
Rear focussing
|
|---|
Unit focussing
Focussering gebeurt door de volledige lensconstruktie (enkelvoudige of complexe lens) te verplaatsen ten opzichte van de gevoelige plaat (unit focussing). Staat het onderwerp dichtbij, dan wordt er een reëel beeld gevormd op ongeveer tweemaal de brandpuntsafstand. Staat het onderwerp verder, dan wordt het reëel beeld dichter bij de lens gevormd, tot bijna de brandpuntsafstand. Unit wordt nog enkel toegepast bij prime lenzen zoals de Sigma 50 /1.4. Unit focussing geeft de beste beeldkwaliteit op alle afstanden.
Front focussing
Achteraf is men front-focussing gaan toepassen (werd vaak gebruikt bij Tessar lenzen): enkel de voorste lens, de objectieflens, wordt verschoven. Maar de voorste lens is de zwaarste lens van de volledige optiek, wat voor problemen kan zorgen als men lichtsterke (en dus zeer grote) lenzen gebruikt:
- Bij autofocus moet men een zwaardere motor gebruiken en het scherpstellen gebeurt traag.
- Bij unit-focussing en front-focussing draait de objectieflens bij het scherpstellen, waardoor polarisatiefilters niet gebruikt kunnen worden.
Rear focussing en inner focussing
Men is dus overgestapt op rear focussing (een extra set lenzen dicht bij de gevoelige plaat) of inner focussing (bij telephoto (zie verder) zitten de focusseringslenzen ergens halverwege). Enkel de goedkoopste kitlenzen (EF 18-55 om er maar één te noemen) gebruiken nog front focussering.
Vanaf nu heeft men dus twee lenzengroepen: de objectiefgroep en de focusgroep (beide bestaande uit meerdere lenzen om fouten te vermijden). De objectiefgroep beweegt niet meer, maar de scherpstelling gebeurt met de focusgroep. Omdat die lenzen dichter bij de gevoelige plaat zitten kan de scherpstelling sneller gebeuren: een kleine beweging is voldoende voor het scherpstellen. De focuslenzen zijn ook veel kleiner uitgevoerd omdat het licht reeds samengebundeld is door het objectief, wat ook bijdraagt tot de snelheid bij het scherpstellen. Lees ook de historiek van de autofocus.
Focus breathing
Bij het scherpstellen veranderd de brandpuntsafstand (openingshoek van de lens). Focus breathing (zo wordt dit effekt genoemd) is altijd aanwezig bij lenzen met unit focussing. De openingshoek wordt kleiner bij het scherpstellen op een dichter gelegen onderwerp. Focus breathing kan gecompenseerd worden bij inner focussing. De compensatie bij zoomlenzen is minder doeltreffend en vaak gaat dit gepaard met een omgekeerd effekt: een vergroting van de openingshoek bij dichter gelegen onderwerpen. Sommige lenzen zijn berucht wegens dit ongewenst effekt: de 18-200mm lens is een 18-105mm lens geworden op zijn korste scherpstelafstand!
Men probeert focus breathing compleet te elimineren bij film-lenzen zodat men probleemloos volgfocus kan toepassen: de cameraman volgt de hoofdpersoon in zijn bewegingen door constant de focus bij te stellen (zonder de camera zelf te bewegen). Het effekt is niet mooi als daarbij de uitsnede constant verandert.
Simultaan met de verbeteringen aan de focusregeling, is men de zoom gaan gebruiken.
|