Optische eigenschappen
De sensorafmeting heeft een aantal effekten op het beeld. De meest voor de hand liggende is de verlenging van de brandpuntafstand. Als men het heeft over een ”cropfactor van 1.6“ dit betekend dat een lens van 50mm eenzelfde kijkhoek heeft als een lens van 80mm op een kleinbeeld fototoestel. Een kleinbeeld fototoestel (35mm filmfototoestel) wordt algemeen als referentie gebruikt.
De sensorafmeting heeft ook een invloed op de lensopening. Bij een kleinere lens moet de opening groter zijn om eenzelfde lichthoeveelheid toe te laten. De lensopening is namelijk een relatieve waarde.
Voorbeeld: een Four Thirds sensor met 10 megapixels moet een lens hebben die 4× lichtgevoeliger is om eenzelfde hoeveelheid licht op iedere pixel te laten vallen. Dus als je op een full size fototoestel een lens van 24-105 /4 hebt, dan heb je een lens van 12-52 /2 nodig om dezelfde optische eigenschappen te bekomen (hoeveelheid licht per pixel, maar ook scherptediepte).
Bij bepaalde sensorafmetingen worden er inchmaten gebruikt. Deze komen niet overeen met de afmetingen van de sensor (diagonaal of schuine zijde). Tot in de jaren '80 werden er electronenbuizen gebruikt als gevoelig element bij televisie. De vidicon buizen waren de meest gebruikte vanwege hun eenvoud en betrouwbaarheid. Afregelen kon in de opnamestudio zelf gebeuren. De beeldkwaliteit was "voldoende" voor televisieuitzendingen. De afmeting in inch was de buisdiameter, maar de effektieve bruikbare oppervlakte was kleiner. Bij de overstap naar halfgeleiders is men blijven werken met deze sensormaten (zodat men dezelfde lenzen kon blijven gebruiken).
Het formaat wordt bepaald door de beelddiagonaal in millimeter te delen door 16 en die uit te drukken in inch (niet omrekenen!).
De sensormaat in inch is dus ongeveer 1.6× groter dan de diagonaal van het gevoelig element.
| Formaat | Crop factor | Stop correctie | Voorbeeldtoestellen
|
|---|
| Kleinbeeld, "full size" | 1.0 | -0
| Canon 5D, Canon 5D Mk II
| | Canon APS-H | 1.3 | -0.7
| Canon 1D (verschillende types)
| | APS-C | 1.5 | -1.2
| Nikon, Sony (behalve full size)
| | APS-C | 1.6 | -1.4
| Canon xxxD, Canon xxD reeksen
| | Four Thirds en Micro Four Thirds (4/3") | 2 | -2.0
| Olympus, Panasonic spiegelreflex
| | 1" | 2.75 | -2.8
| Nikon CX (een nieuwe systeemcamera)
| | 2/3" | 4 | -3.9
| Sony DSC-F828 (betere compact, 2004), Fuji X10 (2011)
| | 1/1.7" | 4.5 | -4.3
| De compact fototoestellen met grote sensor (2011)
| | 1/1.8" | 4.8 | -4.5
| Nikon Coolpix 995 (2001)
|
Het Canon APS-H formaat werd in het leven geroepen als alternatief op de dure full size. Het was een ideaal compromis wat betrof de fabrikagekost, sensorgevoeligheid en verwerkingssnelheid. Dit formaat werd vooral gebruikt voor de "sportfotografie"-fototoestellen.
Een systeemcamera is een algemene naam voor een reeks fototoestellen met verwisselbare lens. Alle toestellen uit de reeks hebben eenzelfde sensorgrootte.
|