|
De bokeh is het effekt waarbij het onderwerp zich scherp aftekent tegen een onscherpe achtergrond.
Om een mooie bokeh te bekomen moet je volgende ingredienten hebben:
|
Scherptediepte
|
Scherptediepte is een optisch fenomeen dat "omgekeerd afhankelijk" is van de kwaliteit van de lens amateurfotografen zijn verwonderd dat hun dure reflex een beperktere scherptediepte heeft dan een goedkope compact. Volg de link voor meer uitleg. Goede lenzen kunnen ingesteld worden om een mooie achtergrond te bekomen, niet te scherp, maar ook niet te flou: men zegt dat de foto een mooie "bokeh" heeft. De kwaliteit van het onscherp gedeelte hangt ook af van het soort diafragma. Een diafragma met veel lamellen (doorgaans gebruikt in duurdere lenzen) geeft een mooier effekt dan een eenvoudig diafragma met drie lamellen.
De scherptediepte van een foto stel je in door de opening te regelen. Daarvoor moet je je fototoestel in "aperture priority" instellen (jij regelt de opening en het fototoestel kiest de juiste sluitertijd). Goedkopere fototoestellen werken doorgaans met voorgekauwde programma's of "scenes" zoals sport, nightlife, landscape, portrait.
Bij portretfotografie met een reflextoestel kies je een opening van f/2.8 bij 50mm, f/3.5 bij 70mm en f/4 bij 100mm. Deze brandpuntafstanden worden doorgaans het meest gebruikt bij portrets. Grotere openingen zijn niet altijd aangewezen, omdat de achtergrond dan zo onscherp wordt dat het storend wordt. Je kan meer leren over de lensopening (f-waarden) op deze pagina's.
Bij de derde foto, genomen met een breedhoek (28mm) is "meer" van de achtergrond te zien. Hier moet je werken met een zo groot mogelijke opening zodat de achtergrond niet interfereert met het onderwerp. |
Compact fototoestel
|
Ik krijg regelmatig de opmerking van beroepsfotografen die zeggen dat een compact-toestel altijd onbruikbaar is voor goede portretfotografie. Waarschijnlijk hebben ze nooit gewerkt met een Sony DSC-F828. De volgende beelden zijn een vergelijking van beide toestellen.
Eerste reeks: de twee toestellen worden vergeleken bij een brandpuntsafstand van 50mm, en de maximale opening dat bij beide lenzen mogelijk is, dus in dit geval 3.5. Bij de Canon 20D heb je te maken met een cropfaktor van 1.6, dus moet je een brandpuntsafstand van 30mm instellen (schijnbare beeldvergroting bij het gebruik van een toestel met een cropfaktor-lens). Tweede reeks: bij een brandpuntsafstand van 100mm (Canon: 62mm) treden de eerste kleine verschillen wat betreft de scherptediepte op. De Sony heeft een wat scherpere achtergrond. Hier heb ik voor een opening van f/5.6 gekozen. Derde reeks: door een nog langere brandpuntsafstand te gebruiken (200mm, Canon: 125mm) verliest de achtergrond aan belang. Hier ook een f-waarde van f/5.6. Laatste foto: bij de Sony is het echter mogelijk een verhoogde onscherpte te bekomen door de maximale opening te gebruiken waarover de lens beschikt, dus f/2.8 bij 200mm (en f/2.5 bij 100mm). Met alle compact-fototoestellen kan je een goede portretfoto maken als je een lens hebt dat voldoende lichtgevoelig is (dus in de praktijk f/1.8 of f/2). Je moet grotere openingen kiezen dan in het aangehaald voorbeeld, omdat de huidige sensoren nog kleiner zijn dan de sensor van de Sony waarmee vergeleken wordt.
|
Bokeh
Maar een mooie foto is meer dan een scherp onderwerp en een onscherpe voor- en achtergrond. Hoe het onscherpe beeld weergegeven wordt speelt ook een rol. We hebben al gelezen dat het objectief uitgerust moet zijn met een diafragma met minstens 5 lamellen (doorgaans is dit tegenwoordig altijd het geval). Maar ook de kwaliteit van de optiek speelt een rol (en de preciese instellingen die bij de fabricage gebruikt worden). In objectieven gebruikt men asferische lenzen om vervormingen tegen te gaan (zie lensconstructie), maar als men de lens te sterk corrigeert bekomt men "ni-sen" of een vorm van slechte bokeh. De onscherpe vlekken zien er uit als ringen of zelfs dubbelbeelden (zie deze site voor een paar foto's over bad bokeh; het is eigenlijk een pagina over Defocus Control, maar bokeh wordt er ook besproken). Eenzelfde effekt bekomt men (maar dan veel erger) als men een spiegellens (gebruikt in telescopen) zou gebruiken voor gewone fotografie. Het gat in het midden van de spiegel (om de lichtstralen door te laten) produceert opvallende ringen.
|
Cat's eye
Heldere delen buiten focus (out-of-focus highlights) krijgen dezelfde vorm als de opening. Bij een spiegelreflex met 6 bladen, is dat een hexagoon (foto boven).
Echter: bij zijdelings invallend licht wordt een deel tegengehouden, waardoor de vorm afgeplat wordt tot een meniscus (tweede foto). Dit fenomeen is trouwens ook de verklaring van vignetering (het donker worden van de hoeken bij foto's met een breedhoeklens en een grote opening). Als er verschillende lichtpunten zijn rond het onderwerp (de zon die door de bladeren schijnt), dan bekom je een ronddraaiend effekt zoals op de laatste foto.
![]() Cat's eye |
Conclusie
Als fotomodel heb ik hier Neptunus gebruikt, veel goedkoper dan het werken met een echte model! Met m'n Sony heb ik eigenlijk nooit last van een onvoldoende bokeh veroorzaakt door een te grote scherptediepte. Ik heb echter wel last van de beperkte scherptediepte van grote sensoren bij macrofotografie. Ook is een lens met een extreem hoge opening (f/1.8 bij 85 mm) weinig bruikbaar voor portretfotografie. Als de achtergrond nagenoeg op oneindig staat is de onscherpte storend (je hebt geen idee meer wat de achtergrond is). Soms is een onscherpe achtergrond niet voldoende om een model te laten uitkomen, bijvoorbeeld omdat zowel de achtergrond als het onderwerp ongeveer dezelfde kleur hebben. Selective color kan hier een oplossing bieden. |



Maar een mooie foto is meer dan een scherp onderwerp en een onscherpe voor- en achtergrond. Hoe het onscherpe beeld weergegeven wordt speelt ook een rol. We hebben al gelezen dat het objectief uitgerust moet zijn met een diafragma met minstens 5 lamellen (doorgaans is dit tegenwoordig altijd het geval). Maar ook de kwaliteit van de optiek speelt een rol (en de preciese instellingen die bij de fabricage gebruikt worden). In objectieven gebruikt men asferische lenzen om vervormingen tegen te gaan (zie
Heldere delen buiten focus (out-of-focus highlights) krijgen dezelfde vorm als de opening. Bij een spiegelreflex met 6 bladen, is dat een hexagoon (foto boven).
