|
Laatst kreeg ik een vraag wat "scherptediepte" was. Hoe kan ik de scherptediepte verhogen? Vroeger had ik een goedkoop toestel dat kon scherpstellen van één meter tot oneindig en waarom kan mijn dure fototoestel dat niet meer? En wat zijn al die aanduidingen op mijn toestel?
Ik kreeg ook een vraag waarom het hoofdstuk "digitale fotografie" op de website enkel in het engels beschikbaar was? "wij leven nochtans in vlaanderen!" Het is aangeraden eerst de theorie van de lenzen te lezen. Dit is een beknopte inleiding. |
Scherptediepte
In het voorbeeld rechts lijkt de foto scherp van 1 cm tot 5 cm. Fotografen weten dat ze de scherptediepte kunnen vergroten door de opening (iris) te verkleinen, maar meestal weten ze niet waarom. Zou dit te maken hebben met de kwaliteit van de lenzen? Amateur-fotografen zijn meestal versteld dat de scherptediepte dat ze bekomen met een duur toestel veel kleiner is dan deze dat ze bekomen met een goedkoop toestel.
Over scherptediepte worden de meest absurde verhalen verteld, en die worden zelfs gepropageerd door beroepsfotografen die het verhaal klakkeloos overnemen omdat ze het fenomeen onvoldoende begrijpen. de verstrooingscirkel of circle of confusion (COF).
Op de figuur hierboven is de gele stip links het onderwerp waarop wij scherpgesteld hebben. De witte en grijze stippen zijn respectievelijk verder en dichter gelegen dan de ideale afstand. Op de gevoelige plaat is enkel de gele stip scherp, de focuspunt van de andere punten ligt voor of achter de gevoelige plaat. Om te kunnen scherpstellen op een ander punt wordt de lens naar voren of achteren bewogen. Men had evengoed de gevoelige plaat kunnen bewegen; dit gebeurt trouwens met professionele toestellen die nog echt met "gevoelige platen" (tegenwoordig: met een digitale rug!) werken. |
Verstrooingscirkel
Eigenlijk is de foto maar scherp op één vlak, namelijk precies op de afstand waarop scherpgesteld werd. In de fysica bestaat er enkel scherpte zonder diepte. Alles wat verder of dichter gelegen is, is onscherp. Een aantal factoren spelen echter ook een rol. Wij kunnen onmogelijk fijne details zien (onze ogen hebben maar een beperkt oplossend vermogen), daarom lijken bepaalde onderwerpen scherp, terwijl ze eigenlijk al een beetje flou zouden moeten zijn. Lees opnieuw de definitie van scherptediepte en let op het woord "waargenomen". De scherptediepte is een waarnemingsfout. Zowel de sensor in de camera, de blurfilter en de bayer-filter, het beeldscherm, de printer en uiteindelijk onze ogen spelen een rol.
De benaming verstrooingscirkel heeft zowel betrekking op de
|
Diafragma (opening)
De opening die door fotografen gehanteerd wordt verschilt dus van de opening die door musici gehanteerd wordt. Om de boel nog ingewikkelder te maken, is de opening geen opening ("een gat in de muur"), maar een verhouding. Waarom dit zo is wordt verder uitgelegd op de pagina over de opening. ![]()
Wat gebeurt er nu als we de diafragma kleiner maken? De lichtstralen aan de buitenkant van de lens worden tegengehouden. Zoals je uit het beeld kan afleiden wordt daardoor de blur disc van een onderwerp dat niet in focus is kleiner. In bepaalde gevallen kan de blur disc zelfs kleiner worden dan het oplossend vermogen (de circle of confusion), waardoor hocus focus, het onderwerp wel scherp waargenomen wordt! Vroeger speelde de kwaliteit van de lenzen ook een rol, en kon men door een kleinere opening te gebruiken, de gebreken van de gebruikte lenzen omzeilen. Nog altijd is het zo, dat men het scherpste beeld bekomt door de lens niet op zijn maximale opening te gebruiken. Deze "sweet spot" hangt af van de gebruikte lens en het oplossend vermogen van de body.
Als de lens geen zoominstelling heeft is het mogelijk een indikatie te geven van de scherptediepte naargelang de opening (bijvoorbeeld mijn Praktika MTL5). Deze indikatie zit natuurlijk op de lens, niet op de body. Zelfs de kitlens van m'n Praktika had zo'n scherptediepte-indikator, terwijl de meeste moderne lenzen die niet meer hebben. Vooruitgang noemen we dit, terwijl scherptediepte één van de basisbegrippen van de fotografie is. Als het onderwerp op 2 meter staat, dan gaat het scherpe gebied van 1.6 tot 2.8 meter bij /8 en van 1.3 tot 5 meter bij /16. Bij /1.8 is het beeld scherp van 1.9 tot 2.1 meter. |
Oplossend vermogen
Aan de hand van het oplossend vermogen kan men de kleinste detail bepalen die nog scherp waargenomen kan worden, om uiteindelijk de scherptediepte te bepalen. Men gaat daarbij uit van veronderstellingen (die in de tijd van de film misschien wel te rechtvaardigen zijn, maar nu niet altijd juist zijn).
Een voorbeeld: het LCD scherpje waarop de gemaakte foto's bekeken kunnen worden heeft een laag oplossend vermogen. De blur cirkel mag al heel groot zijn voordat het opvalt, en daarom lijken de foto's scherp van bijvoorbeeld 1 meter tot oneindig. Toestellen met een live preview hebben daarom een zoomfunktie (10X digitale crop op het LCD schermpje en dus tienmaal verhoging van het oplossend vermogen) om na te zien of bepaalde details wel scherp zijn. Het deel over diffractie heeft een nieuwe pagina gekregen.
Hier twee foto's van een willenkeurig toestel, gefotografeerd met een grote en een kleine opening. Je kan duidelijk zien welke foto met een grote diafragma-opening en welke foto met een kleine diafragma-opening genomen werd omdat bij een grotere opening de scherptediepte kleiner is. In beide gevallen werd er scherpgesteld op de cijfers op de zoomring. Letters in de voorgrond (T*) en achteraan zijn niet meer leesbaar.
Om evenveel licht te bekomen werd een langere sluitertijd gebruikt bij de tweede foto, maar verder zijn alle andere parameters (er zijn een twintigtal parameters dat je kan instellen bij deze Sony) dezelfde gebleven. Gebruik je een goed softwareprogramma om je foto's te bekijken (ACDSee), dan kan je de gebruikte instellingen van iedere foto opvragen. Deze instellingen zijn ingebed in de foto zelf (als meta-data). Opgelet, bij het aanpassen van de foto kunnen deze parameters verloren gaan als je bewerkingssoftware geen weet heeft van meta-data. De kodes op de lens worden hier verklaard. |
Hyperfocale afstand
De scherptediepte strekt zich uit rond de afstand waarop scherpgesteld wordt. In het algemeen verdeelt dit gebied zich in 33%±NaCl vòòr en 66%±NaCl achter het focaal vlak (50% - 50% bij zeer korte afstanden). Als je dus scherpstelt op oneindig, is het beeld scherp vanaf een bepaalde afstand (hyperfocale afstand genaamd), maar ook nog scherp op 2 X oneindig, wat zelfs voor de meest veeleisende fotograaf niet nodig is. ![]() Scherpstellen op oneindig
Als je nu zou scherpstellen op de hyperfocale afstand, dan is het beeld nog altijd scherp tot oneindig, maar daarbij ook scherp op een veel kortere afstand! Wegwerpcamera's worden ingesteld op de hyperfocale afstand, zodat je een redelijk beeld hebt vanaf bijvoorbeeld 1 meter tot oneindig.
Nu moeten we nog een onderwerp aansnijden, namelijk de invloed van de brandpuntafstand. De brandpuntafstand regel je met de zoom-instelling (voor zover je toestel daarmee uitgerust is), van wide (breedhoek) naar tele. Bij de tweede foto werd de camera zodanig geplaatst dat de buis nog steeds evengroot is. Buis en boek werden niet verplaatst. In vergelijking is het boek op de achtergrond nu veel groter geworden. Het boek is nog steeds even onscherp; aan de scherptediepte is er dus niets veranderd! Als bewijs dit beeld, dat een uitvergroting is van een deel van het eerste beeld.
|
In het voorbeeld rechts lijkt de foto scherp van 1 cm tot 5 cm. Fotografen weten dat ze de scherptediepte kunnen vergroten door de opening (iris) te verkleinen, maar meestal weten ze niet waarom. Zou dit te maken hebben met de kwaliteit van de lenzen? Amateur-fotografen zijn meestal versteld dat de scherptediepte dat ze bekomen met een duur toestel veel kleiner is dan deze dat ze bekomen met een goedkoop toestel.


