Beeldstabilisator


Fotografie » TechTalk » Componenten en funkties » Beeldstabilisator

Om bewegingsonscherpte te beperken worden fototoestellen soms uitgerust met een image stabiliser (stabilizer voor de amerikanen). Er bestaan verschillende systemen die allemaal eenzelfde doel voor ogen hebben, maar verschillend te werk gaan.

De bedoeling is het beeld stabiel te houden geduren de volledige tijd dat de sluiter open is. Een beeldstabilisator is meer nuttig op een toestel met een lange brandpuntsafstand (tele) dan voor een normaallens omdat de kleinste beweging grote effekten heeft vanwege het vergrotingsfaktor. En ook omdat een telelens in het algemeen minder lichtsterk is.

De kleine ongewenste bewegingen van de camera worden gedetekteerd door minuscule gyroscopen. Doorgaans zijn deze gyroscopen zo klein uitgevoerd dat ze in hun geheel in een ic-tje passen. Vroeger was een gyroscoop een draaiende tol dat zijn positie altijd probeerde te handhaven (zoals een sneldraaiende wiel van een fiets), nu is het een trillend plaatje waarvan de frekwentie verandert bij het kantelen.

Aktieve sensor

Het beeld moet op dezelfde plaats op de sensor blijven vallen zolang de sensor aktief is. Om dit te bereiken kan men de sensor op een bewegend plaatje monteren en de sensor zodanig bewegen dat de lichtstalen continu ongeveer op dezelfde plaats vallen (sensor shift). Deze methode wordt algemeen toegepast bij compact-toestellen omdat de sensor klein is.

Olympus en Sony passen deze methode ook toe op hun reflextoestellen. Het voordeel is dat alle lenzen automatisch "gestabiliseerd" worden. Er wordt informatie uitgewisseld tussen de lens en de body (die de correctie moet uitvoeren), want bij telelenzen is een sterkere correctie nodig.

Aktieve lens

Bij reflextoestellen zit de stabilizer-eenheid tussen de lenzen, zodat het gemakkelijker aangepast kan worden aan de specifieke eigenschappen van iedere lens. Het is een duurdere oplossing omdat iedere lens zijn systeem moet hebben, maar een besparing op lange termijn want een lens gaat in het algemeen langer mee dan een body. Een extra lens, geplaatst tussen de objectief-groep (scherpstelling) en de achtergroep (zoom) compenseert de camerabewegingen.

Nikon noemt zijn systeem VR of vibration reduction, Canon IS of image stabilisation.

Voordelen

Normaal moet je een sluitertijd gebruiken die korter is dan de brandpuntsafstand. Staat je lens op 100mm ingesteld, dan moet je een sluitertijd van minder dan 1/100 gebruiken (liefst 1/200 of korter). Met de image stabiliser ingeschakeld kan nog foto's nemen met een sluitertijd van 1/30 (liefst 1/60). Probeer het zelf eens!

het effekt van de beeldstabilisator hangt af van verschillende factoren. Bij Canon zijnn de eerste lenzen met stabilisatie minder effektief dan de meest recente lenzen. Een “L”-lens zal ook beter presteren dan een kitlens.

Wanneer de image stabilizer niet gebruiken

Er is één tak van de fotografie waarbij je de image stabiliser zeker niet mag gebruiken, en dat is bij sportmanifestaties. Hier is het de bedoeling dat je met je fototoestel de sporter volgt (balspel, fietser, motorsport), zodat de sporter zo scherp mogelijk afgetekend is terwijl de achtergrond een bewegingsonscherpte vertoont om een idee van snelheid te geven. Met de image stabilizer ingeschakeld zal het toestel het beeld proberen te bevriezen, zodat de achtergrond scherp is en de sporter onscherp is door beweging, en dat is zeker niet de bedoeling.

Sommige stabilisatiesystemen hebben een stand waarbij "pannen" (horizontaal volgen of "meetrekken") niet gecompenseerd wordt. Ik heb dit systeem op een Olympus camera uitgetest en het werkt niet naar behoren: ofwel alles uit, ofwel alles aan is mijn mening. Bij het volgen van een sportman kan je het pannen onmogelijk beperken tot de horizontale of verticale as. Volgen van motoren tijdens een Grand-Prix: daar kan je geen statief voor gebruiken!

De laatste generatie beeldstabilisatoren (2014) houdt automatisch rekening met het "meetrekken" en past zijn algoritme aan. Bij balsport zijn de bewegingen onregelmatig, waardoor het stabilisatiesysteem toch de mist ingaat.

Als je een statief gebruikt, schakel je ook de stabiliser uit. Zelfs als het toestel perfekt stabiel staat produceren de bewegingssensoren een kleine ruisstroom. Deze foutieve "correctie" zorgt ervoor dat het beeld met correctie minder scherp is dan hetzelfde beeld zonder correctie. U zal zelf moeten experimenteren, want bij iedere lens werkt de stabilisator anders en is het resultaat dan ook verschillend.

Video systemen

De image stabiliser wordt al langer bij videocamera's gebruikt, waarbij hier eveneens verschillende systemen bestaan. De goedkoopste uitvoeringen gebruiken slechts het middendeel van de sensor, en verschuiven electronisch het aktieve deel (kader) als het systeem beweging in het beeld ontdekt. Dit systeem heeft geen mechanische delen, dus geen gyroscoop en actuator: het analyseert het beeld en bepaalt dan of er ongewenste beweging is. Dit systeem is heel doeltreffend, maar heeft als minpunt dan de beeldkwaliteit minder wordt, omdat er een deel van de sensor opgeofferd wordt.

Overigens is het zo dat je het systeem kan misleiden: plaats je hand voor de lens, zodat het minstens 2/3 van het beeld vult en scherp weergegeven wordt. Beweeg nu je hand. Het systeem zal de beweging compenseren, waardoor de achtergrond beweegt!

Duurdere videocamera's gebruiken een optisch systeem. Omdat de lens en de sensor één geheel vormen speelt het geen rol of het een sensor shift of een lens shift betreft.

Image stabiliser


Image stabiliser met aktieve lens


Foto van de aandrijfmechanisme van de IS-lens

Op de ring zitten de bewegingsensoren, de versterkers, de digitale verwerking en de actuatoren, die de lens in het midden (niet op de foto) verschuift.

Paginas die volgens Google je zouden kunnen interesseren