Focal plane shutter


Fotografie » TechTalk » Componenten en funkties » Sluiter » Focal plane shutter

Hoe werkt de sluiter bij een SLR
en waarom moet ik een sluitersnelheid van 1/125 gebruiken bij het flitsen?
dus: het effekt van de mechanische sluiter van een reflex bij het flitsen


Een gordijnsluiter in de praktijk

Een focal plane sluiter (spleetsluiter) bestaat uit twee "gordijnen" die ieder uit kleine lamellen bestaan (een beetje zoals een lattenstore). Op de foto hierboven zie je goed de twee electromagneten die ieder de “startpuls” geven voor de bijhorende gordijnen. De motor links in beeld dient om de gordijnen terug naar de beginpositie te brengen na de foto.

Deze moderne sluiter heeft lamellen die verticaal bewegen; oudere sluiters hadden gordijnen die horizontaal bewegen (zoals op de figuren links). Vooraleer ik je kan uitleggen waarom je een vaste sluitertijd moet gebruiken, moet ik je eerst uitleggen hoe de sluiter bij een reflextoestel werkt.

Dit sluitersysteem wordt juist vòòr de sensor geplaatst (de zogenaamde "focal plane"), terwijl alle andere sluitersystemen (centraalsluiter) in het convergentiepunt (ergens tussen de lenzen) geplaatst worden.

Werking

  1. De belichting wordt verwezenlijkt door twee gordijnen die het licht kortstondig doorlaten.
  2. Het eerste gordijn gaat open van links naar rechts, en
  3. op het einde van zijn beweging wordt de flitser afgevuurd.
  4. Na een ingesteld tijdstip komt de tweede gordijn in beweging, eveneens van links naar rechts, en
  5. de sensor wordt opnieuw afgedekt.
    Beide gordijnen bewegen aan dezelfde snelheid.
  6. Zolang de sluitertijd voldoende lang is (langer dan de bewegingstijd van een gordijn) is er niets aan de hand. Bij een verhoogde sluitertijd gaat het tweede gordijn al opnieuw dicht als het eerste nog niet volledig open is. De flits gebeurt als het tweede gordijn al een deel van het beeld bedekt.

Nederlanders noemen een dergelijke sluiter een "spleetsluiter", maar de benaming is niet 100% correct. De vorm van de opening is enkel een spleet bij hoge sluitersnelheden.

Oudere SLR toestellen hadden een maximale sluitersnelheid bij het flitsen van 1/60 (deze snelheid werd ook wel eens X-snelheid, syncsnelheid, flitssynchronisatietijd of X-sync genoemd). Deze syncsnelheid is eigenlijk de bewegingssnelheid van de sluiter (de tijd dat een gordijn nodig heeft om de beweging uit te voeren (tijd nodig voor het openen van het eerste gordijn = tijd nodig voor het sluiten van het tweede gordijn). Overigens was deze beperking enkel van toepassing als je een electronische blitz gebruikte. De meeste magnesium-flitsen lichten lang genoeg op (50 à 100 ms) om het beeld te belichten gedurende de volledige duur van de verplaatsing van de sluiter. Het waren dus focal plane flitsers avant la lettre! Vroeger werd trouwens de afkorting “FP” (“flat Peak” en niet focal plane) gebruikt voor flitslampjes die lang genoeg oplichtten om compatibel te zijn met gordijnsluiters.

Bij het overgaan van gordijnen die horizontaal bewegen naar rolluiken die verticaal bewegen kon de sluitersnelheid vergroot worden (de af te leggen weg is korter). De rolluiken bestaan uit lamellen die elkaar overlappen en samen bewegen. Welke korste sluitertijd (X-sync) je kan gebruiken hangt af van je toestel (Canon EOS 20D tot 50D: volgens het boekje 1/250, in de praktijk kan je gaan tot 1/320).

Wat gebeurt er bij een te hoge sluitersnelheid?

Bij de fotos rechts zie je duidelijk het effect van een te hoge sluitersnelheid bij het flitsen: een deel van het beeld is niet belicht (dit deel van het beeld was door de gordijnsluiter bedekt toen de flitser afging).
De sluitersnelheid bij de eerste foto bedroeg 1/500. Er werd gebruik gemaakt van een gewone externe flitser (anders had de camera "geweten" dat de foto zou mislukken en een waarschuwing gegeven). De tweede foto is genomen met een correcte sluitertijd van 1/250. Bij beide foto's is de flitser schuin naar het plafond gericht om geen storende schaduwen te bekomen. Met een aangepaste hoek kan je zelf bekomen dat de voorgrond even verlicht is als de achtergrond, wat met een direkte flits niet mogelijk is.

Bij de derde foto werd er geflits omdat de achtergrond zo helder is en de persoon op de voorgrond in de schaduw staat. Flitsen is aangewezen in deze situatie, maar je geraakt natuurlijk in de problemen als je een spiegelreflex camera gebruikt en niet kan beschikken over een focal plane flitser ("high speed flash").

Digitaal compact

Met een digitaal compact-toestel kan je flitsen aan om het even welke sluitersnelheid omdat er geen mechanische sluiter aanwezig is. De sluitertijd wordt electronisch bepaald door de sensor aktief te maken. Dergelijke toestellen hebben wel een sluiter (meestal gecombineerd met het diafragma), maar die dient vooral om de sensor te beschermen als het toestel niet-aktief is.

Ook de huidige reeks Nikon spiegelreflexen gebruiken een zuivere electronische sluiter bij hoge snelheden.

Film compact

Diafragma-sluiters (gebruikt in compact filmtoestellen) hebben eveneens geen beperking wat betreft de korste sluitertijd omdat het beeld in één keer volledig belicht wordt. De maximale snelheid van een diafragma-sluiters is echter beperkt tot 1/500.

Mechanische sluiters zijn zeer nauwkeurig

Focal plane shutters halen hun nauwkeurigheid uit het feit dat de gordijnen electronisch gestuurd worden. Een electronische puls zet iedere gordijn in beweging, en de tijd tussen de twee pulsen kan zeer nauwkeurig bepaald worden. Mechanische onnauwkeurigheid (de bewegingssnelheid van de gordijnen hangt bijvoorbeeld af van de temperatuur) wordt beperkt want voor een correcte belichting speelt de effectieve bewegingssnelheid van de gordijnen geen rol.

Focal plane flitser

De lichtpuls van een FP-flitser (ook high speed flash genaamd) duurt langer dan de bewegingsduur van de gordijnen, zodat het volledig beeld belicht kan worden.

Met een dergelijke flitser kan je om het even welke sluitersnelheid gebruiken:

FP-flitsers kunnen enkel gebruikt worden met het bijhorende toestel, bijvoorbeeld de Canon 580EX-flitser met een EOS reflex. Een dergelijke flitser kost meer dan een normale compact-fototoestel, maar bij fill-in flash is een dergelijke flitser onmisbaar.

Fill-in flash zal je bijvoorbeeld gebruiken om gezichten extra te benadrukken. Het is bij sterke zonlicht dat fill-in flash het meest nodig is, en dan is de sluitertijd automatisch hoog, waardoor een normale flitser onbruikbaar is.

Toen ik die flitser kocht, kostte die nog meer dan 500€. Tegenwoordig kan je hem kopen voor minder dan 400€... Van prijserosie gesproken. Ik kan het weten, ik werkte toen in die branche! Er bestaan tegenwoordig alternatieve flitsers de volledig compatibel zijn (en dus ook de funktie HSS (High Speed Shutter) ondersteunen en veel goedkoper zijn dan merkflitsers.

De sluiter bij een spiegelreflex

De twee grijze vellen zijn de gordijnen die van links naar rechts bewegen, de sensoroppervlakte wordt voorgesteld door het blauwe kader.

[1] 
Voor de foto

[2] 
Foto wordt genomen, eerste gordijn schuijft open

[3] 
* F * L * I * T * S *

[4] 
Tweede gordijn komt in beweging en bedekt de sensor

[5] 
Einde van de foto, de sensor is volledig bedekt door het tweede gordijn.


[6] 
Sluitertijd korter dan bewegingssnelheid van de gordijnen


Sluitertijd 1/500


Sluitertijd 1/250


Heel extreme fout: sluitertijd 1/800

Paginas die volgens Google je zouden kunnen interesseren