TTL lichtmeting
Gebruik van een TTL flitser
TTL flitser
Fotografie » TechTalk » Flitsers » TTL flitser
We bespreken hier het gebruik van een TTL-flitser. Dit is ofwel een merkgebonden flitser (fototoestel van Canon en flitser van Canon), ofwel een flitser die gebouwd werd om te werken met een bepaald merk.

TTL —WTF ?

Het werken met een niet-merkgebonden flitser wordt hier in detail besproken.
  • Bij een zuivere manuele flitser geeft de flitser een lichtflits met een vaste intensiteit. De instellingen op het fototoestel moeten aangepast worden. Opgelet, ook studioflitsers zijn manuele flitsers!

  • Bij een flitser met automaat meet de flitser zelf de hoeveelheid licht dat weergekaatst wordt en schakelt zichzelf uit bij het bereiken van de gewenste lichthoeveelheid.
Bij TTL werking is er communicatie tussen flitser en fototoestel. TTL staat voor "Through the lens": meting door de lens van het fototoestel. Deze meting is nauwkeuriger dan een meting door de flitser.

Bij de klassieke TTL stuurt de flitser één enkele lichtpuls en wordt onderbroken bij het bereiken van een voldoende belichting. Dit systeem wordt gebruikt bij film-reflextoestellen (een fotodiode vangt het licht op dat door de film gereflekteerd wordt als mate voor de belichting). Bij digitale reflextoestellen gebruikt men E-TTL (Evaluative TTL): er wordt een preflits (meetflits) uitgestuurd. E-TTL laat toe complexere lichtmetingsprogramma's te gebruiken (spot, matrix, average) die anders enkel beschikbaar zouden zijn bij fotografie zonder flitser.

Instellingen

Bij het gebruik van een flitser werk je liefst in manuele modus. In automatische modus zijn er teveel vrijheidsgraden (opening, sluitertijd, flitsintensiteit, en soms zelfs ISO-waarde), waardoor het fototoestel moet raden wat de bedoeling is. In de meeste gevallen zal het fototoestel de flitser gebruiken als "fill in" (slow shutter), dus om het onderwerp extra te belichten. Men kan er niet van uitgaan dat het beeld geen bewegingsonscherpte zal vertonen.

In manuele modus regel je de sluitertijd aangepast aan de omstandigheden (zodat je geen bewegingsonscherpte hebt) en de opening om voldoende licht door te laten (meestal maximale opening). In de zoeker zie je hoe sterk de belichting zal zijn, bijvoorbeeld -1EV. Bij -1EV is het beeld half belicht (met een sluitertijd van 1/60 in plaats van 1/125 zou het beeld correct belicht zijn geweest). Het fototoestel weet nu dat de flitser die -1EV moet overbruggen. In het algemeen is een onderbelichting van -1EV een goede waarde om te beginnen. 50% van de belichting zal afkomstig zijn van de flitser. Hoe meer het beeld onderbelicht is, hoe groter de bijdrage van de flitser zal moeten zijn.


EV-instelling van de flitser op het fototoestel
Deze belangrijke instelling is prominent aanwezig op het fototoestel.
Wat als je nu het beeld echt wilt onderbelichten? Je wilt dat de details in heldere delen van het beeld goed tot hun recht komen en zeker de camera niet oversturen (bruidsjurk!) Het is de bedoeling dat je achteraf de algemene beeldhelderheid zou corrigeren in photoshop. Goede fototoestellen hebben een flitser-EV instelling. We gaan het uitleggen aan de hand van een voorbeeld:
  • De gemeten EV staat op -1.6 (je kan geen hogere EV-waarde bekomen omdat er weinig licht is, je geen ruis wilt hebben ten gevolge van hoge ISO-waarden en je geen bewegingsonscherpte wilt)
  • Je stelt de flits-EV op -1. De flitser zal nu half zo sterk flitsen als berekend om een correcte belichting te bekomen.
  • De uiteindelijke foto zal belicht zijn op ongeveer -0.8EV. De flitser levert maar de helft van het berekend vermogen.
Als je de flitser instelt op -1EV betekent dit niet dat het beeld half-belicht zou zijn! Omgevingslicht speelt nog altijd een rol. De flitser-EV is een relatieve waarde ten opzichte van het vermogen dat de flitser zou gebruikt hebben zonder deze instelling. Stel je de flitser-EV op -2, dan is het relatief flitsvermogen 25% en de bekomen belichting ongeveer -1.2EV.

Vooral bij gebruik van de interne flitser zal je de flitser op een lager vermogen willen laten werken om het effekt ervan te beperken (slagschaduw, effen beeld).