Statief voor je fototoestel


Fotografie » TechTalk » Accessoires » Statief

Een statief gebruik je om je fototoestel vast te zetten. met een stafief ga je anders fotograferen, dan kan ik je verzekeren.

Met een externe flitser kan je de omgeving extra belichten zodat er voldoende licht is. Maar hetzelfde kan je bereiken met een statief. Je kan werken met een lange sluitertijd en speciale effekten bekomen. Eén van de eerste fotos, een daguerréotype van 1835 vertoont zo'n speciaal effekt: het betreft een streetview, maar door de noodzakelijke lange sluiterijd zijn alle voetgangers en paardenkoetsen onzichtbaar op de foto. Enkel een schoenpoetser en zijn klant, die lang genoeg stilstonden zijn zichtbaar. De sluitertijd bedroeg toen meer dan 10 minuten: een statief was dus onontbeerlijk.

Een soortgelijke foto kan je nu nemen aan het strand op een zomerse dag. Je zal een grijsfilter op de lens moeten plaatsen (minstens ND1000, een vermindering met 10 stops). Enkel de mensen die stilstaan zullen zichtbaar zijn op de foto.

Maar ook voor andere toepassingen kan een statief nuttig zijn. Omdat de gevoeligheid van de fototoestellen veel hoger is heeft men geen statief meer nodig voor dagdagelijke kiekjes, maar bij nachtfotografie is een statief wel noodzakelijk. Bij light painting heb je een statief nodig om het fototoestel stabiel te houden gedurende de volledige belichting. Bij het voorbeeld onderaan bedroeg de sluitertijd 49 seconden en de opening ƒ/11.

Ook als je met een telelens werkt is een statief interessant: een telelens is doorgans minder lichtsterk, en door de lange brandpuntsafstand worden de kleinste bewegingen uitvergroot. Met een telelens van 200mm op je fototoestel moet je een sluitertijd hebben korter dan 1/200 (binnenshuis, rustiger) en 1/400 (buitenshuis, winderig). Deze waarden gelden voor een lens op een full frame fototoestel. Gebruik je een crop-toestel, dan is de langste sluitertijd 1/320 of 1/640 (Canon met vergrotingsfactor 1.6×). Met een telelens op maximaal bereik moet je al veel licht hebben om te werken met een voldoende hoge sluitertijd om bewegingsonscherpte te vermijden: 1/640 is een waarde die je doorgaans enkel bij zonlicht kan gebruiken.

Een statief laat je toe verschillende instellingen te proberen, wetende dat je steeds precies dezelfde scène fotografeert.

Als je met een statief op pad gaat, dan fotografeer je anders. Het is een bewuste keuze. Je foto's zijn beter uitgesneden, omdat je de tijd genomen hebt om de compositie te bepalen.

Keuze van een statief

Een statief met pankop heeft doorgaans een aantal vrijheidsgraden: Een balkop kan in alle richtingen bewegen, dit lijkt op het eerste zicht een voordeel, maar bij iedere wijziging van de positie veranderen ook de andere waarden (je moet bijvoorbeeld iedere keer controleren of je toestel wel horizontaal staat).

Statieven voor video laten een vlotte beweging toe in twee richtingen (pan en tilt). Deze zijn uitgerust met een lange arm om de kop soepel te bedienen. Om bewegende onderwerpen te kunnen fotograferen is zo'n statief heel gemakkelijk te gebruiken (fotograferen van vogels, van automobiel en motowedstrijden enz). Kies een statief waarbij je de boel kan vastzetten door aan de hendel te draaien. Nu dat men meer en meer gaat filmen met een fototoestel, is een videostatief zonder meer ideaal om professioneel te filmen.

Het statief moet gemakkelijk ingesteld kunnen worden en vastgezet worden in om het even welke positie. Op het voorbeeld heeft het statief drie vrijheidsgraden die vastgezet kunnen worden door de bijhorende schroef aan te spannen.

Het verschil tussen een goedkope en een dure statief merk je vooral aan de stevigheid van het geheel. Een duur statief is vaak wat zwaarder, maar is ook meer stabiel en er is geen speling éénmaal dat de kop vastgezet is. High tech statieven (carbon fiber) zijn stevig en wegen niet te veel.

Als je een statief in een winkel koopt, controleer goed of de quick release plaat nog aanwezig is! Zonder deze plaat is de statief namelijk onbruikbaar. Je monteert je fototoestel op deze plaat, en de plaat kan je dan snel op het statief bevestigen en loskoppelen.

Beeldstabilisator
Indien je fototoestel uitgerust is met een beeldstabilisator kan je deze best uitschakelen. De scherpste beelden bekom je immers met uitgeschakelde stabilisator: beeldstabilisatoren werken met zwaartekrachtsensoren (bewegingssensoren) die een kleine ruisspanning produceren (zelfs al staat je fototoestel perfect stil). De ruisspanning zal de actuatoren in werking zetten waardoor het toestel bewegingen zal willen compenseren die er niet zijn. Bepaalde fototoestellen detecteren automatisch dat er een statief gebruikt wordt en schakelen de stabilisator automatisch uit.

Statieven voor flitsers
Er bestaan natuurlijk ook statieven voor flitsers. Deze zijn gewoonlijk minder stabiel uitgevoerd (lichtere versie), maar kunnen hoger reiken. Ze beschikken over een verschuifbare middenzuil die het mogelijk maakt de flitser hoger op te stellen; dit gaat echter ten koste van de stabiliteit. Ze dienen uitsluitend om flitsers te bevestigen.

Monopod
Een monopod is een éénpootsstatief. Dit zijn geen minderwaardige statieven: met wat ervaring kan je bijna dezelfde stabiliteit bekomen als met een klassieke driepoter. Men moet echter altijd het statief kunnen vasthouden.

Maximale beeldscherpte
De maximale beeldscherpte wordt voornamelijk bepaald door de lens. Een aantal toplenzen worden gekenmerkt door hun hoge resolutie, bijvoorbeeld de Canon EF 70-200 L USM en Sigma 50mm ƒ/1.4. De maximale beeldscherpte wordt bekomen bij een gemiddelde opening, bijvoorbeeld ƒ/5.6 (met een kleinere opening begint de diffractie een rol te spelen). Om het maximum uit een foto te halen (en dit geld in het bijzonder voor fototoestellen met een hoge pixelcount zoals de Canon 7D) moet je natuurlijk een statief gebruiken om bewegingsonscherpte te vermijden.

Om het trillen van het fototoestel bij het indrukken van de ontspannerknop te beperken gebruik je de timer-funktie van je fototoestel (korte timer is voldoende). Je drukt de ontspander in en je laat het fototoestel los. Na twee seconden, als de trillingen gedempt zijn, neemt het fototoestel de foto. Deze werkwijze is aangewezen als je met een telelens werkt omdat de kleinste trillingen versterkt worden door de lange brandpuntafstand.

Maar de maximale beeldscherpte bereik je pas als je ook de spiegelklap kan uitschakelen. het effekt van de spiegelklap is vooral merkbaar bij sluitertijden rond 1/10 van een seconde (met een ruime marge). Bij een kortere sluitertijd (bijvoorbeeld 1/50) is die bewegingsonscherpte namelijk niet merkbaar, bij een langere sluitertijd (10 seconden) is de trilling gedempt gedurende het grootste deel van de foto.

Bij de beste spiegelreflexen kan je de werking van de spiegel loskoppelen van de sluiter. De spiegel wordt eerst naar boven geklapt (eerste druk op de ontspanner) en na een paar seconden wordt de foto genomen (tweede druk op de ontspanner).



Paginas die volgens Google je zouden kunnen interesseren