Positieve afdrukken


Fotografie » TechTalk » Historisch » Fotografische afdrukken

Op de eerste pagina hebben we de opeenvolgende scheikundige processen gevolgd. Behalve de Daguerréotype produceren al deze processen een negatief resultaat. Het is nu de bedoeling daar een positieve afdruk van te bekomen.

Positieve afdrukken

Tot nu toe leverden alle procédés een negatief beeld dat gebruikt werd voor de afdruk. Vaak werd dit negatief beeld gewist na het maken van de afdrukken: dit is het geval bij een collodionplaat die hergebruikt werd.

Twee optische systemen maken van dit negatief beeld een positief beeld (het is dus geen copie):

Voor de afdruk op papier gebruikt men een verbeterde vorm van de calotype, namelijk de albuminedruk. Men bestrijkt een papiervel met gezouten albumine (eiwit). De albumine bedekt de porien van het papier en zorgt voor een stevige en effen aktieve laag. Eenmaal gedroogd brengt men een laag zilvernitraat aan. Het papier is nu lichtgevoelig (blauw en ultra-violet licht). Als negatief gebruikt men een glasplaat of film (contactdruk).

Er is geen ontwikkeling, enkel fixeren, men belicht dus tot het bekomen van de juiste verkleuring. Een bijkomend voordeel is dat de albumine onoplosbaar wordt in contact met de zilverzouten, en de aktieve laag dus beschermt. Dit procédé werd veel gebruikt voor het maken van foto-afdrukken (tot in de jaren 1900).

Het is een procédé dat tegenwoordig gemakkelijk door de amateur kan toegepast worden. Als negatief kan men een transparant gebruiken dat met een inktjetprinter bedrukt is. De afdruk is natuurlijk monochroom, maar uniek, door de vele scheikundige manupulaties.

Uranotype

Het zijn niet enkel de zilverzouten die lichtgevoelig zijn, andere zouten zijn dat ook: uraniumzouten en ferrocyanide. verschillende fotografen hebben met deze samenstellingen geëxperimenteerd. De negatieven zijn echter altijd gemaakt met de klassieke zilverzouten die gevoeliger zijn (en nu gebruikt men transparanten die met de inktjetprinter bedrukt worden).

De uraniumzouten worden enkel gebruikt voor het maken van contactafdrukken, want deze zouten zijn enkel gevoelig voor ultra-violet licht. Men moet een contrastrijk negatief gebruiken, want de uranotype geeft beelden met een laag contrast. Het beeld is rood-roestig.

Oude uranotypes zijn meer radioactief dan recente afdrukken, omdat men vroeger natuurlijk uraniumzouten gebruikte. Nu kan men beschikken over verarmd uranium dat minder radioactief is.

Toning

Na het maken van de afdruk kan men toning toepassen, waarbij men het zilver gaat vervangen door andere stoffen. De bedoeling is een stabielere foto te bekomen, of een foto die een andere grondtoon heeft (bijvoorbeeld sepia). Ook uraniumzouten kunnen gebruikt worden voor de toning.

Kooldruk

Vanaf 1850 had men al door dat het zilver niet zo stabiel was. Bepaalde beelden werden zwart na verloop van tijd (onvoldoende fixatie) of het beeld vervaagde (onvoldoende spoeling na fixatie). Men zocht een systeem dat zilver zou gebruiken als gevoelige stof, maar waarbij het beeld gevormd werd door pigmenten. En hier komt het oud fysisch procédé met bitumen weer naar boven. Men gebruikt nu de eigenschap dat arabische gom en bichromaat onoplosbaar worden als ze belicht worden (wordt vanaf 1868 toepgepast). Aan de arabische gom voegt men de gewenste kleurstoffen toe (lampzwart voor zwarte afdrukken). Na spoeling blijft enkel de zwarting over, op de plaatsen die belicht zijn geweest: het beeld is positief geworden. Men gebruikt vooral contactafdruk (collodion en droge plaat).

Dit procédé werd nooit op grote schaal toegepast, maar levert zeer stabiele beelden op.

Gomdruk
(gomme bichromatée)

De fransen zijn ook aan de basis van de eerste kleurafdrukken, dat zullen ze maar al te graag vertellen. Louis Alphonse Poitevin experimenteerde als eerste met een systeem met 3 negatieven die door gefilterd licht belicht werden.

Gomdruk is een uitbreiding van kooldruk, waarbij men verschillende kleurstoffen gebruikt. Men gebruikt 3 negatieven die belicht worden door blauw, groen en rood licht en normaal ontwikkeld worden. Men bekomt drie monochrome negatieven met kleurinformatie. Voor de gomdruk zal men de complementaire kleuren gebruiken, dus geel, magenta en cyan. Men gebruikt een drager die een laag gekleurde gom krijgt, de gom wordt belicht met zijn eigen negatief en gespoeld. Men herhaalt de procedure voor de verschillende kleuren (van helder naar donker).

Dit is een arbeidsintensief procédé dat enkel gebruikt werd voor uitzonderlijke gelegenheden (speciale fotocamera, talrijke handelingen, nauwkeurige plaatsing van de negatieven). Het werd nooit een industrieel procédé en werd snel verdrongen door de Autochrome Lumière.

Tegenwoordig is gomdruk eerder een artistiek procédé, een beetje vergelijkbaar met het schilderen: men is niet gebonden aan de pigmenten die gebruikt worden bij een klassieke printer, maar men kan de pigmenten vrij kiezen (aquarelverf). Het resultaat is altijd uniek.

Het maken van afdrukken (hedendaagse procédés) wordt hier besproken.


Ambrotype
Door de zwarte achtergrond verschijnt het beeld in positief


Tintype of ferrotype


Uranotype


Toning met uraniumzouten


Voorbeeld van gomdruk, meer informatie over dit procédé op www.gomdruk.eu.

Paginas die volgens Google je zouden kunnen interesseren