Fotografie


Fotografie » FAQ en tips » Vlakbedscanner

Alles wat je moet weten over de vlakbedscanner: welke resolutie moet ik gebruiken, hoe kan ik dat stoorpatroon vermijden als ik foto's uit tijdschriften probeer in te scannen, enz.

De vlakbedscanners beschikken tegenwoordig over een CIS module (Contact Image Sensor), een module die over een lichtbron en een sensor beschikt en over het blad beweegt door middel van een stappenmotor. De sensor leest één volledige lijn in één keer.

De eerste CIS scanners gebruikten een soort TL lamp (CCFL: Cold Cathode Flourescent Lamp) die een perfect wit licht levert maar ongeveer een minuut nodig heeft om op te warmen. De scanner heeft een extra voedingsmodule nodig.

Tegenwoordig gebruikt men witte leds die minder stroom trekken, waardoor de voeding geleverd kan worden via de USB aansluiting.

Men schakelt ook over op driekleurenleds die afwisselend oplichten in de drie primaire kleuren. De frekwentie is zo hoog dat onze ogen wit licht zien. De sensor kan echter zeer eenvoudig zijn want er is geen kleurfilter nodig. Het aantal fotodiodes kan ook met een faktor drie verminderd worden.

Hieronder een zeer eenvoudige voorstelling van een scanner die met een resolutie van 600 dpi werkt (maximale resolutie). Bij deze resolutie wordt iedere fotodiode gebruikt en wordt het beeld lijn per lijn opgebouwd. In onze eenvoudige voorstelling geeft onze scanner een beeld met 72 pixels.

De aanduidingen onder de tabel (aantal pixels) worden gegeven indien er een A4 blad ingescand wordt.

600 dpi 300 dpi 150 dpi 75 dpi
4962×7020 pixels
(33 megapixel)
2481×3510 pixels
(8.3 megapixels)
1240×1755 pixels
(2.1 megapixels)
620×877 pixels
(0.51 mp)

Indien je aan 300 dpi werkt gebruikt de scanner één fotodiode op de twee en versprint iedere keer één lijn. Onze scanner levert nu een beeld met 20 pixels.

Als we overgaan naar 150 dpi dan wordt er één fotodiode om de 4 gebruikt en wordt er iedere keer drie lijnen overgeslagen. De scanner levert een beeld met 6 pixels.

Op de minimale resolutie wordt er één fotosite gebruikt, en dan worden er 7 fotosites overgeslagen. De digitalisering is supersnel, maar het beeld stelt niet veel voor: nauwelijks beter dan een oude monitor aan de VGA-norm.

Er zijn zeer weinig scanners die alle fotodiodes gebruiken en het beeld uitmiddelen tot de gewenste resolutie als je op een lagere resolutie werkt. De meeste scanners gebruiken gewoon minder fotodiodes.

Welke resolutie gebruiken?
De bedoeling is om alle informatie uit het beeld te halen, zonder dat het bestand te groot wordt.

In het geval van een kleurenfoto (klassieke filmfotografie) kan men zich beperken tot 300 dpi (en zelfs minder). De optische resolutie van een klassieke foto komt niet boven de 200 dpi. Door te scannen op 300 dpi ben je zeker dat alle details opgenomen worden. Voor tekeningen en schilderijen kan men zich ook beperken tot 300 dpi.

Een zwart-wit foto op zilverbasis heeft doorgaans fijnere details, waardoor men aan 300 of 600 dpi kan scannen. De zwart-wit chromogene foto's hebben dezelfde resolutie als kleurenfoto's, aangezien eenzelfde procédé voor de ontwikkeling gebruikt wordt.

Om laserafdrukken in te scannen volstaat 300 dpi (tekst, grafieken, schema's, plannen,...)

Voor krantenknipsels (enkel tekst), volstaat 150 dpi: de drukkerijen werken op een resolutie van 75 dpi.

Nu vraag je je waarschijnlijk af waarom dat scanners een resolutie van 75 dpi aanbieden, terwijl die in de praktijk niet gebruikt wordt... Sommige programma's laten toe een volledig blad snel te scannen op lage resolutie om dan een uitsnede te maken die op hoge resolutie ingescand wordt (het scannen op 600 dpi is niet snel, zelfs met een snelle computer).

Rasters!
In alle gevallen waarbij een raster aanwezig is (zelfs al is die niet goed zichtbaar met het blote oog) gebruikt men best de hoogste resolutie van de scanner, zelfs al worden de rasters gedrukt met een lijnafstand van 72 lijnen per duim.

Een raster zal altijd aanwezig zijn op de foto, dat je op een lage of hoge resolutie scant: de scanner maakt geen gemiddelde van opeenvolgende pixels. Om het raster uit te middelen moet je aan de hoogst mogelijke resolutie scannen en dan de foto achteraf verkleinen. Een goed fotobewerkingsprogramma zal de pixels uitmiddelen en het raster doen verdwijnen.

Rechts zie je enkele voorbeelden. We hebben iedere keer dezelfde cover ingescand aan een steeds hogere resolutie. De foto toont een uitsnede die alsmaar kleiner wordt als de resolutie groter wordt. In ieder geval is het raster goed zichtbaar.

Het raster is bijzonder storend op 150 dpi: het is alsof het scan algoritme interfereert met het raster. Op 600 dpi is de lineatuur van het raster duidelijk merkbaar.

75
 
150
 
300
 
600
Onder de eerste foto aan normale resolutie hebben we dezelfde foto, maar dan verkleind tot de helft en opnieuw uitgesneden. Bij de laatste scan is het resultaat te klein geworden om het volledig beeld te vullen. We bekomen een goed resultaat bij een verkleining tot 50%: het raster is nog steeds zichtbaar, maar stoort eigenlijk niet meer (zelfs niet op 150 dpi). We gebruiken een reductie van 50% als we het maximum uit een foto willen halen.

En uiteindelijk hebben we opnieuw dezelfde afbeeldingen, maar dan verkleind tot 1/3 van het oorspronkelijk formaat. Het raster is volledig weg, maar het beeld lijkt ook minder scherp. Het uiteindelijk resultaat hangt natuurlijk af van het raster zelf (drukprocédé), van de scanner en van de gebruikte software om de afbeelding te verkleinen.

Een concreet voorbeeld, want ik denk dat je volledig in de war bent.

We hebben een gerasterde afbeelding van 10 op 15 cm die we op een website willen plaatsen. Daarvoor hebben we een ruimte van 400 op 600 pixels. De vraag is nu: op welke resolutie moeten we scannen?

We hebben geleerd dat we driemaal groter moeten scannen, om het raster volledig te kunnen verwijderen. We moeten dus scannen zodat we een beeld op 1200×1600 pixels bekomen.

We moeten nu het aantal pixels omzetten in scanresolutie. We hebben 1200 pixels nodig voor 10cm, dus 120 pixels per cm. Uitgerekend maakt dit 305 pixels per inch. We kunnen dus op 300 dpi scannen om een foto te bekomen. De foto wordt dan verkleind naar 400×600 pixels voor publicatie op het net.

Indien de foto bewerkt moet worden, doe dit liefst op de foto als die verkleind is. De aanpassingen die aangebracht worden op het origineel beeld werken in op het het raster, dat uit gesatureerde kleuren bestaat, en dus niet goed bewerkt kan worden (verlies van lineariteit, kleurfouten,...).

Je kan wel de originele foto bewerken als het digitaliseringsfouten betreft: de zwarte stippen worden bijvoorbeeld donker grijs weergegeven, of het papier heeft een gele kleur. Hier moet je het ingescand beeld bewerken voor verkleining.

En een fototoestel? Kan die ook gebruikt worden om documenten in te scannen?

Met een aangepaste optiek bekom je uitzonderlijke resultaten als je de maximale vergroting gebruikt. Het beeld hieronder is eigenlijk al een kwart van het oorspronkelijk beeld. Een scanner werkt met een maximale resolutie van 600 dpi, een fototoestel kan gaan tot 4000 dpi, dus zesmaal beter!

Ik gebruik hiervoor een basislens EF-S 18-55, 50€ op ebay, en een tussenring EF 25 II van 150€.

Hier lees je hoe je documenten moet inscannen met een fototoestel.

Meer informatie over het drukken en de noodzaak van een raster.

Vlakbedscanner

Welke resolutie gebruiken om moiré te vermijden


Uitsnede uit het origineel beeld



Uitsnede uit 50% verkleind beeld



Uitsnede uit beeld verkleind tot 1/3

Paginas die volgens Google je zouden kunnen interesseren