Fotografie


Fotografie » FAQ en tips » Scannen van documenten

Je kan documenten op twee manieren inscannen: met een flatbed scanner, of met een fototoestel

Als men documenten in de computer moet inlezen, dan denkt men meestal aan een flatbed scanner. Een flatbed scanner kan verschillende soorten documenten digitaliseren: foto's, brieven, boeken,... Het voordeel van een scanner is dat hij ervoor gemaakt is. Maar zo'n scanner is duur als je die enkel gekocht hebt om een paar teksten om te zetten. Een multifunction is dan beter geschikt (printer, copier, scanner).

Een scanner kan documenten verwerken die natuurlijk geplooid zijn zoals oude foto's. Maar de scherptediepte van een scanner is meestal zo beperkt dat bepaalde delen van het beeld onscherp zullen zijn als ze niet vlak tegen de glasplaat gelegd kunnen worden.

Een scanner heeft altijd een computer nodig. Veel multifunctions hebben een geheugenkaart lezer, maar die kan enkel gebruikt worden om documenten te printen, direct scannen naar de geheugenkaart is blijkbaar niet mogelijk.

Je kan natuurlijk ook een fototoestel gebruiken. De huidige toestellen hebben een zo hoge resolutie dat dit geen probleem meer zou moeten vormen. Dit zijn enkele tips om documenten goed te scannen met een fototoestel.

Gebruik een spiegelreflex, liefst met een prime lens (geen zoom). Zo'n lens geeft een beeld dat vrij is van geometrische vervormingen (ton of kussenvervorming). Een prime lens geeft doorgaans een scherper beeld dan een zoomlens. Als je een zoom zou gebruiken, gebruik een gemiddelde zoomwaarde (50 85mm). Indien je meerdere lenzen bezit, gebruik er dan n met zo'n brandpuntsafstand. Een langere brandpuntsafstand betekent dat je de lensaberraties kan verminderen (de meeste lenzen zijn niet gemaakt om de scherpste beelden te geven op een korte afstand).

Voor het diafragma gebruik je ook best een gemiddelde waarde, met een opening van ƒ/5.6 ƒ/8 krijg je de scherpste beelden. De scherptediepte is zodanig dat je de kromming van bepaalde documenten kan opvangen. Ook wordt het feit dat je fototoestel niet perfekt loodrecht staat opgevangen.

Hoe kleiner het diafragma, hoe meer licht je nodig hebt, en hier moet je een compromis zoeken, dus een gemiddelde waarde gebruiken. Bij ene te kleine opening moet je het tekort aan licht compenseren door een langere sluitertijd te gebruiken of door de gevoeligheid op te voeren, en dat doe je best niet teveel om de beste scans te maken.

Wat betreft de sluitertijd ga je best niet onder de 1/125: bewegingsonscherpte valt heel snel op.

Ga ook niet te hoog in de ISO-waarden. Ieder toestel is verschillend, maar het is een algemene regel dat je meer ruis hebt bij hogere ISO-waarden.

De parameters van de foto zijn de volgenden: sluitertijd: 1/180, diafragma: ƒ/4.5, ISO: 400, brandpuntsafstand: 80mm. Gemeten belichting van 9EV (bij 100ISO).

Je kan natuurlijk extra lichtbronnen gebruiken. Halogeenlerlichting heeft de voorkeur omdat de kleuren beter weergegeven worden, maar dergelijke lampen geven veel warmte af. Gebruik je flitsers, dan ben je zeker dat iedere foto op dezelfde manier belicht wordt. Fotos die met de flitser genomen zijn zien er meestal scherper uit. De kleurtemperatuur is heel geschikt en het toestel maakt automatisch de correcties.

De lichtbronnen moeten op een zekere afstand van het document geplaatst worden, en zeker niet te hoog, zodat er geen reflekties mogelijk zijn (blinkende cover van een boek, foto op glanzend papier,...). Dit is even belangrijk voor continu licht of voor flitslicht.

Als je flitsers gebruikt moet je een kleine diffusor voorzien om de oppervlakte gelijkmatig te belichten. Gebruik best twee flitsers om een evenwichtige belichting te bekomen. Je kan ook twee studioflitsers gebruiken met een kleine softbox.

Om een aantal foto's in dezelfde omstandigheden te kunnen nemen moet je volledig manueel werken. Maar je moet ook het toestel op een statief bevestigen. Statieven die het mogelijk maken het toestel naar beneden te richten zijn echter duur.

Voor de voorbeelden heb ik een HP scanner gebruikt met de standaard driver (TWAIN), en als fototoestel een Canon 5D Mk III. De grote beelden komen direct van het toestel, ze zijn enkel verkleind geweest (50%). De uitsneden zijn echter op het origineel formaat.

We merken dat het fototoestel een hogere resolutie heeft dan de scanner die op 300DPI ingesteld werd. Deze waarde is ideaal voor de meeste documenten: als je het raster ziet, dan weet je dat het zinloos is een hogere resolutie te gebruiken.

De foto heeft een andere gammacurve dan de scan, met de midtonen die helderder zijn. Door anders te belichten kan je de curve aanpassen: lichtjes onderbelichten en dan corrigeren in post-productie. Zo geef je meer aandacht aan de heldere of donkere tonen. De scanner werkt met een vaste belichting die niet ingesteld kan worden en in dit geval zijn er fijne details in de schaduwen verloren gegaan.

Zoals je merkt, kan je evengoed een fototoestel gebruiken om documenten in te scannen.

Scannen van documenten

Scan Photo

Paginas die volgens Google je zouden kunnen interesseren