Historisch overzicht
Evolutie van de lenzen VII
Retrofocus Telephoto
Fotografie » TechTalk » Fysica » Lensconstructie (historiek) » Retrofocus en telephoto
Inleiding: lens theorie. We hebben laatst de zoomfunktie besproken. Nu bespreken we twee meer technische aspekten: de telephoto en retrofocus constructie.

Retrofocus en telephoto

Laten we nog het retrofocus systeem benoemen (door de fransman Angénieux uitgevonden —hij is vooral bekend vanwege zijn lenzen die tot de absolute top horen). Zonder het retrofocussysteem zouden er geen breedhoedlenzen op een reflextoestel gebruikt kunnen worden!

De retrofocus werd eerst toegepast bij filmcamera's (1931): hier was het onmogelijk de lenzen voldoende dicht bij de film te plaatsen in een klassieke lensopstelling. Bij kleurenfilms (Technicolor) moet het licht gesplitst worden met een prisma dat tussen lens en film geplaatst moet worden.

Breedhoeklenzen hebben een kleine brandpuntsafstand, zo klein zelf dat de gevoelige plaat op slechts een paar milimeter van de achterste lens geplaatst moet worden. Voor compact-fototoestellen is het minder een probleem, maar bij reflextoestellen moet er ruimte voorzien worden voor de opklapbare spiegel (mirrorbox). Vanaf lenzen die een bredere hoek hebben dan 35mm is een retrofocus constructie nodig.


Retrofocus systeem
Bij een retrofocus systeem wordt er een soort "voorzetlens" gebruikt dat de inkomende lichtstralen meer evenwijdig maakt. De voorzetlens is altijd een divergerende lens, dus een holle lens, ondanks het feit dat de voorkant vaak bol is (fisheye lens). Met de retrofocus voorzetlens kan de rest van de construktie gebouwd worden alsof we te maken hebben met een systeem met normaal brandpuntsafstand.


Soms bestaat de retrofocus-constructie uit meerdere lenzen om de vervormingen veroorzaakt door het gebruik van één sterk gebogen lens te beperken. In dit geval is zelfs één van de retrofocus lenzen asferisch geslepen om de vervormingen van alle lenzen uit de groep te compenseren (licht-groene lens).

De naam "retrofocus" is afkomstig van het feit dat de objectieflens (waarmee toen scherpgesteld werd) naar achteren moest wijken om plaats te maken voor de voorzetlens. Toen dit systeem in het jaar 1950 uitgevonden werd gebruikte men hoofdzakelijk unit-focussing en front-focussing: inner-focussing had nauwelijks nut in die tijd want er bestonden geen autofocussystemen.

Een bijkomende pluspunt van de retrofocus lensconstructie is dat de lichtstralen de gevoelige plaat minder schuin raken. Voor film heeft dit weinig betekenis, maar voor digitale sensoren is het belangrijk dat de lichtstalen de sensor zo loodrecht mogelijk bereiken.

Bij telelenzen bestaat er een gelijkaardig systeem (telephoto genaamd), maar in dit geval om de effektieve lengte van de lensconstruktie te beperken. Zonder een telephoto systeem zou een telelens met een optisch brandpuntsafstand van 200mm minstens 400mm lang moeten zijn. Bij de figuur op de vorige pagina (zoom- en focus) vormen de eerste lenzen samen met de hoofdlens de telephoto-groep.

Zowel het retrofocus systeem als het telephoto systeem voegen nog een paar lenselementen toe aan onze construktie, waardoor het niet ongewoon is dat een lens meer dan 20 elementen heeft.

Met de komst van de digitale sensoren, is een nieuw begrip bijgekomen: telecentrische lenzen.