flitser.

Bij het gebruik van een reflextoestel zit je vast aan een maximale sluitertijd dat je niet mag overschrijden. Zet je fototoestel dus in shutter priority en stel die in op 1/250. Het toestel zal nu de opening bijregelen. Hier moet je ook onderbelichten om het effekt van de flitser tegen te werken. Bij een dedicated focal plane flitser zijn al deze instellingen overbodig, maar dergelijke flitsers zijn nogal duur. Voor je met een dedicated flitser zou gaan werken, zou je moeten leren werken met een normale flitser zodat je wat meer leert over het onderwerp.

Meerdere flits-units

Gebruik je meerdere flitsers in een slave-opstelling, dan is de bijdrage van de verschillende flitsers beperkt, vooral als je de slave flitsen gebruikt om de achtergrond te belichten. In de meeste gevallen zal het volstaan de opening (diafragma) een stop te verkleinen om het extra licht te compenseren.

Manuele en automatische flitsers
(niet merkgebonden)


Deze flitser heeft een lager vermogen en
reikt maar tot 5m bij een opening van ƒ/2.8
in plaats van 8m bij ƒ/2.8.

De onderste flitser reikt tot 7m bij ƒ/2.8
(hoog vermogen) en tot
2.5m bij ƒ/2.8 op laag vermogen.

(bij een ISO-waarde van 100)

Richtgetal
Het richtgetal (uitleg onderaan de pagina) geeft aan hoe sterk een flitser is.

De waarde wordt bekomen door het bereik te vermenigvuldigen met de lensopening bij een ingestelde gevoeligheid van de sensor van 100ISO.

De eerste flitser (links) heeft een richtgetal van 22, de tweede (rechts) van 16, en de derde van 20 (hoog vermogen) en 8 (laag vermogen).

Waarom vertel ik je dat allemaal?
De kans is klein dat je een oude manuele flitser zou bezitten. De bedoeling van deze pagina is je een inzicht te geven in het gebruik van een flitser. Het gebruik van een dedicated (merkgebonden) flitser zoals de Canon Speedlite 580EX wordt op een aparte pagina besproken.

Paginas die volgens Google je zouden kunnen interesseren