|
Compact-fototoestellen hebben meestal een macro-funktie in de uiterste breedhoekstand van de lens. Meestal moet je heel dicht komen bij het onderwerp. Bij een reflextoestel ben je aangewezen op een specifieke macro-lens. Een andere en zeer interessante manier om macro-opnames te maken met een reflextoestel is te werken met tussenringen. Deze goedkope oplossing levert uitstekende resultaten voor een minimale investering, het effekt van een dergelijke extension tube is hier te zien.
vergelijkingfoto's zijn hier te zien.
|
![]() macro-opname OCP71 |
|---|
Info bij de foto's rechts
|
De eerste foto's zijn een close-up van een OCP71 (in feite een OC70 waarvan de verflaag afgekrabt werd zodat de transistor lichtgevoelig wordt). Deze lichtgevoelige transistoren werden dan verkocht onder het kodenummer OCP71 en kostten 4 keer zoveel als een gewone, niet lichtgevoelig gemaakte OC71. Deze transistoren zijn rondom-lichtgevoelig en dus heel goed bruikbaar in slave-flitsen, als je schakeling rekening houdt met het feit dat deze germanium-transistoren een hoge ruststroom hebben.
Op de derde foto staat een BP103. In een zekere zin is deze transistor de opvolger van de OCP71; deze transistor is speciaal gemaakt om als fototransistor te werken (het is niet een eigenschap dat de fabrikanten achteraf uitgebuit hebben). Je ziet heel goed het siliciumplaatje met de twee aansluitdraden. De fototransistor zelf is ongeveer 3 mm groot en de foto is 400 pixels breed: dit is de maximale vergroting dat je met deze lens kan bekomen. De fototransistor zit op een printje dat de lichtflits omzet in een signaal dat sterk genoeg is om de slave-flitser te activeren. Voeding wordt van de flits zelf afgetapt. |
Macrofotografie bij compact en reflex
|
Sommige compact-toestellen hebben ook een macro-mogelijkheid in de uiterste breedhoekstand van de lens. Je moet dan wel het toestel zo dicht bij het onderwerp houden dat je meestal last hebt van schaduwen. De scherptediepte is heel beperkt en er treden optische vervormingen op omdat je zo dicht bij het onderwerp staat. De macro-mogelijkheden van een compact toestel verschillen van type tot type en het is niet mogelijk achteraf een macro-funktie "in te bouwen".
Met een reflex en een specifieke macro-lens is de minimale afstand tot de lens 15 cm, en daarmee bekom je ook de maximale vergroting (1 maal): een onderwerp van een milimeter wordt op de sensor geprojecteerd als een beeld van een milimeter. Uitgerekend naar de sensor, betekent dit ongeveer 100 pixels per milimeter voor een full frame met 8 megapixel. Wens je een nog hogere vergroting, dan ben je aangewezen op een sensor met meer pixels of een aangepaste microscoop. |
Problemen met beperkte scherptediepte
|
Een probleem met macrofotografie is de heel beperkte scherptediepte. Je kan dit compenseren door een kleinere opening te gebruiken (f/8), maar daarvoor heb je dan meer licht nodig. Bij zeer kleine openingen (f/22) heeft de lens last van diffraktie (zoals alle lenzen trouwens) en is het beeld in het algemeen niet zo scherp. De diffraktie begint trouwens al te spelen met een opening van f/8! Gebruik de preview-toets om de effektieve scherptediepte te zien, want het toestel staat altijd met volledig geopende lens. Pas als de foto genomen wordt, wordt de iris gesloten tot de ingestelde waarde. ter info: compact-toestellen sluiten maar tot f/8 omdat bij deze toestellen met kleine lenzen de diffraktie een grotere rol speelt.
Als de scherptediepte zeer beperkt is, dan werkt de automatische scherpstelling niet zo optimaal, zelfs al stel je het toestel in om enkel de middenste focus-sensor te gebruiken (deze sensor is gevoeliger dan de andere sensoren). Een compact-toestel heeft minder problemen om scherp te stellen aangezien het effektief beeld gebruikt wordt (wat niet mogelijk is bij reflextoestellen). Mijn 20D slaat meestal de bal mis. Ik had veel liever gehad dat het toestel trager zou scherpstellen, maar meer secuur zou werken. De lens heeft een schakelaar 31cm - ∞ / 48cm - ∞, maar helaas kan je daarmee de lens niet beperken tot zijn macrobereik, wat toch zijn normaal werkingsgebied zou moeten zijn. Als het toestel over het focuspunt heen schiet (wat in de meeste gevallen gebeurt), dan vliegt de focus naar ∞. Een spiegelreflex met live preview mogelijkheid (en vooral contrast-detectie autofocus) is beter geschikt voor macrofotografie. |
Voorzie een monitor bij macrofotografie
| Bij macrofotografie is het speelveld ("playground", om in te spelen op de reklame voor een spiegelreflex) en de scherptediepte zo beperkt dat je onderwerp en fototoestel heel goed moet positioneren, het is een kwestie van milimeters. Als je dan je gezicht tegen het toestel houdt, dan wordt de hele boel verstoord. De oplossing? Een externe monitor. Alle digitale fototoestellen hebben een video-uitgang waarmee je de opgenomen beelden op een televisie kan bekijken. Bij een compact-toestel of een spiegelreflex met live preview kan je zelfs real-time beelden bekijken. De "resolutie", voor zover je van resolutie kan spreken bij TV-beelden, bedraagt ongeveer 200.000 of 400.000 pixels (naargelang het fototoestel: stuurt het enkel een raster (frame) uit of een volledig beeld?) Reflextoestellen uit de top-klasse sturen een HDMI-signaal uit in plaats van een videosignaal (minstens 4× hogere resolutie). |
Gebruik de tracking-mogelijkheid van je autofocus
|
Als je vlinders, wilde bloemen en dergelijk fotografeert, moet je de tracking van je reflextoestel inschakelen. Bij Canon heet deze instelling Servo focus. Deze instelling gebruik je ook bij sportfotografie om sportmannen beter te kunnen volgen op het veld. Bij macrofotografie in de natuur is een dergelijke instelling ook nodig, want de kleinste windstoot doet de bladeren bewegen en de scherptediepte is extreem beperkt. De tracking autofocus moet de beweging van de natuur (of van het fototoestel) opvangen. Compact-toestellen hebben vanwege het gebruikte systeem geen tracking-mogelijkheid: van zodra de ontspanderknop half-ingedrukt wordt, wordt de focus vastgehouden.
Vergeet niet achteraf de tracking autofucus uit te schakelen (One Shot autofocus). Bij portretfotografie ga je scherpstellen op de ogen en dan het beeld herkadreren. Het is niet de bedoeling dat het fototoestel opnieuw scherpstelt op hetgeen toevallig in het midden van het beeld staat. |
Backfocusprobleem
| Bij macrofotografie komt het backfocusprobleem (dat inherent is aan iedere reflextoestel met stigmometerscherpstelling) sterk naar voren. Hier is het effekt storend, en het effekt beperkt zich niet tot lenzen met een extreme hoge opening (f/1.8 bijvoorbeeld). Het deel dat scherp is in de zoeker (en waarop werd scherpgesteld) is niet meer scherp als de foto genomen wordt. Beide vlakken (matglas en sensor) liggen namelijk niet perfekt op eenzelfde afstand. |
Vergelijking compact-toestel en reflex
| De vergelijkingsfoto's macrofotografie (compact fototoestel, reflex met normale lens, reflex met macro lens, reflex met extender) worden op een nieuwe pagina besproken. |



