Platstrijken met flitser


Fotografie » Flitsers » Platstrijken

Met flitser, ƒ/5.6 ƒ/5.6 1/250 200ISO
Zonder flitser, ƒ/4 1/125 200ISO
Zonder flitser, bewerkt
Rechts een voorbeeldfoto wat er bedoeld wordt met platstrijken ("foto met flitser"). Er is veel tegenlicht, waardoor men geneigd is extra te flitsen. De foto met flitser is "technisch" geslaagd (de belichting is correct), maar alle relief is weg. Het gezicht van het model heeft alle karakteristieke eigenschappen verloren. Het lijkt wel een pasfoto. Veel beginnende fotografen zien dit als een geslaagde foto, maar eigenlijk is de foto waardeloos. Zulke foto's ziet je vaak bij fotografen die op events en fuiven rondlopen.

Als je een flitser gebruikt, mag het effekt van de flitser niet zichtbaar zijn. Eigenlijk mag de flitser enkel zichtbaar zijn als een tinteling in de ogen (catchlight). Naast het feit dat het frontaal licht van de flitser alle relief weggewerkt heeft zie je ook een lelijke schaduw. Zo'n schaduw wordt schaduwzoom genoemd en wordt gezien als een artistieke fout.

In de studio wordt er soms met een grote softbox gewerkt, waardoor ook alle relief platgedrukt wordt. In de studio kan je met je lichtbronnen spelen, gebruik dus kleinere softboxen en plaats die links en rechts op verschillende afstanden.

We keren even terug naar de foto: hoe zou je in een dergelijke situatie werken? De foto zonder flitser heeft grauwe tinten, veroorzaakt door het feit dat het model in de schaduw zit. Dit is goed te zien aan het histogram waarbij de rode tinten eerder naar links verschoven zijn (donkere kant). De grauwe kleur kan gemakkelijk opgelost worden door de kleuren aan te passen (meer rood en minder blauw). De foto met flitser, die is eigenlijk niet te redden.

Ook willen we wat meer details hebben in het deel buiten, dat op de foto zonder flitser overbelicht is. Dit is meestal te redden als de foto in RAW opgenomen is, maar ook een foto in JPEG heeft vaak meer details dan wat je scherm toont: door de beperkte weergavemogelijkheden van de meeste monitoren zijn de gemiddelde tonen te helder (verkeerde gamma), waardoor alle heldere beeldelementen gecomprimeerd en te helder weergegeven worden. Vaak volstaat het de heldere delen van het beeld wat donkerder te maken om beeldelementen te laten zien die anders niet zichtbaar zouden zijn.

Wat de helderheid betreft is er niets aan te merken op beide fotos: het toestel dat in auto-mode werkte heeft het flitslicht mooi gecompenseerd door een kleinere opening en een kortere sluitertijd te gebruiken.

Ofwel werk je zonder flitser en corrigeer je achteraf, ofwel werk je met flitser, maar dan moet het vermogen naar beneden. Dit kan best door te werken in manuele modus op je fototoestel (anders weet je toestel niet wat hij eigenlijk moet doen) en de foto ongeveer één stop onderbelichten. De flitser die in TTL modus werkt krijgt dan het bevel die ene stop te overbruggen. De foto met flitser is belicht op ƒ/5.6 en 1/250, de foto zonder flitser op ƒ/4 en 1/125. We kiezen ƒ/5.6 en 1/125.

De flitser geeft een zeer korte lichtpuls en het veranderen van de sluitertijd op het fototoestel zal weinig invloed hebben op de hoeveelheid licht dat van de flitser komt (de sluitertijd mag niet hoger zijn dan 1/250 als je een spiegelreflex hebt). Om de invloed van de flitser te verminderen ga je met een kleinere opening werken en een langere sluitertijd (sluitertijd niet langer dan 1/60 om bewegingonscherpte te vermijden). De kleinere opening zorgt dat er minder licht op de sensor valt, en dit wordt gecompenseerd (voor het omgevingslicht) door een langere sluitertijd.

De beste oplossing is te werken met een losse flitser (afstandsbestuurd), die hoog geplaatst wordt links naast de fotograaf om het deel dat (te) donker wat extra licht te geven. Er bestaan afstandsbedieningen zoals Pocket Wizard die de commando's kunnen overbrengen, maar je kan ook de flitser manueel laten werken en een gewone goedkope afstandsbediening gebruiken. Na een paar testen weet je hoe sterk de flitser moet werken.

Kan je het vermogen van de flitser niet instellen (je gebruikt bijvoorbeeld een goedkope flitser op ebay gekocht), dan kan je het schijnbaar vermogen regelen door de flitser dichter of verder te plaatsen, of door hem te richten naast het model of nog beter naar het plafond zodat de flitser zeer gelijkmatig licht straalt. Je kan ook spelen met de sluitertijd en de lensopening. Gebruik je een kleinere opening (hogere f-waarden), dan moet je een langere sluitertijd gebruiken om eenzelfde belichting te bekomen. Bij een kleinere opening en langere sluitertijd is de bijdrage van de flitser minder.

Het "platstrijken" van een foto betekent dat alle relief van een foto weggewerkt wordt door frontaal licht.

Door het gebruik van een losse flitser (niet op het toestel gemonteerd) kan je een platte foto vermijden. De flitser wordt op afstand bestuurd vanaf een zendertje op het fototoestel.

Maar wens je het beste, dan kies je voor studioflitsers op batterijen, die je op lokatie kan gebruiken. Een minpunt daarbij is dat deze flitsers zwaarder zijn, maar de batterij gaat ook veel langer mee en je hebt ook een modelling light. De softboxen moet je niet meenemen op verplaatsing, de standaard diffusor op de flitser volstaat.

Paginas die volgens Google je zouden kunnen interesseren

-