Bioscoopfilm in kleur


Fotografie » TechTalk » Film » Cinema » Kleur » Technicolor

Technicolor is een iegenaardig procédé die zijn gelijke niet kent (en niet gebruikt werd in de fotografie).

Technicolor is een complex, duur en traag systeem dat speciale cameras nodig heeft. Het werd daarom enkel gebruikt voor grote produkties. Het Technicolor procédé heeft verschillende stappen doorlopen. Als men het over Technicolor heeft, dan bedoelt men Technicolor IV.

Geschiedenis van het Technicolor systeem

Technicolor I is een variatie op het Prizma systeem (zie de pagina bioscoopfilm in kleur), met twee films die in de camera belicht worden en een projector die eveneens twee films gebruikt. Een prisma dient om het licht te splitsen in de camera en om het licht weer samen te stellen in de projector. In de projector is de prisma kantelbaar opgesteld om registratiefouten te corrigeren. Dit systeem was eigenlijk niet goed en er was constant een operator nodig om de prisma bij te stellen.

Technicolor II gebruikt elementen van het Multicolor/Cinecolor systeem. Hier ook gebruikt men dubbele film en een prisma om het licht te verdelen. Na de ontwikkeling en toning worden de twee films aan elkaar bevestigd. Dit systeem heeft de nadelen van de voornoemde systemen, namelijk de film die krom trekt, een keer in de ene richting, dan in de andere richting. Het effekt is bijzonder aanwezig bij het Technicolor systeem.

Technicolor III vangt het probleem op door één enkele emulsie te gebruiken bij de projectie. De camera is dezelfde gebleven, maar de projectiefilm wordt op een andere manier gerealiseerd.

Men gebruikt een procédé die door Handschiegl besproken werd (en die hier verder ontwikkeld wordt). Het zilver wordt verwijderd, en samen met het zilver ook de emulsie (op de plaatsen die belicht zijn geweest). De emulsie wordt gehard door een aangepaste ontwikkelaar.

Met dit systeem zijn zeer felle kleuren mogelijk. Het is geen scheikundig proces waarbij de keuze aan bruikbare kleurstoffen beperkt is, het procédé is eerder verwant met de drukkerij waarbij kleurstoffen op het blad gedrukt worden. In het engels gebruikt men de benaming "imbibition" (doordrenken).

Technicolor IV is de laatste stap. Men gebruikt hier drie kleuren, dus een camera die nog zwaarder, complexer en lawaaierig is. De driedubbele prisma maakt het systeem bijzonder weinig lichtgevoelig: 5 ISO! Omdat men de sluitertijd niet kan verlengen en men ook beperkt is wat betreft de lichtsterkte van de lenzen moet men extra belichten, zelfs bij buitenopnames.

Uitleg werking Technicolor

Men heeft dus drie films, die door middel van filters belicht worden, zodat iedere film voor één kleur codeert. De films worden op een speciale manier ontwikkeld, waarbij het zilver dat ontwikkeld wordt weggespoeld wordt (samen met de emulsie). Men bekomt zo drie nagenoeg doorzichtige films, waarbij het beeld gevormd wordt door de dikte van de overgebleven emulsielaag.

De films worden dan in complementaire kleuren gedrenkt en het beeld wordt van ieder film wordt overgedragen op een blanko emulsie. De blanko emulsie heeft al een optische audiospoor gekregen, alsook een projectiekader. De audiospoor moet bijzonder scherp zijn, en dit kan niet gerealiseerd worden met de kleuroverdracht.

Voordat de kleuroverdracht kan plaatsvinden wordt de blanko emulsie behandeld om het uitlopen van de kleuren te voorkomen (mordançage). Dit effekt is meer aanwezig als men drie kleuren gebruikt in plaats van twee (Technicolor IV).

Soms krijgt de blanko emulsie een licht monochroom beeld (op basis van de film die voor het groen gebruikt wordt), dit wordt gedaan om het contrast te verhogen (skeleton black). Eenzelfde procédé wordt gebruikt in het drukkerswereld waar men extra zwarte inkt gebruikt in de dondere delen van het beeld (quadrichromie). Het monochroom beeld met geluidsspoor en kader wordt hier ook Key genoemd zoals in de drukkerswereld.

Het skeleton black zal ook gebruikt worden bij Eastmancolor (zie pagina bioscoopfilm in kleur), de procédure heet dan skip bleach (het niet spoelen van het zilver) om een meer contrastrijk beeld te bekomen ten koste van de kleurintensiteit.

Het is mogelijk een honderdtal copiën te maken vanaf de drie films, als iedere keer de film opnieuw in kleurstof gedrenk wordt. Het systeem vertoont veel gelijkenissen met het drukken.

Andere eigenschappen van Technicolor

Het systeem was kenmerkend voor een bepaalde periode en werd gebruikt voor de grote produkties. Als men tegenwoordig een film maakt die zich in de jaren 1950 afspeelt, dan gebruikt men een digitale filter om de beelden een Technicolor look te geven.

Technicolor heeft een lagere resolutie dan films die langs scheikundige weg bekomen werden, maar de kleuren zijn veel meer stabiel, beter te doseren en de fijne details kunnen beter weergegeven worden.

Omdat de resolutie wat beperkt is, kan het systeem niet gebruikt worden voor CinemaScope (breedbeeld), waarbij het beeld horizontaal uitgerokken wordt. De meeste bioscoopzalen werden aangepast om CinemaScope films weer te geven omdat dit veel gevraagd werd.

Om breedbeeld te bekomen, moet men werken met film die horizontaal loopt, zodat er een breder kader gebruikt kan worden (zoals bij de fotografie). Dit is het systeem Technirama (er werden in totaal een 50-tal films uitgegeven in Technirama).

Technicolor IV gebruikt extreem zware en lompe camera's (onmogelijk te gebruiken met een steadycam!) die veel lawaai maken. Er wordt uiteindelijk gewerkt met Eastman Kodak film (Eastman Color Negative et Eastman Color Positive), enkel de uiteindelijke projectiefilm wordt in Technicolor opgenomen omdat de emulsie zeer stabiel is.

De speciale Technicolor cameras konden enkel gehuurd worden, en de ontwikkeling moest noodgedwongen via de Technicolor laboratoria passeren, wat een meerkost betekende. Het aantal films dat een laboratorium per dag kon afleveren was ook beperkt, wat de gelijktijdige release van films in alle bioscoopzalen bemoeilijkte.

Er bestonden laboratoria die Technicolor films ontwikkelden tot eind jaren 1990.

De filmcamera Technicolor IV gebruik een film die belicht wordt met het groen component en een bipack gevoelig voor blauw licht (kant naar de lens) en rood (andere kant).

Hier ook worden de twee films met de emulsies tegen elkaar gebruikt, met een rode kleurfilter tussenin.

Normale emulsie met de drager donkergrijs en de emulsie lichtgrijs aangegeven.

De emulsie wordt met een speciale ontwikkelaar behandeld zodat de emulsie hard wordt op de belichte plaatsen.

De emulsie wordt dan gewassen, waarbij er enkel emulsie achterblijft op plaatsen die belicht zijn geweest.

De emulsie wordt in een kleurbad gedrenkt. De emulsie neemt de kleurstof op, de drager zelf neemt geen kleurstof op.

De gesatureerde emulsie wordt dan in contact gebracht met een blanko emulsie die de kleurstof overneemt.

De eerste film wordt verwijderd en de procedure wordt herhaald met de tweede kleur (en derde kleur bij Technicolor IV), het resultaat is een band die alle kleuren opgenomen heeft.

Paginas die volgens Google je zouden kunnen interesseren