|
Andere items:
|
Full size en kleinere sensoren
Bij digitale fototoestellen met een kleinere sensor wordt vaak verwezen naar het APS-formaat, terwijl dit formaat eigenlijk een cropfaktor van 1.43 heeft (APS-C of "klassiek", het echte APS-formaat was breedbeeldig (16:9 beeldverhouding) en dus niet vergelijkbaar met film (3:2-verhouding)).
Wat zijn de gevolgen van een dergelijke cropfaktor?
Prosumer-toestellen zoals de de Sony DSC-F828 gebruiken kleine sensoren (4 X kleiner dan bij full size). De effekten zijn merkbaar, maar nog niet zo uitgesproken als bij de superkleine sensoren die toegepast worden bij GSM-toestellen en supercompact fototoestellen.
|
Voordelen van een full size sensor?
|
Eigenlijk heeft een full size sensor tegenwoordig niet zoveel voordelen meer ten opzichte van een cropsensor. De technologische vooruitgang (miniaturisatie) bij ieder merk zorgt ervoor dat je dezelfde goede eigenschappen kan bekomen met een sensor die maar half zo groot is. Het enige pluspunt is dan ook historisch van aard: de sensor heeft dezelfde afmetingen als de gevoelige oppervlakte van een normale film, waardoor je als fotograaf direkt kan weten welk beeld je bekomt met een bepaalde lens.
Met een full size sensor komen de (breedhoek-)eigenschappen van een lens beter tot hun recht. Een Canon 24mm-lens op een full frame is een breedhoeklens. Op een cropsensor is de bekomen uitsnede dat van een normaallens. Bij cropsensoren in reflextoestellen is het grootste voordeel dat de lenzen kleiner kunnen zijn. Olympus en Nikon maken volop gebruik van deze mogelijkheid, maar bij Canon is het gros van de lenzen aangepast aan de full size sensoren. Canon is ook het merk dat de meeste fototoestellen met full size sensoren produceert (voor de professionele markt), een overzicht per merk is hier te vinden. Bij heel kleine sensoren, zoals gebruikt in compact-toestellen is de beeldkwaliteit algemeen minder; dit wordt gedeeltelijk veroorzaakt door de kleinere sensor (meer ruis), maar ook bijvoorbeeld door de minderwaardige optiek. |
