Medium formaat


Fotografie » TechTalk » Reviews » Bodies en systemen » Medium formaat

Het is niet de bedoeling van een specifiek medium formaat fototoestel in detail te bespreken, maar om niet in het ijle te vertellen zal ik één toestel als voorbeeld gebruiken: de Pentax 645Z.

De benaming "645" zou al een belletje moeten doen rinkelen. Bij medium formaat filmtoestellen is er niet één enkel beeldformaat, de afmetingen van het beeld worden door het fototoestel bepaald. De hoogte ligt vast, dat is de breedte van de filmemulsie en die bedraagt 6cm (56mm bruikbare hoogte om precies te zijn). 645 verwijst naar één type fototoestel, namelijk toestellen die afbeeldingen maken van 6 op 4.5cm (56×41.5mm). De foto's zijn in portret mode, behalve bij toestellen waarbij de film van boven naar beneden beweegt.

De Pentax 645Z gebruikt echter een kleiner sensor (maar toch nog groter dan die van een kleinbeeld fototoestel): 32.8×43.8mm in plaats van 24×36mm. Echt veel groter is de sensor dus niet, ongeveer 1.3× groter in lengte en 1.66× groter in oppervlakte. Er is een veel groter procentueel verschil in oppervlakte tussen een APS-C sensor en een full size sensor (kleinbeeld): 15.5×23.7 bij Nikon, dus 1.5× groter in lengte en 2.3× groter in oppervlakte.

De eerste afbeelding toont goed de verschillen tussen een reflex met APS-C sensor, een reflex met klassieke full frame sensor, de Pentax 645Z en uiteindelijk de oppervlakte van de originele 645 beelden.

Er zijn echter niet zoveel zichtbare verschillen tussen het filmtoestel (645N) en het digitaal toestel: beide hebben dezelfde algemene vorm met grote spiegel en trapeziumvormige prisma. Ik zou durven zeggen dat ook de bediening niet zoveel verschillend is (ik heb heel lang geleden nog met een film medium formaat gewerkt).

Wat kunnen we met de wat grotere oppervlakte doen? We kunnen ofwel meer pixels plaatsen, ofwel grotere pixels gebruiken. Meer pixels lijkt de meest normale oplossing, maar daarvoor kiezen de mensen niet een medium formaat toestel. Met meer pixels heb je niet noodzakelijk betere beelden.

Een groter aantal pixels brengt ook een aantal nadelen met zich mee: de bestanden worden veel groter, de camera werkt trager om al die pixels te verwerken, en uiteindelijk zijn de foto's niet veel beter dan die van een normale reflextoestel. Het is alsof je een auto met meer pk's zou bouwen, maar dan met smalle bandjes en standaard schokdempers.

Hier heeft men gekozen voor zowel grotere pixels als een kleine verhoging van hun aantal. Door grotere pixels te gebruiken kan men de dynamiek verhogen, dat wil zeggen het bereik dat in één foto opgenomen kan worden. Grotere pixels produceren ook minder ruis: de hoeveelheid ruis hangt af van de dynamiek van de sensor. De dynamiek is namelijk het verschil in belichting tussen de donkerste delen (die juist boven de ruis uitsteken) en de maximale belichting waarbij de sensor niet overstuurd wordt. Grotere pixels kunnen dus meer belichting ontvangen en daardoor kan de versterking lager ingesteld worden, waardoor de ruis ook minder versterkt wordt.

Omdat men toch nog altijd heel veel pixels heeft (meer dan wat nodig is om een normale afdruk te maken), dan kan men door pixel binning (het samenvoegen van aangrenzende pixels) de signaal-ruisafstand nog verder verbeteren.

Het aantal pixels bedraagt 8256 × 6192 (51Mp). Door pixel binning kan men de beeldafmeting reduceren naar 4128 × 3096 pixels (nog altijd een zeer hoge waarde die resulteert in een 12.8 megapixel beeld). Als je foto's neemt in de hoogste ISO-stand dan is er wel degelijk veel ruis aanwezig, maar door pixel binning wordt de ruis sterk uitgemiddeld. Dat is het voordeel van een fototoestel met veel pixels te hebben.

Dit toestel heeft een uitstekende dynamiek (kan meer dan 14EV aan in één foto): ik ben geen voorstander van het RAW formaat, maar hier gebruik je best dit formaat om alles uit de sensor te halen. De sensor wordt trouwens gemaakt door Sony. Ook Nikon gebruikt Sony sensoren in zijn toptoestellen. Eigenlijk zijn nagenoeg alle grote sensoren door Sony gemaakt.

Een grotere gevoelige oppervlakte betekent ook dat de lenzen "minder scherp" mogen zijn: de pixels zijn groter en het oplossend vermogen van de lens mag al wat minder zijn. Met een goede kwaliteitslens is er nog speling tot een sensor van 100Mp (en die zijn er aan te komen in medium formaat).

In vergelijking met zijn voorgander, de 645D, is dit toestel uitgerust met een CMOS sensor in plaats van een CCD, waardoor er live view mogelijk is. De CMOS sensor trekt minder stroom, waardoor die ook niet dreigt oververhit te geraken.

Minpunten

Minpunten heeft het toestel ook: het blijft een niche-produkt, waardoor de ontwikkelingskosten zwaarder doorwegegen in de uiteindelijke prijs. Om de prijs wat te drukken wordt de autofocus sensor van een Pentax APS-C toestel gebruikt. Het werkt, maar de meting is beperkt tot het midden van het beeld.

In tegenstelling met de basistoestellen waar er een zeer sterke concurrentie is tussen de merken en ieder fabrikant om de 6 maanden met een nieuw toestel moet uitkomen wordt er hier slechts een toestel gelanceerd om de zovele jaren. De trend die zichtbaar is bij de full frame toestellen is hier nog meer aanwezig.

Het aantal beschikbare lenzen is beperkt en hier ook komen er weinig nieuwe lenzen bij. De prijs van de lenzen is hoog, zelfs voor oudere lenzen die nog een focus-aandrijving met schroef hebben. Een beeldstabilisator bestaat niet (niet dat die echt nodig is voor het type fotografie dat met dit type toestel bedreven wordt).

Het toestel is trager dan een kleinbeeldreflex (scherpstelling, beeldverwerking) en bepaalde funkties die we als normaal zijn gaan zien bij kleinbeeld zijn nog niet aanwezig. Bij andere merken zien we hetzelfde fenomeen, de GFX 50S van Fujifilm is een medium formaat toestel (zelfde sensorafmetingen als de Pentax), maar zonder spiegelsysteem waardoor het toestel minder zwaar en lomp is. Bij de Fujifilm is de ISO waarde beperkt tot 12.800 (terwijl deze toestellen samen met de Hasselblad X1D-50c dezelfde Sony sensor gebruiken, maar met eigen stuurelectronica).

Kopen of niet?

Zoek je de hoogste kwaliteit en de laatste technische snufjes, dan is een medium frame niet noodzakelijk de beste oplossing. De technische evolutie loopt altijd wat achter. Misschien niet op het vlak van de beeldsensor, maar wel op het vlak van de automatismen zoals een snelle autofocus, HD video opnames, enz.

Je kan dezelfde bokeh bereiken met een ƒ/1.4 lens op een full frame als met een ƒ/2.4 lens op een middenformaat. Dergelijke lenzen bestaan echter niet, de grootste opening is ƒ/2.8. Je kan dus met een kleinbeeldtoestel een kleinere scherptediepte bereiken dan met een medium formaat. Je kan het onderwerp dus beter isoleren uit de achtergrond met een kleinbeeldtoestel en een lichtsterke lens dan met een medium formaat met de meest lichtsterke lens die ongeveer 4000€ kost.

Sony levert de sensoren van bijna alle medium formaat toestellen, maar levert ook sensoren aan Nikon. Vaak zijn de Nikon sensoren recenter dan die die gebruikt worden in een medium formaat. Je kan dus even goed overwegen om de laatste Nikon spiegelreflex te kopen: de D850 is nog beter dan de D810 die al uitzonderlijk was.

Met een medium formaat begint je van nul: je moet extra lenzen kopen, en die zijn duurder dan bij een kleinbeeldcamera, vaak meer dan het dubbele van de prijs en je hebt geen alternatieven. Sigma levert bijvoorbeeld uitstekende lenzen voor kleinbeeldcamera's (soms zelfs beter dan de originele lenzen), maar niet voor medium formaat toestellen. Neen, er zit geen kitlens in de verpakking als je een Pentax 645Z koopt.

Een medium formaat toestel is voor iemand die echt professioneel bezig is met fotografie, en waarvoor de prijs van ondergeschikt belang is.

Pentax 645Z
en soortgenoten

Naast de compact fototoestellen, de bridge toestellen (een beetje beter dan de basistoestellen), de systeemcamera's (met verwisselbare lenzen), de spiegelreflextoestellen (met crop sensor of full size sensor) hebben we ook medium-formaat toestellen. Dit zijn alle toestellen met een sensor groter dan die van een kleinbeeld toestel.


Het matglas waarop het beeld geprojecteerd wordt als de hoofdsensor niet aktief is is even groot als de sensor. Om te vermijden dat het prisma dat gebruikt wordt om het beeld weer recht te zetten onnoemlijk groot zou worden, heeft die een speciale constructie (trapezoïdaal), waarbij het licht tweemaal meer intern weergekaatst wordt. Dit heeft normaal gezien een verlies aan lichtsterkte tot gevolg, maar het fenomeen speelt hier geen grote rol omdat de lenzen meer licht doorlaten.

De autofocus sensor is goed zichtbaar (groene lichtstraal) en heeft dezelfde plaats als de AF sensor bij kleinbeeldtoestellen. Wat betreft het scherpstellen, het toestel heeft een ingebouwde motor om bepaalde lenzen zonder otor te kunnen aandrijven (zelfde verhaal als bij Nikon, waarbij de duurdere bodies ook een motor hebben om oudere lenzen aan te sturen).

Paginas die volgens Google je zouden kunnen interesseren