
Onbewerkte foto uit 1999 1600×1200 pixels (2.1 Megapixel, 1.9 megapixel effectief) |
|---|
Het aantal pixels van een fototoestel wordt vaak gehanteerd als argument in een verkoopsgesprek, terwijl het niets te maken heeft met de uiteindelijke beeldkwaliteit. Ik heb foto's genomen met een 2.1 megapixel camera die er veel beter uitzien dan foto's genomen met een modern toestel.
Wat zijn de minpunten van veel pixels:
- meer geheugen: meer pixels betekenen grotere bestanden. Daar waar vroeger een digitale foto 300 à 400kB groot was, zijn de huidige foto's vaak 5MB of meer groot. Om dergelijke foto's te bekijken heb je een zwaardere computer nodig. Bewerkingen onder Photoshop duren heelwat langer (ik heb een nieuwe computer moeten kopen om mijn fotobewerkingen te doen). Fototoestellen hebben meer rekenkracht nodig om de datastroom te verwerken, en er wordt rekentijd bespaard door minder nauwkeurige algoritmen te gebruiken (de jpeg compressie is vaak afgrijselijk)
De bestanden zijn veel groter, maar bevat iedere pixel significante informatie?
- Meer licht nodig: iedere pixel moet een bepaalde hoeveelheid licht krijgen om een beeld te kunnen produceren. Heb je meer pixels, dan heb je automatisch meer licht nodig om eenzelfde ruisafstand te bekomen (hetzelfde fenomeen was al merkbaar bij film: film met een fijne korrel is minder lichtgevoelig). Maar vaak wordt er bespaard op de kwaliteit van de lens, en probeert men aan ruisreductie te doen via software. De bekomen foto's zien er uit alsof ze door de wasmachine gepasseerd zijn: om de ruis te verminderen zijn alle details uitgevaagd. Is het daarom dat je een 16 megapixel fototoestel heb gekocht?

Grafiek met de Canon 50D (15MP: 210 pix/mm) en
de scherpste Canon lenzen die er bestaan
 |
|---|
- Limiet van de lenzen: Bij een spiegelreflex zit je aan de limiet van hetgeen de lenzen kunnen geven. De beeldkwaliteit wordt beperkt door het oplossend vermogen van de lenzen, niet door het aantal pixels van de sensor. De Canon 50D heeft een 15 megapixel sensor, dus 210pixels/mm. Het oplossend vermogen van de sensor is dus 105 lijnparen/mm. Rechts zie je dat de beeldkwaliteit nooit bepaald wordt door het aantal pixels, maar door de lenseigenschappen. De lenzen waar naar gerefereerd wordt behoren tot de beste lenzen die er bastaan.
Bij een compact fototoestel is de sensor veel kleiner (tot 100 maal kleiner dan de sensor van een spiegelreflex). Het oplossend vermogen van de lens moet daarom heelwat beter zijn dan die van een spiegelreflex. Maar op wat wordt er gespaard bij compact fototoestellen? Juist, ja: op de lens.
De tweede grafiek is van toepassing op een digitaal fototoestel met een 2/3" sensor (8.8×6.01mm), dit zijn de "betere" bridge toestellen. In het voorbeeld is een resolutie van 82lijnen/mm aangeduid (wat overeenkomt met een 1.5 megapixel fototoestel). Meer dan 6 megapixel moet de sensor niet zijn, de lens heeft een te laag oplossend vermogen. Meer uitleg over de grafieken is te vinden op de pagina over diffractie.
Bij bepaalde toestellen is het mogelijk pixels samen te voegen om de sensor lichtgevoeliger te maken (pixel binning). Uiteindelijk heeft men 4 maal minder pixels, maar met een verhoogde lichtgevoeligheid.
Hoeveel pixels?
- Een compact fototoestel heeft zeker genoeg aan 5 à 6 megapixel. Geen enkele lens heeft een voldoende resolutie om een scherp en gedefinieerd beeld te geven.
- Een fototoestel met een cropsensor (reflex, sld of slt) heeft genoeg aan 8 megapixel indien je enkel kitlenzen gebruikt.
- Indien je de beste lenzen gebruikt (prime lenzen of toplenzen) kan je naar 15 megapixel gaan.
- Bij een full frame sensor kan je tot 40 megapixel gaan. De Canon 5D Mk II met zijn 21 megapixel zit nog niet aan de fysieke limiet.
Maar vaak is het zo dat een lage pixelaantal geassocieerd wordt met een lagere kwaliteit van het toestel. De betere compact fototoestellen (de zogenaamde "bridge" fototoestellen) hebben altijd een hoge pixelcount: je bent verplicht mee te gaan met de markt wens je een toestel van goede kwaliteit.
Maar er is goed nieuws: de zogenaamde “blur filter” of low pass filter (die nodig is om moiré en kleurstoringen te vermijden bij de huidige sensoren met bayermosaiek) is tegenwoordig zodanig verbeterd, dat die geen negatieve invloed meer heeft op de beeldscherpte (wat wel het geval is met goedkopere fototoestellen die deze complexe technologie niet toepassen). Lees hier verder: de optische low pass filter.
|