Optische vervormingen


Fotografie » TechTalk » Fysica » Beeldfouten

Deze pagina bevat een volledige lijst van de optische fouten die kunnen optreden. Het kan nuttig zijn eerst de theorie van de lenzen te lezen (hoe een lens zich optimaal moet gedragen).

Meetkundige fouten
De meetkundige fouten of vervormingen worden veroorzaakt door de imperfecties van de lens. De afbeelding (projectie van het onderwerp) is niet rectilineair. Ze worden vaak Seidel aberrations genoemd.
Perspectief is geen fout maar een vertekening.

Vignetering
Bij vignetering zijn de hoeken van een afbeelding donkerder dan het midden. Via een omweg leer je dat de vignetering (lichtafval) een natuurlijk fenomeen is. Soms is er echter meer aan de hand, maar dit kan je gemakkelijk achterhalen tijdens de kerstperiode.

Kleurfouten
Kleurfouten ontstaan omdat de lens niet alle kleuren evenveel afbuigt. Er ontstaat dispersie of kleurschifting. Onderwerpen met een hoog contrast vertonen kleurfranjes. Kleurfouten worden chromatische aberraties genoemd.

Flares of reflekties
Niet al het licht gaat door de lens en komt er weer uit aan de andere kant. Een klein percentage (ongeveer 3% voor niet behandelde glazen) wordt teruggekaatst. De interne weerkaatsingen veroorzaken flares en spookbeelden.

Flares
Beeld in orde
Flares kunnen ontstaan bij tegenlicht als de lens niet perfekt proper is. Het beeld heeft te weinig contrast en er zijn lichtvegen in het beeld. Gewoon de lens reinigen en het effekt is weg.

Sensorfouten
Sensoren zoals gebruikt in digitale fototoestellen werken niet perfekt. Ze vertonen talrijke kleine mankementen:

Lichtbol
De lichtbol of orb ontstaat als er sterk geflits wordt in een stoffige ruimte.

Digitaliseringsfouten
Bij de omzetting van een analoog signaal (het electrisch signaal afkomstig van de sensor) naar een digitaal equivalent ontstaan er ook kwantiseringsfouten of digitale fouten.
Eigenlijk is het verwonderlijk dat het beeld dat een fototoestel neemt zo goed is!

Bewegingsonscherpte

Een speciale vorm van onscherpte is zichtbaar als de gekozen sluitertijd te laag is.
Zichtbaar effekt: het lijkt alsof het beeld niet echt scherp is (zowel voor objecten dichtbij als veraf), soms heb je meer onscherpte in één richting
Fout verminderen: voldoende snelle sluiterijd gebruiken, liefst tweemaal de brandpuntsafstand (omgezet naar film-equivalent), statief gebruiken, bij sportopnames “meetrekken” (de sporter volgen in zijn bewegingen).

Tegenwoordig heb je soms rare fenomenen op foto's (iets wat je vroeger nooit had): alles is scherp, behalve de mensen. Het fototoestel is uitgerust met een beeldstabilisator die zijn werk goed gedaan heeft. Maar de mensen zijn blijven bewegen, en daarom zijn ze onscherp. Het is bijna alsof je een foto op statief met een lange sluitertijd zou nemen.

“Mag het een ietsje meer zijn?”

Soms krijg ik de vraag wat er mis is met een bepaalde foto, hoe kan ik een bepaalde fout vermijden. In dit geval loopt alles mis. Het toestel zelf is niet slecht: een Nikon Coolpix 990 (ik heb daar jàààren mee gewerkt), en toch trekt de foto op niets. De sluitertijd van de foto is ook te laag (1/18 volgens de meta-data van de foto) en de ISO-waarde te hoog voor dit toestel (400ASA). De gebruiker heeft echter een goedkope merkloze voorzetlens gebruikt die niet speciaal gemaakt is voor dit toestel (de Nikon WC-E63 is een heel goede voorzetlens en dergelijke fouten zouden niet opgetreden zijn).

Fouten veroorzaakt door het fototoestel

“Mag het een ietsje meer zijn?”

Paginas die volgens Google je zouden kunnen interesseren