Exposure Value (EV)


Fotografie » TechTalk » Fysica » Exposure Value (belichtingswaarde)

De belichtingswaarde is een maat van belichting van een onderwerp. Het is geen lineaire, maar het is een praktische schaal.

Om de lichtsterke aan te geven gebruiken fotografen de EV-schaal. Deze schaal is te vergelijken met de dB-schaal van de geluidstechnicus. In beide gevallen hebben we te maken met een niet-lineaire schaal: zowel onze ogen als onze oren werken namelijk niet lineair. Enkel fotografische sensoren werken lineair, en dit kan voor problemen zorgen.

Zowel de dB als de EV werken met absolute waarden waarvan het nulpunt redelijk willenkeurig gekozen is:

In beide gevallen zijn deze waarden verbonden met fysische grootheden (lux of watt): het zijn dus absolute waarden.

Relatieve waarden

Relatieve waarden worden vaak gebruikt, op VU-meters, bijvoorbeeld 0 dB = maximale uitstuurbaarheid van een recorder. De benaming VU komt trouwens af van “volume Unit”, dit is een relatieve waarde dat aan niets gerelateerd is. De waarde 0 EV komt dan overeen met een punt met gemiddelde belichting op een foto.

Dynamiek

Een versterker kan een dynamiek hebben van bijvoorbeeld 80dB (verschil tussen de stilste passages en luidste passages dat de versterker kan weergeven), en een foto kan een bereik hebben van bijvoorbeeld 8 EV (verschil tussen de donkerste delen en helderste delen van de foto). Omdat een verschil van 1 EV een verdubbeling van de lichtintensiteit betekent, is het verschil tussen de donkerste en helderste delen van deze foto ongeveer 256, oftewel 28.

Verschillende betekenissen

De waarde “EV” heeft dus verschillende betekenissen naargelang de context: Fototoestellen kunnen de helderheid instellen (bewust onder- of overbelichten). Daarbij kan gewerkt worden in stappen van 1/3EV of 1/2EV (een derde of een halve stop). Stappen van 1/2EV worden het vaakst gebruikt omdat er standaard-waarden gebruikt worden (sluitertijden van 1/30, 1/45, 1/60, 1/90, 1/125 enz en openingen van ƒ/2.0, ƒ/2.4, ƒ/2.8, ƒ/3.5, ƒ/4 enz), maar met kleinere stappen kan de belichting nauwkeuriger ingesteld worden.

De nulwaarde (EV=0) komt overeen met een sluitertijd van 1 seconde en een lensopening van ƒ/1 bij ISO 100. Of een sluitertijd van 4 seconden bij ƒ/2. De EV is zoals de dB (decibel) een fysiologische waarde (gebaseerd op zintuiglijke waarnemingen). Bovenal is de schaal bedoeld om er gemakkelijk mee te werken. Sommige belichtingsmeters kunnen de gemeten waarde ook in lux weergeven, deze eenheid wordt in de natuurkunde gebruikt.

EVLuxEVLuxEVLuxEVLux
0.02.55.08010.0260015.082k
0.53.55.511010.5360015.5120k
1.056.016011.0510016.0160k
1.57.16.523011.5720016.5230k
2.0107.032012.010k17.0330k
2.5147.545012.514k17.5460k
3.0208.064013.020k18.0660k
3.5288.591013.529k18.5930k
4.0409.0130014.041k19.01.3M
4.5579.5180014.558k19.51.9M
Deze omrekeningstabel is enkel geldig als ISO=100 ingesteld staat!
Als je lichtmeter bijvoorbeeld op 200ISO staat, moet je gewoon 1 EV aftrekken (gemeten = 8.5 --> effektief 7.5)


Bij het verhogen van de belichtingswaarde stijgt ook het contrast (verschillen tussen donkere en heldere delen van het beeld of dynamisch bereik). Vanaf 15 EV is het contrast meestal zo sterk dat een fototoestel niet meer mee kan. Je zal hulpmiddelen moeten gebruiken om het licht te temperen: werken in de schaduw, zonnetent gebruiken, enz.


De decibel-meter van de fotograaf

De EV-schaal is gemaakt om er gemakkelijk mee te werken. Het dynamisch bereik van een fototoestel is bijvoorbeeld 8EV. Als de belichtingswaarde van het donkerste deel van het beeld 5EV is, en de helderste 15EV, dan zal het fototoestel overstuurd worden (verschil = 10EV, kan niet alle waarden opnemen).

Men gebruikt hiervoor een weerkaatste-licht meting op het onderwerp zelf om de EV-waarde van ieder deel van het beeld te bepalen.

Paginas die volgens Google je zouden kunnen interesseren