Historisch overzicht
Evolutie van de lenzen VIII
Telecentrische lenzen
Fotografie » TechTalk » Fysica » Lensconstructie (historiek) » Telecentrische lenzen
Inleiding: lens theorie, dan volgt de evolutie van de lensconstructie met als laatste de retrofocus en telephoto. We eindigen met de telecentrische lenzen.

Als conclusie: telecentrische lenzen


Four Thirds: kleine sensor en grote mount vs.
de relatief grote sensor van de klassieke merken


Vignetering in de hoeken omdat de microlenzen het licht niet perfekt naar de fotodiode kan sturen.

Bij digitale fototoestellen is het van belang dat de lichtstralen de sensor zo evenwijdig mogelijk raken, want voor iedere gevoelig element (fotodiode) is er een microlens geplaatst. De lenzen van het Four Thirds systeem zijn "telecentric". De mount is evengroot als de sensor en de lichtstralen kunnen de sensor nagenoeg evenwijdig raken. Ook andere fabrikanten passen een dergelijk systeem toe op hun betere lenzen, maar het Four Thirds systeem is volledig nieuw en speciaal ontwikkeld voor digitale sensoren en hun eigenaardigeden. Het Canon EF systeem (dat het oudste systeem is) is nooit ontwikkeld geweest voor de digitale sensoren (die bestonden nog niet in 1987) en heeft een sensor die veel groter is dan de montagering.

Voordelen van de telecentrische constructie:

  • Geen lichtafval in de hoeken: bij een klassieke lensconstructie kan de microlens de lichtstralen niet op de fotodiode concentreren. Opgelet: de "natuurlijke lichtafval" (vignetering) blijft natuurlijk wel bestaan!
  • Minder kleurfranjes bij scherpe overgangen in de hoeken
  • nauwelijks interne reflekties omdat de lichtstralen de sensor nagenoeg evenwijdig raken.

Het is natuurlijk zo dat de optiek enkel telecentrische eigenschappen moet vertonen aan sensorkant. Telecentriciteit wordt bereikt door een telephoto constructie aan sensorkant (je kan het goed zien op de afbeelding rechts).

Optieken met telecentrische eigenschappen aan objectkant worden toegepast bij camera's die gebruikt worden bij produktieprocessen. Een object dat op een transportband beweegt ziet er altijd evengroot uit, ongeacht of het object dichter of verder van de camera is gelegen.


Er is een hele weg afgelegd van de enkelvoudige meniscus lens van begin vorige eeuw tot de ingewikkelde lensconstrukties die tegenwoordig toegepast worden. Als je verder de lenzen van fabrikanten analyseert, dan zal je merken dat ieder fabrikant zijn eigen recept toepast: het is bijvoorbeeld mogelijk lenzen uit een dubbele gauss systeem met elkaar te combineren (met een zeer lichte kwaliteitsvermindering tot gevolg), maar de hele lensconstruktie is zodanig geoptimaliseerd dat de fouten elkaar opheffen.

De formules voor het berekenen van de brandpuntafstand zijn al lang niet meer van toepassing bij dergelijke complexe construkties. Het doorrekenen van een optiek (raytracing) duurt dagen op een supercomputer: iedere individuele lens heeft vijf "vrijheidsgraden": positie, kromming van de voorzijde en achterzijde, dikte en brekingsindex van het glas. Het is dan ook niet verwonderlijk dat ieder fabrikant gaat kijken bij de concurrent bij het lanceren van een nieuwe lens. Daarom hebben Canon en Nikon allebei een kitlens 18-55mm en een top level 70-200mm-lens. Wie van wie afgekeken heeft weet ik niet.