Rasteren van foto's


Fotografie » TechTalk » Historisch » Rasteren

Foto's hebben een geleidelijke overgang van donker naar helder. De meeste drukprocessen kunnen echter niet overweg met grijstinen. Men moet het beeld rasteren.

In drukkerijen wordt er een cylinder gebruikt om de afbeelding op het papier over te brengen. Vaak wordt er een vlakke metalen plaat gebruikt die opgespannen wordt op een cylinder. Door middel van een scheikundig procédé wordt de plaat ruwer gemaakt op plaatsen die inkt moeten opnemen (diepdruk of heliogravure). De drukplaat wordt in contact gebracht met de inkt en dan wordt de overtollige inkt afgeschrapt. Er blijft enkel inkt over in de putjes. Andere drukmethodes zoals offset (die totaal verschillend zijn) kunnen ook geen grijstonen produceren.

Uitleg over
drukprocédés
Diepdruk en offset zijn ideaal voor tekst: de afdrukken zijn perfekt scherp en men kan miljoenen afdrukken maken voordat de plaat aan vervanging toe is. In deze vorm is dit systeem echter niet geschikt voor foto-afdrukken met geleidelijke overgangen van zwart naar wit. Deze beperkingen gelden voor alle drukprocédés.

De oplossing is het rasteren van het beeld. Het gerasterd beeld noemt men halftone. Men gebruikt een klassieke vergroter die de afbeelding op het uiteindelijk formaat projecteert. De vergroter heeft echter een vierkante diafragma. Een vierkante diafragma heeft geen invloed op het beeld dat op maximale scherpte geprojecteerd wordt.

Tussen de vergroter en de gevoelige plaat plaatst men een raster (dit is een doorzichtige film die een rasterpatroon bevat). Het raster zal eveneens op het uiteindelijk beeld verschijnen, maar onscherp.

Als gevoelige laag gebruikt men lithografisch papier (litho), dat is papier met een extreem hoog contrast. Men gebruikt ook speciale produkten bij de ontwikkeling. Uiteindelijk zijn er maar twee tonen overgebleven na de ontwikkeling: wit of zwart.

Op het grafiek is

De modulatie die men bekomt is een beetje vergelijkbaar met radio-modulatie waar men ook een draaggolf gebruikt. Een draaggolf zorgt ervoor dat een programma uitgezonden kan worden, een raster zorgt ervoor dat een foto afgedrukt kan worden.

De dikkere paarse lijn op de grafiek is dus het resultaat van het rasteren (gebruik van een raster en ontwikkelen op extreem contrast). Naargelang de helderheid van het oorspronkelijk beeld op een bepaalde plaats zullen de vierkantjes groter of kleiner zijn.

Het rasteren van beelden voor drukwerk was een vak apart. Men moest rekening houden met de eigenschappen van de inkt en het papier (de puntjes worden meestal wat groter bij het drukken door het vloeien van de inkt), maar ook met het oorspronkelijk beeld dat een voldoende contrast moest hebben. De belichting moest ingesteld worden op het dubbele van de normale waarde, aangezien de raster 50% van het licht tegen houdt.

Het principe van het rasteren blijft nog bestaan voor drukwerk, maar het maken van de raster gebeurt nu in de software voor het letterzetten. Ook laser-printers gebruiken een raster maar die is tegenwoordig zo klein dat het lijkt dat de afbeelding continue overgangen heeft.

Bijkomende informatie: de heldere onscherpe delen van een beeld hebben dezelfde vorm als de opening (de wetenschappelijke verklaring is te vinden op de pagina over de vignetering). De roze vlekjes op de foto hierboven zijn een afbeelding van de lichtpuntjes op de achtergrond, die de vorm hebben van het diafragma.

Benday

Een volledig verschillend procédé zijn de Benday punten (naam afkomstig van Benjamin Henry Day). Deze techniek wordt gebruikt voor illustraties en tekeningen, niet voor fotografisch werk. De illustratoren gebruiken hier kant-en-klare doorzichtige vellen met punten er op. De helderheid wordt door de afstand van de punten bepaald (er zijn dus meerdere soorten vellen beschikbaar). De vellen worden gesneden op maat van de vlakken die opgevuld moeten worden. Een huidstint wordt dus bekomen door een vel met magenta stippen.

Benday punten werden voornamelijk gebruikt in amerikaanse comics (goedkope striptekeningen). Het systeem met de relatief grote Benday punten was het enig systeem dat gebruikt kon worden met goedkoop krantenpapier.

Deze techniek die oorspronkelijk bedoeld was om kleur te bekomen op een zo goedkoop mogelijke manier is uitgegroeid tot een soort kunstvorm (pop-art) en wordt tegenwoordig gebruikt in de reklame (zie voorbeeld rechts).

Digitaliseren van gerasterde foto's

Om een gerasterde foto te digitaliseren (importeren in je computer) kan je de standaard-instellingen van je scanprogramma gebruiken: dan bekom je een beeld met donkere punten (inkt) en haldere delen (papier). Je moet hier het contrast maximaal verhogen zodat het papier volledig wit is (zodat de letters op de achterkant niet doorkomen), want de helderheid wordt uitsluitend door de afmetingen van de zwarte stippen bepaald.

Als je de afbeelding terug naar een normale (niet gerasterde) foto wilt terugbrengen, dan zal je speciale software nodig hebben. Iedere stip is een pixel, en de grootte van de stip is de helderheid van die pixel. Als er horizontaal 300 stippen zijn, dan moet de uiteindelijke beeldresolutie 300 pixels horizontaal zijn. Nu merk je pas hoeveel details er verloren zijn gegaan bij het rasteren!


Yeux de chat et

Paginas die volgens Google je zouden kunnen interesseren