Vergelijking compact - reflex


Fotografie » TechTalk » Keuze fototoestel » Vergelijking compact - reflex

Twee fototoestellen worden hier vergeleken: het instapmodel bij Canon wat betreft reflextoestellen, de Canon 350D en een prosumer compact toestel van Sony: de DSC-F828. Beide toestellen worden niet meer gemaakt (ze werden ongeveer 10 jaar geleden geproduceerd!), maar de vergelijking houdt nog steeds stand. Beide toestellen hebben 8 megapixel, wat de vergelijking interessant maakt.

Deze twee toestellen zijn totaal verschillend. De Sony heeft een vaste lens met een zoombereik van 28 tot 200mm. De lens heeft een zeer hoog rendement (ƒ/2), wat nogal ongewoon is bij zoomlenzen met een uitgestrekt bereik. Fotografen spreken doorgaans over de 'snelheid' van de lens als ze het over zijn lichtrendement hebben, want met een lens met een hoog rendement (= een lichtsterke lens) kan men een snellere sluitertijd gebruiken.

De normale f-waarde van lenzen met een dergelijk zoombereik ligt in de orde van ƒ/4.5 (meer dan 4 keer minder lichtsterk). Een hoog rendement is nodig voor de Sony, want de CCD ruist enorm veel.

De Sony is uitgerust met een kleine sensor, wat de voornaamste oorzaak van de ruis is. Kleinere pixels die minder licht kunnen opvangen ruisen meer dan grotere pixels. Een kleine sensor heeft echter als voordeel dat de lens sneller (=lichtsterker) kan gemaakt worden zonder dat ze enorme proporties moet aannemen. Om eenzelfde ruisafstand te bekomen moet de lens even groot zijn (bij eenzelfde brandpuntsafstand en gebruikte sensortechnologie). Voor een dergelijke zoombereik en gevoeligheid is de lens bijzonder klein gebleven! De kleine sensor heeft ook als gevolg dat de regels van de optica verschillend toegepast moeten worden. De ƒ/2 van de Sony komt optisch ongeveer overeen met een ƒ/4 op een full size reflex wat betreft scherptediepte en ruisafstand.

De Canon wordt meestal geleverd met een kitlens van 18 tot 55mm (vergelijkbaar met een 28 - 88 mm lens wegens het cropfaktor). Deze lens is niet bijzonder (goedkope uitvoering, weinig lichtsterk, brol-achtig). Met een dergelijke lens komt het fototoestel echt niet tot zijn recht.

De eerste foto rechts vertoont storende reflecties in het beeld bij tegenlicht ('flares' is de technische benaming van het fenomeen). Wat minder opvalt op dit beeld (maar eveneens als een mankement beschouwd wordt), is dat er geen duidelijke scheiding is tussen onderwerp en achtergrond (fotografen noemen dit 'bokeh'). Omdat de lens een relatief kleine opening heeft kan de achtergrond niet mooi flou gemaakt worden. De technische uitleg is te vinden op deze uitlegpagina over scherptediepte en lensopening.

Het is aangeraden een aantal extra lenzen te kopen. Dat is namelijk het voordeel van een reflexcamera: de lenzen zijn verwisselbaar. Bij een reflexcamera zijn lenzen met een hoge lichtsterkte nogal groot. Dit wordt veroorzaakt door het formaat van het gevoelig element (24 * 36 mm bij kleinbeeld). Wens je toch een hoge lichtsterkte zonder overdreven zware lenzen te moeten sleuren, dan ben je aangewezen op lenzen zonder zoominstelling (professionele fotografen noemen dit prime lenzen). Lenzen met een vaste brandpuntafstand zijn goedkoper dan zoomlenzen, hebben een hoger lichtrendement en zijn lichter dan zoomlenzen. De volgende foto's met de Canon zijn genomen met een canon lens van 85 mm, ƒ/1.8 (wat uiterst lichtsterk is). Deze lens krijgt de meeste punten op alle review-sites maar de meeste fototoestellen kunnen echter deze grote opening (en daarbij horende zeer kleine scherptediepte) niet benutten, zoals je kan lezen op de pagina over de scherpstelling van fototoestellen.

Voor portretfotografie worden er ook speciale 'softfocus' lenzen verkocht. De EF 135mm ƒ/2.8 van Canon heeft een dergelijk systeem, waarbij de mate van softfocus zelfs instelbaar is. Het effekt dat je met een optische softfocus bekomt is altijd mooier dan hetgeen je bekomt door het beeld softer te maken in je beeldverwerkingsprogramma, maar helaas is het bereik van 135 mm (dat aangewezen is voor film) totaal onbruikbaar als je reflextoestel een cropsensor heeft, wegens het vermenigvuldigingsfaktor. Ongeveer hetzelfde effekt kan je bekomen door een voorzetfilter te gebruiken (bijvoorbeeld een UV-filter) en die met een dunne laag vaseline insmeren.

De werking van een digitaal fototoestel wordt hier verder besproken.

Hier beginnen we met de feitelijke vergelijking van beide toestellen. De Sony dateert van 2004, maar het blijft één van de betere toestellen, vooral dankzij de gebruikte lens. De Canon was op het ogenblik van de test de laatste telg van de prosumer reeks van Canon. Beide toestellen hebben eenzelfde pixelcount (8 megapixel), maar de Sony gebruikt het digitaal beeldformaat (3/4) terwijl de Canon het filmformaat gebruikt (2/3). De foto's van de Sony zijn meer vierkantig. Opgelet, deze tekst is in 2005 geschreven, ondertussen is de markt veranderd: Sony maakt nu ook toestellen met verwisselbare lenzen (zowel met spiegel (reflex) als zonder), de reeks van canon toestellen is verder geëvolueerd.

Het beeld van de Sony is meer gekleurd, meer Sonyachtig. De kleurinstelling 'standard' wordt hier gebruikt in plaats van de 'real' instelling dat een meer neutraler beeld geeft. In het algemeen is het standaardbeeld aangenamer dan het real beeld, maar het valt duidelijk op dat het beeld overdreven gekleurd is als je het vergelijkt met beelden van andere camera's.

Een ander probleem is de gamma-kurve. Het beeld is in het algemeen te donker (de heldere en donkere beeldelementen zijn wel in orde), zie gamma kurve en histogram (onderaan de pagina) voor meer uitleg. Dit kan niet vermeden worden door te spelen met de camera-instellingen (contrast en detail). De enige oplossing is het beeld wat over te belichten (+0.3EV), maar dan maak je het volledig beeld te helder en loop je de kans dat de heldere beeldgedeelten overbelicht worden.

Normaal
Uitsnede
Het beeld van de Sony bevat ook meer ruis in de kleine details. Het beeld dat chronisch te donker is zorgt er blijkbaar ook voor dat de ruis sterker naar voren komt. Hier is duidelijk te merken dat de Sony-technologie oud is.

Beeldkwaliteit

De kwaliteit van de foto's wordt in belangrijke mate bepaald door de kwaliteit van de lenzen. De standaard zoomlens (Canon EF 18-55) dat bij het toestel geleverd wordt beperkt je mogelijkheden en vervang je best zo snel mogelijk door een kwaliteitslens dat aangepast is aan hetgeen je wilt bereiken. De beste resultaten bekom je met lenzen met een vaste brandpuntsafstand (dus geen zoomlens). Een goede lens heeft een grote maximale opening (de lens laat veel licht door).

Nochtans is een grote opening niet altijd aangewezen, zoals in het voorbeeld rechts (tweede foto). Bij dit beeld is de achtergrond storend onscherp; Het is eigenlijk veel te vaag en het stoort het volledig beeld. Dit is een gevolg van de gebruikte grote opening.

De mate van onscherpte (dat ook een mate van de scherptediepte is) kan je instellen door de opening te verminderen (een goede waarde is doorgaans ƒ/2.8). Beroepsfotografen werken meestal in A-modus (aperture): De opening wordt vast ingesteld en de camera stelt de belichting in door de sluitertijd aan te passen. Dit zorgt ervoor dat alle beelden in een reeks dezelfde optische eigenschappen vertonen. Bij weinig licht kan de sluitertijd wel erg lang worden, waardoor het niet meer mogelijk is een scherpe foto te nemen zonder statief. De sluitertijd (1/t) moet liefst 2 maal zo kort zijn als de brandpuntsafstand: bij een standaardlens van 50 mm hoort een sluitertijd van 1/100 of korter, bij een telelens van 85 mm hoort een sluitertijd van 1/150 of korter; hou daar rekening mee als je de camera in A-modus gebruikt!

Digitale lenzen

In de beginjaren van de digitale fotografie werden de lenzen die specifiek gemaakt waren voor fototoestellen met cropsensoren "digitale lenzen" genoemd. Een full size sensore maken was toen bijna onmogelijk. Tegenwoordig spreekt men over lenzen voor APS-C sensoren of lenzen voor cropsensoren. De kodes op de lens geven ook aan dat we te maken hebben met lenzen voor cropsensoren: EF-S in plaats van EF (Canon), DC in plaats van DG (Sigma).

Digitale lenzen kunnen kleiner gemaakt worden met behoud van goede optische eigenschappen omdat ze een kleiner gebied moeten bestrijken. Dit is ook de reden dan een digitale lens niet op een filmbody gebruikt kan worden: de hoeken zouden niet belicht worden! (dit is eveneens het geval als je een toestel met een zogenaamde full size sensor zoals de 5D zou gebruiken).

Je koopt best geen "digitale lenzen", want als je later een fototoestel met een full size sensor wenst te kopen, dan kan je je kleinere lenzen niet meer gebruiken. Bij Canon zijn de toplenzen enkel leverbaar in full size (klassiek full size formaat).

I
II
Bij deze reeks foto's onderaan de pagina, genomen op een paar minuten interval, merk je op dat de Sony (links) toch niet zo slecht is.

Mijn toestel heeft duidelijk minder last met tegenlicht dan de Canon EOS 350D. Bij beide toestellen werd de interne flitser gebruikt om de personage wat extra te belichten. Bij sterk tegenlicht zoals in dit voorbeeld zou het model volledig zwart zijn zonder flitser. Overbelichten is niet de juiste oplossing, want anders wordt de achtergrond veel te helder en is er niets meer van de ondergaande zon zichtbaar; digitale fototoestellen hebben altijd wat meer last met de ondergaande zon, omdat de sensor zeer gevoelig is voor infra rood licht. Dit wordt wel weggefilterd in de camera zelf, maar een deel van het IR komt toch op de sensor terecht, waardoor de hemel en zon te helder is.

Verdere informatie welk toestel kiezen: SLR of compact? en welk toestel voor welk doel?


Canon 350D met kitlens EF-S 18-55 ƒ/3.5-5.6


Canon 350D met EF 85 ƒ/1.8


Sony DSC-F828


Canon 350D
De Canon werd gebruikt met de EF 85mm ƒ/1.8 USM

Paginas die volgens Google je zouden kunnen interesseren