|
Als er geflitst wordt met een relatief langzame sluitertijd (zodat er voldoende omgevingslicht aanwezig is), dan kunnen er vreemde fenomenen ontstaan.
Dit effekt treed zowel op bij een spiegelreflex als bij een compact-fototoestel.
Dan is het belangrijk dat er geflitst wordt op het eerste of het tweede gordijn.
|
Flitsen op het eerste gordijn - flitsen op het tweede gordijn
Een normale flits geeft een lichtpuls die minder dan 1/2000 van een seconde duurt. Je zal dus geen bewegingsonscherpte hebben omdat de flits het onderwerp als het ware bevriest. Als je echter een lange sluitertijd gebruikt (lager dan 1/125) kan je wel bewegingsoncherpte hebben door het omgevingslicht. Het effect dat bekomen wordt is onnatuurlijk als het toestel op het einde van het "eerste gordijn" flitst (standaard-instelling). Wat je als vreemde effecten kan bekomen met een eerste gordijn-flitser zijn bijvoorbeeld regendruppels die ... hun kielzog achterna hollen. Betere toestellen kunnen ingesteld worden om te flitsen voordat het tweede gordijn begint te sluiten: "tweede gordijn flitsen". Flitsen met een trage sluitertijd heeft zijn eigenaardigheden, maar ook als je een te hoge sluitertijd bij het flitsen zou gebruiken kan je problemen hebben!
Snelheid!Je moet een trage sluitertijd gebruiken om de achtergrond onscherp te krijgen (achtergrond onscherp krijgen door de scherptediepte te beperken is niet goed genoeg) EN je moet flitsen zodat de sporter in zijn beweging bevroren is. De fietser voert een te onregelmatige beweging om hem te kunnen tracken (meetrekken): met een trage sluitertijd zal hij ALTIJD onscherp zijn zonder flitser. Flitsen moet op de tweede gordijn gebeuren, natuurlijk! Tip: aangezien de sporter zich toch scherp zal aftekenen dankzij de flitser mag je de beweging met je fototoestel overdrijven. De achtergrond die geen licht krijgt zal meer bewegingsonscherpte vertonen. Experimenteren maar! Copyright foto: Photo-John |
Compact fototoestel
|

