|
Bij de keuze van een fototoestel moet je je vooral laten leiden door wat je ermee wilt doen.
Macrofotografie wordt hier besproken, en hier heb je een overzicht van de types fototoestellen. |
Vakantiefoto's
Bij gewone vakantiefoto's is het formaat van het toestel van belang: een klein compact toestel volstaat als je geen perfekte foto's wenst. Laat je niet misleiden door het aantal pixels (resolutie): mijn eerste toestel had slechts 2.1 miljoen pixels, en dit toestel gaf zeer goede resultaten (afdrukken tot op A5 = halfblad = normale foto 10 * 15 cm). De kwaliteit van de lens is belangrijker dan de resolutie. Dit is vooral belangrijk als je in minder dan perfekte omstandigheden gaat fotograferen (bij weinig licht): meer pixels vragen meer licht. Het is een feit dat de ruis toeneemt met het aantal pixels.
Je moet wel rekening houden met de beperkingen van het fototoestel. Zelfs een extreem dure reflex (3000 euro zonder de lenzen) heeft zijn beperkingen, maar bij een goedkope compact vallen deze beperkingen meer op. Als je een betere fototoestel zoekt, dan kan je misschien opteren voor een bridge toestel (een duurdere compact fototoestel met een langere zoom) of zelf een SLD (Single Lens Direct). Deze laatste toestellen hebben dezelfde beeldsensor als een reflex, maar niet de complexe mechanische spiegelconstructie. |
Portretfotografie
|
Indien je vooral aandacht hebt voor portretfotografie, dan kan je eveneens een compact-toestel gebruiken. Een duur fototoestel is meestal niet nodig. Een goedkoop toestel dat niet echt scherpe beelden geeft is zelfs flatterend voor de meeste personen die op de foto staan!
Gebruik je een reflextoestel, dan is de beste lens een normaallens (een prime lens van 50mm of een zoomlens met 50mm in zijn bereik (80mm equivalent)). Met een breedhoeklens heb je vervorming en met een telelens moet je zo ver van het model staan dat je een parlofoon nodig hebt. Bij portretfotografie wordt vaak de flitser gebruikt om bijvoorbeeld het gezicht extra te belichten (anders zitten de ogen in een diepe, donkere put). Bij de meeste reflextoestellen is de ingebouwde flitser niet berekend op deze taak en zal je een externe flitser moeten gebruiken. Je bent verplicht een focal plane flitser te gebruiken bij reflextoestellen (duurdere flitsers die licht geven gedurende de volledige tijd van de bewiging van de sluitergordijnen). Ik heb ook een specifieke flitser gekocht samen met mijn compact, zodat ik de nadelen van de ingebouwde flitser kan vermijden: rode ogen (flitser te dicht bij de lens), te zwak,... Bij mode-fotografie zijn de kleren het belangrijkst. De achtergrond is eigenlijk onbelangrijk. Het fototoestel moet scherpe beelden van het model kunnen geven en de achtergrond goed kunnen vervagen. De huidige generatie compact-toestellen gebruikt kleine sensoren. Deze sensoren zijn minder lichtgevoelig (produceren meer ruis bij een bepaalde belichting) en vooral: een mooie bokeh (oncherpe achtergrond, een must bij portrets) is moeilijker te bekomen. Voor mode-fotografie is een reflex of een micro-four thirds aangewezen. De micro-four thirds heeft zowel een grote sensor als de mogelijkheid om van lenzen te wisselen, en het gebruiksgemak van een compact fototoestel. Dit geldt eveneens voor de SLD-toestellen (Single Lens Direct) |
Landschapsfotografie
Bij landschapsfotografie moet je zeer scherpe beelden bekomen; een goed toestel is dus uiterst belangrijk. Of je een compact-toestel of een reflex-toestel gebruikt is minder belangrijk, maar als je voor een reflex zou kiezen moet je wel weten dat een dergelijk toestel (met bijhorende goede lenzen) minstens het drievoudige kost van een compact-toestel.
Bij landschapsfotografie gebruik je best een lichte breedhoeklens (35mm, equivalent met 55mm op een cropsensor). Een 24-70mm-lens is ideaal op een fototoestel met full size zensor. Bij reflextoestellen is de kitlens (Canon EF-S 18-55 of EF-S 17-85) meestal voldoende voor landschapsfotografie, maar deze goedkope(re) lenzen hebben last van vignetering (hoeken donkerder dan het centrale deel van het beeld). De beeldkwaliteit is vaak veel beter dan wat het plastiekerig uitzicht van de lens zou doen vermoeden. Bij landschapsfotografie wordt soms een polarisatiefilter gebruikt, en dan is het gebruik van de kitlens (met zijn draaiende objectieflens) een minder goede keuze. Bij landschapsfotografie kan het nuttig zijn filters te gebruiken. Vooral met een polarisatiefilter kan je zeer bruikbare effekten bekomen (controleer of er filters op de lens gemonteerd kunnen worden). Inner focussing is noodzakelijk (het voorste gedeelte van de lens mag niet meedraaien bij het focuseren), want het effekt van de polarisatiefilter wordt door de verdraaing van de filter bekomen. Bij landschappen en andere stillevens komen de SLD (Single Lens Direct) het beste tot hu recht. De grote sensor staat garant voor scherpe beelden met weinig ruis. Dankzij de afwezigheid van een mirrorbox (zoals bij een reflex) is het mogelijk kleinere toestellen te maken. De lenzen kunnen gemakkelijker breedhoekig gemaakt worden. Een tip bij de fotografie van architectuur: je kan de foto 1/2 stop overbelichten of een spot-meting doen op het gebouw zelf. Een lichte overbelichting heeft als gevolg dat het contrast verhoogd wordt. Het kan zijn dat de hemel te helder is, maar voor de fotografie van gebouwen is dit minder belangrijk. De standard-instelling van een fototoestel is overbelichting absoluut vermijden. |
Sportfotografie
Sinds het onstaan van de eerste spiegelreflexmen met autofocus (eind jaren '80) is deze klasse toestellen aangewezen voor sportevenementen. Een dergelijk toestel kan in een tiende van een seconde scherpstellen (met een aangepaste lens, want met de bijgeleverde kitlens zal het niet lukken), het onderwerp blijven volgen terwijl het beweegt (tracking), en na de foto opnieuw klaar zijn in een tiende van een seconde. Mijn toestel neemt doorlopend 6 foto's per seconde (op de hoogste resolutie) totdat de kaart vol is.Ik moet altijd lachen als ik op de Grote prijs van Oostende (moto) zie met welk toestellen er allemaal gefotografeerd wordt! De moto's razen voorbij, zodat een goedkoop toestel niet in staat is op de moto scherp te stellen (manuele focusseren zou een oplossing zijn, maar niemand die deze funktie blijkbaar kan gebruiken). Ook moet er mèt de moto bewogen worden (meetrekken), anders is de achtergrond scherp, terwijl van de motor slechts een waas te zien is. Lees ook de faq-pagina over indoor sportfotografie. |
Backstage
Ik hou mij soms bezig met backstage fotografie van modellen (snapshot-fotografie). Dit is het fotograferen van modellen terwijl ze niet specifiek aan het poseren zijn, dus vòòr of nà de effectieve foto, of gewoon als ze niet aan het poseren zijn. Bij dit soort fotografie is het belangrijk het juiste moment te kiezen, en enkel een reflextoestel is dan bruikbaar (zeer snelle reaktietijd). Backstage-fotografie is in dat opzichte te vergelijken met sportfotografie. De hoge lichtgevoeligheid is een must, zodat er binnenshuis kan gofotografeerd worden zonder onscherp beeld ten gevolge van een te lage sluitersnelheid. Reflextoestellen kunnen met een hoge ISO-waarde werken zonder dat er teveel ruis optreed (dankzij de grotere sensor die minder ruist). De speciale (en dure!) lens met een grote opening laat zoveel mogelijk licht door en is ook een must in dit geval.
|
Nachtfotografie en vuurwerk
Bij nachtfotografie is een reflextoestel de aangewezen keuze. De grote objectieflens vangt meer licht op en de grote sensor ruist nauwelijks. Bij een reflex kan je gemakkelijker met de instellingen spelen (maximale opening, hoge gevoeligheid, 1 stop onderbelichten). Je kan probleemloos nachtfoto's nemen zonder statief.
Bij vuurwerk is de hoge verwerkingssnelheid van een reflex een must. Het toestel stelt uiterst snel scherp op het vuurwerk en je kan opeenvolgende foto's na elkaar nemen. Tijdens het verwerken van de vorige foto kan je reeds een volgende foto nemen, wat niet mogelijk is met een compact-toestel. |
Natuur
|
Bij natuurfotografie gaat het zowel om landschappen (zie hoger) maar ook om dieren. Zijn het zeer kleine beesten? (macrofotografie) Wilde dieren?
Bij het fotograferen van wilde dieren is een lens met een brandpuntsafstand van minstens 200mm een must: dan breng je de wilde dieren voldoende dichterbij om beeldvullend gefotografeerd te worden. In tropische landen kan je volstaan met een lens dat niet echt lichtgevoelig is (/5.6), in onze landen is een -waarde van 4 toch beter aangewezen. De Canon EF 100-300mm /4.5-5.6 USM is een oude lens dat goed presteert voor zijn prijs (deze lens is tegenwoordig moeilijk te vinden, maar misschien kan je een koopje doen op ebay). De Canon EF 70-300 /4-5.6 IS USM is een bruikbare budget-lens (met beeldstabilisator), een duurdere lens is de Canon EF 100-400mm /4.5-5.6L IS USM (met een wat onhandige pompsysteem voor het zoomen in de plaats van een zoomring). Gebruik je een compact-toestel, dan is een long zoom een must: je kan zowel landschappen fotograferen en wilde dieren dichterbij brengen. De optische kwaliteiten van een dergelijke lens zullen wat minder zijn. |

Ik maak regelmatig portfolio's voor modellen en agences, en ik twijfel altijd tussen m'n reflextoestel en mijn compact (overigens is het één van de beste compact-toestellen die op de markt waren: de Sony DSC-F828). Natuurlijk oogt een reflex-toestel (met een hele reeks aangepaste lenzen) professioneler en het klikgeluid van spiegel en gordijnsluiter speelt ook een rol, maar een SLR geeft niet noodzakelijk de beste beelden. Uit ervaring weet ik precies welk toestel in een bepaalde situatie het beste resultaat zal leveren.



