Fotografie

Commerciële drukprocédés


Fotografie » Digitale doka » Printen » Drukprocédés I
Uitleg over het
rasteren
De bedoeling van het drukken is het produceren van grote oplages. Voor de komst van de laserprinter was het maken van drukwerk de enige mogelijkheid om documenten te publiceren. De vier meest voorkomende drukprocédés worden nog steeds gebruikt.

Hoogdruk

Het eerste systeem was de hoogdruk, waarbij de delen die afgedrukt moeten worden verhoogd aangebracht worden (heuveltjes). Dit systeem is niet geschikt voor fijn drukwerk omdat de inkt de neiging heeft om uit te lopen langs de randen van de tekens.

De Linotype is één van de eerste machines om automatisch letters te zetten. De tekst wordt lijn per lijn klaargemaakt. Bij het ingeven van de tekst vallen de stalen letters automatisch van een magazijn. Als een volledige regel klaar is, dan wordt die gegoten in lood (met een aantal additieven om het lood steviger te maken). De gebruikte stalen letters worden opnieuw naar het magazijn gestuurd. Wenst men van lettertype te veranderen, dan moet men een andere lettermagazijn gebruiken. Het mengen van lettertypes op één regel is niet mogelijk, dit is een kenmerk van de linotype. De tekst werd ter plaatse ingevoerd maar kon ook geleverd worden onder de vorm van een ponsband. Nieuwere toestellen hadden een modem en konden teksten ontvangen via de telefoonlijn. De linotype werd vroeger gebruikt om snel tijdschriften te drukken, het procédé raakte in onbruik van zodra er afbeeldingen geprint moesten worden.

De Monotype is een gelijkaardig systeem, maar hier worden de loden letters individueel gesmolten en dan regel per regel en blad per blad samengevoegd. Hier is het wel mogelijk verschillende lettertypes te mengen op één regel. Terwijl de linotype gebruikt werd in kranten, werd de monotype eerder gebruikt voor boeken.

Een gelijkaaardig systeem waarbij men een soepele "stempel" gebruikt is flexografie. De inkt wordt overgedragen door een cylinder die een fijn raster bevat. De overtollige inkt wordt afgeschrapt zodat de hoeveelheid inkt die op de stempel overgebracht wordt precies berekend is (de kans dat de inkt uitloopt is daardoor beperkt). Flexografie wordt gebruikt woor het maken van afdrukken op relatief soepele materialen zoals karton, plastiek en dergelijke. Hier ook is de kwaliteit van het drukwerk beperkt.

Letterset gebruikt een indirecte afdruk via een soepele rol, een beetje zoals offset, vandaar de naam die voor het procédé gebruikt werd: droog offset. Letterset werd zoals flexografie gebruikt voor het bedrukken van karton en ruw papier.

Vlakdruk

Offset en lithografie

Bij vlakdruk gebruikt men de eigenschap dat water en vet elkaar afstoten. Oorspronkelijk werd het af te drukken beeld op een speciale steen gevormd (lithografie). De gebruikte steen was een soort marmer dat zeer effen gepolierd kon worden. De delen die afgedrukt moesten worden werden ruwer gemaakt door inwerking van een zuur. Bij het drukken werd de steen eerst vochtig gemaakt en afgestreken. De vette inkt wordt afgestoten door de natte delen.

De offsetdruk is een vorm van vlakdruk waarbij de inkt overgedragen wordt van de drukrol naar het papier via een tussenrol (offset=overdracht). Zo kan men vermijden dat de drukrol vervuild geraakt door papiersnippers, waardoor de scheiding tussen water en inkt in het gedrang zou komen. De offsetrol wordt schoongeveegd bij iedere omwenteling.

De benaming vlakdruk verwijst naar het feit dat het drukprocédé niet gebaseerd is op relief om inkt vast te houden. De master die het te drukken beeld bevat is gemaakt van een soepele metalen plaat die om de cylinder gelegd worden.

Tegenwoordig gebruikt men geen water meer, maar het procédé is nog steeds gebaseerd op de afstoting van vette inkt door bepaalde stoffen. Dit procédé wordt gebruikt als men snel grote oplagen nodig heeft (dagbladen en tijdschriften).

Diepdruk of heliogravure

Bij diepdruk wordt de inkt vastgehouden in napjes (negatief relief). De overtollige inkt wordt afgestreken met een rakel zodat er enkel inkt overblijft in de kommetjes.

De naam heliogravure komt van het feit dat diepdruk het eerste procédé was waarbij de drukplaat via een fotografisch procédé gerealiseerd werd. Men gebruikte een soort gom die onoplosbaar werd als het aan licht blootgesteld werd. De niet belichtte gom werd gespoeld en de drukplaat met zuur behandeld zodat er een beeld met kleine kommetjes ontstond. Dan werd de gom volledig verwijderd. Het is een positief fotografisch procédé waarbij de onbelichte delen gegraveerd worden en kuiltjes vormen die de (donkeren) inkt vasthouden.

Nadien is men een cyclinder gaan gebruiken en werd het beeld met een laserstraal beschreven. Daardoor kon de machine sneller afdrukken maken.

De gomdruk is het fotografisch procédé dat aan de basis ligt van heliogravure, en waarbij men een éénmalige afdruk maakt van een foto door middel van een lichtgevoelige gom. Na het wassen blijft er gom over op de belichte plaatsen. De gom is gekleurd en vormt zo een copie van het origineel.

Bij diepdruk of heliogravure gebruikt men doorgaans dunvloeibare inkt. Dit procédé wordt gebruikt bij hoogwaardig drukwerk.

Mer dit procédé werden de eerste kleurafdrukken gemaakt (postkaarten). het historisch procédé (photochrome) wordt hier in detail besproken.

Doordruk of zeefdruk

Bij doordruk wordt de inkt door de persvorm gedrukt en komt op het papier terecht. Terwijl bij de andere drukprocédés speciale eisen aan de inkt en de drager gesteld worden, kan men met deze methode allerhande objecten bedrukken die anders moeilijk bedrukt kunnen worden (zoals plastiek en zelfs glas). De gebruikte inkt is een relatief vaste pasta die goed op het onderwerp blijft hechten. Zeefdruk wordt soms serigrafie genoemd (van "soie" (fr) of "silk" (en) dat als doek gebruikt werd).

De stencil die vaak op school gebruikt werd (tot de jaren '70) gebruikt ook een doordrukprocédé (merknaam is mimeo). Een blad wordt met een sterke was bestreken. Door de tekst te typen op een machine zonder lint wordt de was op de te drukken plaatsen verwijderd. Een stencil kon gebruikt worden voor het maken van een duizendtal afdrukken.

Stencils waren bijzonder populair tijdens de tweede wereldoorlog omdat een stencilmachine een relatief klein toestel was. Het was niet mogelijk aan de hand van letterafwijkingen de drukkerij te vinden, want de tekst werd met een gewone schrijfmachine gemaakt (waarvan er duizenden in omloop waren).

- -
Vervolg:
voorbeelden van machines in drukkerijen

Paginas die volgens Google je zouden kunnen interesseren