Kleurprocédés


Fotografie » TechTalk » Film » Ontwikkeling »
Lijst van alle kleurprocédés

Deze pagina bevat een lijst van de verschillende kleurprocédés die toegepast zijn geweest in de loop der jaren. We hebben het hier over de algemene procédés, een paar specifieke procédés die belangrijk zijn geweest worden op verschillende pagina's verder besproken.

Alle procedures om kleur te bekomen in één tabel (zie ook tabel hiernaast enkel voor fotografie).

Veel van de vermelde procédés zijn ook toegepast onder een andere naam (en soms een licht afwijkend procédé om de patenten te ontwijken), maar eenzelfde naam werd soms gebruikt voor verschillende procédés (Agfacolor, Kodacolor, Technicolor...)

Procédés werden soms gebruikt voor fotografie (stilstaande beelden en eventueel drukwerk) en/of bioscoop.

Overzicht kleurprocédés

Fotografie en bioscoop

Chromatisatie
Om te beginnen moeten de filmemulsies, die tot nu toe enkel gevoelig waren voor blauw licht, ook gevoelig gemaakt worden voor alle kleuren. In 1873 heeft Hermann Wilhelm Vogel ontdekt dat de emulsies gevoelig konden gemaakt worden door bepaalde kleurstoffen aan de emulsie toe te voegen. De kleurstoffen absorberen de lichtstralen en maken zo de nabijgelegen zilverzouten ook gevoelig voor de gefilterde kleuren. Deze eerste emulsies waren enkel gevoelig voor groen (en blauw), maar het was een eerste stap (orthochromatische emulsies).

Manuele procédés

Kleuren en tonen

Bij het kleuren wordt de doorzichtige emulsielaag gekleurd, men bekomt dus een donkerder beeld. Dit werd soms gedaan bij zwart-wit bioscoopfilms: men kleurde een reeks beelden in het rood bij een brand, in het blauw bij een "nachtscène", in het groen bij een scène in het bos.

Nadien ging men de individuele beeldjes inkleuren. Het was een arbeidsintensief procédé waarbij ieder beeld van ieder film individueel gekleurd moest worden, zoals men ook individuele foto's inkleurde.

Meer informatie over
het tonen
Het tonen (omkleuring) is het vervangen van het zilver door andere metalen of het verbinden van het zilver met andere componenten, waardoor men een andere kleur bekwam op de plaats van het zilver (de emulsielaag op zich veranderde niet). Het tonen werd vooral gebruikt bij fotografie om de afdruk stabieler te maken, maar zal later ook gebruikt worden bij Bipack systemen.


Stencil

Het systeem van inkleuren werd gedeeltelijk geautomatiseerd door een stencil te gebruiken. De stencil was uitgesneden op de plaatsen waar er kleur op de film aangebracht moest worden. Er was één stencil nodig per kleur dat aangebracht moest worden, maar de stencil kon gebruikt worden voor een aantal opeenvolgende beelden, en natuurlijk voor alle opeenvolgende films. Het was nog altijd een complex procédé dat vooral in Frankijk toegepast werd onder de naam Pathécolor en Pathéchrome.


Stenciltechniek

Meer informatie over
additieve kleuren

Additieve systemen

Bij additieve systemen gebruikt men dezelfde filters bij de belichting en bij het bekijken van het beeld (foto of projectie). Men gebruikt dan meestal de kleuren van het additief kleurmodel die een groter gamut hebben. Deze filters zijn donkerder dan de filters die gebruikt worden voor subtractieve kleurmenging, waardoor de emulsies minder lichtgevoelig zijn.

Bij dit kleursysteem zijn de kleurstoffen naast elkaar geplaatst zodat men additieve menging bekomt (de uiteindelijke kleur is helderder dan de primaire kleuren: rood + groen = geel). Of men gebruikt twee of drie projectoren die de primaire kleuren projecteren.

De sensoren van moderne fototoestellen gebruiken een kleurfilter gebaseerd op de additieve kleuren: deze filter slorpt 2/3 van het licht op. Ook televisie- en computerschermen gebruiken additieve kleurmenging.

Lenticulair systeem

Bij dit systeem heeft het fototoestel een kleurfilter voor de lens bestaande uit kleurstroken, en de emulsie is uitgerust met fijne verticale lensjes. Bij de projectie wordt opnieuw hetzelfde systeem gebruikt. Het systeem was niet praktisch (de kleurstroken moesten perfekt gepositionneerd worden bij de projectie). Het systeem werd eerst ontworden voor stilstaande beelden.

Een poging om dit systeem toe te passen op bioscoopfilm was het procédé Thomsoncolor dat gebruikt werd voor de film "Jour de fête". Het moest het frans antwoord worden op de alles overheersende Technicolor maar mislukte volledig. Gelukkig werd er samen met de kleurenfilm ook een zwart-wit film gemaakt. In 1988 worden de originele spoelen in Thomsoncolor herontdekt. Het bovenhalen van de kleurinformatie zal bijna 10 jaar in beslag nemen door ieder beeld op hoge resolutie te scannen en het rasterpatroon te analyseren.

Men vindt nog een overblijfsel van dit systeem in de xografische afbeeldingen, dit zijn stereoscopische beelden waarbij ieder oog een verschillend beeld ziet door middel van kleine vertikale lenzen die op het blad aangebracht worden.


Temporal synthesis (sekwentieel systeem)

Er zijn verschillende bioscoopsystemen in omloop geweest waarbij de film door een roterende filter belicht werd, ieder beeld werd afwisselend belicht door een rode en een groene filter . Een gelijkaardige kleurfilter moest dan gebruikt worden bij de projectie.

Bij sommige systemen werd de emulsie zelf gekleurd, waardoor men de kleurfilter achterwege laten. Zo werden ook synchronisatieproblemen vermeden en konden ook normale projectietoestellen gebruikt worden.

Meer informatie over
Kinemacolor
Om een aanvaardbaar beeld te geven moest de beeldsnelheid opgevoerd worden naar 32 beelden per seconde. Er werden ook testen gedaan met een driekleurensysteem, maar dan moest de beeldsnelheid to hoog worden dat het niet praktisch was. Het meest bekende procédé was de Kinemacolor.


Spatial synthesis (meerdere opnames op de film)

Bij dit systeem worden er simultaan meerdere opnames op de film gemaakt. Er zijn drie kleurfilters gebruikt en er worden simultaan drie beelden opgenomen. De weergave gebeurt op dezelfde manier, met een projector met kleurfilters. het meest bekende systeem was de Chronochrome van Gaumont.

Het systeem werd ook gebruikt voor fotografie, maar men gebruikte dan een fototoestel met drie lenzen. De drie bekomen afbeeldingen konden bekeken worden door een vrij onhandig apparaat, maar het was eerder de bedoeling dat de afbeeldingen geprojecteerd werden. Men gebruikte dan een projectietoestel met drie lenzen om de parallaxfouten te vermijden.


Meer informatie over
kleursystemen met mozaïek of raster

Mozaïek en raster

Het systeem dat het meest succesvol bleek te zijn was het Autochrome, met miljoenen fotografische platen verkocht. Bij dit systeem gebruikt men een kleurfilter bestaande uit gekleurde zetmeelkorrels. De Autochrome was eerder geschikt voor fotografie (de bioscooptoepassing onder de naam Cinécolor was geen succès)

De oorspronkelijke Agfacolor was ook een mozaïeksysteem (Agfacolor Screen Plate), om een paar jaren later vervangen te worden door een echte chromogeen systeem (Agfacolor Neu).

Het Dufay systeem werd gebruikt voor bioscoopfilms en men gebruikte een gekleurde rooster. Het rooster bleek minder storend dan de zetmeelkorrels die een onrustig beeld gaven.

Het Finlay systeem gebruikte een kleurrooster, maar voor fotografie.

Het Paget (fotografie) systeem gebruikt één enkele gekleurde rooster, waarmee verschillende negatieven belicht kunnen worden. De negatieven kunnen gemakkelijk gecopieerd worden door contact copie. Om de kleur opnieuw te doen verschijnen wordt er gelijkaardige rooster over de afbeelding gelegd. Men heeft hier het voordeel dat men een heldere film kan gebruiken voor de opname (vlakke curve, minder sterke filtering), terwijl men achteraf een filter met beter gedefinieerde kleuren kan gebruiken.

Door het gebruik van de kleurfilters was de lichtgevoeligheid beperkt (film viermaal minder gevoelig), dit is eigen aan alle additieve systemen. Om het effekt wat te beperken gebruikte men filters met een redelijk vlak verloop: het gevolg was dat de kleuren weinig gesatureerd waren.


Principe van het lenticulair systeem


Sekwentieel kleursysteem


Kleurenmozaïek en raster

Meer informatie over
subtractieve kleuren

Subtractieve systemen

Bij subtractieve systemen gebruikt men kleurstoffen in lagen, waardoor de uiteindelijke kleur donkerder is dan de fundamentele kleuren (cyan + magenta = blauw). Een lichtstraal moet door de drie filters passeren. Ook het drukken is een subtractief systeem, hoe meer inkt er geprint wordt, hoe donkerder het beeld.

Photochrome

Dit is niet echt een fotografisch systeem, maar eerder een drukprocédé om talrijke afdrukken te bekomen. De photochrome wordt hier in detail besproken.


Op het einde van de periode van de Photochrome is het al mogelijk foto's in kleur te maken (Autochrome Lumière en Agfacolor Ultra Screen), maar deze methoden zijn niet geschikt voor het realiseren van drukplaten.

En zo zien we dat er twee opeenvolgende foto's genomen worden, één in kleur en de andere in zwart-wit. Men ziet heel goed dat het verschillende foto's zijn (positie van de arm van de persoon midden in beeld en rotatie van het meisje). Waarom zou men specifiek twee foto's nemen van eenzelfde onderwerp, in een periode waarin de filmemulsies niet bepaald goedkoop waren?

Het monochroom beeld zal gebruikt worden voor het realiseren van de drukplaten, terwijl de kleurenfoto zal dienen om de kunstenaar te helpen bij het aanpassen van de drukplaten (foto's afkomstig van Otto Goedhart). In dit specifiek geval zijn de juiste kleuren van belang, want het betreft een boek over de traditionele klederdracht van de mensen uit Beieren.

In een aantal gevallen waarbij men over de Agfacolor kleurenfoto en de kleurenafdruk in een tijdschrift beschikt ziet men dat de kunstenaar de verkeerde kleur gebruikt heeft of uitgegleden is bij het aanpassen van de gravure (dergelijke details zijn enkel te zien met een vergrootglas).


Dye transfer

Een andere naam voor dit procédé is imbibition process. Er wordt gewerkt met drie emulsies die belicht worden door kleurfilters. De emulsies worden op een speciale manier ontwikkeld, waarbij de gelatine van belichte delen wordt weggespoeld.


Meer informatie over
het Bipack systemen

Bipack systemen

Bij een bipack systeem gebruikt men twee films met twee gevoelige lagen en daartussen een gele filter. De eerste laag is orthochromatisch (enkel gevoelig voor blauw en groen), de onderste laag is panchromatisch (gevoelig voor alle kleuren), maar krijgt enkel gele, orange en rode licht.

Voor de projectie werden de twee films aan elkaar bevestigd met de gekleurde emulsies (toning) aan de buitenkant. Er zijn talrijke varianten op dit principe ontworpen.


Meer informatie over
andere kleursystemen

Chromogene ontwikkeling

We hebben eindelijk een modern systeem, in feite twee systemen: het Agfacolor/Eastmancolor (negatief) en Ektachrome (positief) waarbij de kleurstoffen in de film zitten en tijdens de ontwikkeling zichtbaar worden, en het Kodachrome (positief) waarbij de kleurstoffen toegevoegd worden via de verschillende baden.

Dit zijn de films die algemeen gebruikt werden (fotografie en bioscoop).


Chromolyse (dye destruction)

Dit is een systeem waarbij de kleurstoffen vernietigd worden bij de ontwikkeling van de zilverkristallen. Het systeem werkt omgekeerd dan het chromogene systeem waarbij kleurstoffen zichtbaar worden als de zilverzouten ontwikkeld worden.

Omdat de kleurstoffen reeds zichtbaar zijn bij de belichting is dit systeem minder lichtgevoelig dan bij chromogene ontwikkeling. Waarom gebruikt men dan dit systeem? De kleurstoffen zijn stabieler dan de kleurstoffen gebruikt bij de chromegene ontwikkeling en het spectrum is beter.

Bij bioscooptoepassingen bestond er slechts één systeem, Gasparcolor (het systeem wordt in detail besproken op de pagina over andere kleursystemen).

Het principe werd echter verder gebruikt bij fotografie, namelijk Cibachrome (later Ilfochrome): dit was hoogwaardig fotografisch papier (positieve ontwikkeling). Omdat de ontwikkeling positief was, werd Cibachrome papier soms direct gebruikt in grootformaat camera's (met sluitertijden van meerdere minuten). Men bekwam zo een unieke afdruk met ongelofelijk scherpe en goed gedefinieerde kleuren. Vanwege de lange sluiterijd waren er geen bewegende onderwerpen in beeld (effekt vergelijkbaar met het Daguerreotype).


Meer informatie over
instant fotografie

Kleurdiffusie

De verschillende systemen voor instant fotografie zijn gebaseerd op de diffusie van de kleurstoffen naar een buitenlaag, zodat de foto zichtbaar wordt.

Bij de ontwikkeling worden de kleurstoffen gebonden aan het zilver dat ontwikkeld wordt. Op plaatsen waar er geen zilver ontwikkeld wordt (donkere delen van het beeld) kunnen de kleurstoffen vrij migreren. Instant fotografie bestaat nog steeds (Fuji Instax), maar het is een beperkte markt.
Dye transfer - Inbibition process



Drie gekleurde filmplaten worden op een vel papier gedrukt.

Paginas die volgens Google je zouden kunnen interesseren