|
Deze pagina geeft de specifieke kenmerken van reflextoestellen per merk, en in het bijzonder de cropfaktor. De autofocus wordt besproken op een andere pagina.
|
Nikon
Nikon gebruikt tegenwoordig een cropfaktor van 1.5 voor al zijn digitale toestellen. De digitale lenzen zijn de DX-lenzen. Deze lenzen werden oorspronkelijk gemaakt voor APS-toestellen (een filmformaat dat slechts een paar jaar bestaan heeft). Dergelijke lenzen zijn niet bruikbaar op een klassieke film-reflex.
In november 2007 heeft Nikon een digitale reflex op de markt gebracht met full size sensor, waardoor FX lenzen nodig zijn. Dit toestel, de Nikon D3 is gemaakt om in concurrentie te treden met de professionele reeks van Canon. Ondertussen zijn er een paar toestellen bijgekomen: de 300D en de 700D. In tegenstelling met Canon kunnen de lenzen die specifiek gemaakt zijn voor cropsensoren ook gebruikt worden op een full body: het toestel gebruikt dan uitsluitend het centrale deel van de sensor.
In het algemeen vormt het Nikon gamma een homogeen geheel. Bij de vergelijking met Canon wordt Nikon altijd als 'minderwaardig' afgeschilderd. Bij consumer-toestellen (D40x, D80, D200 in vergelijking met Canon 400D en 40D) is dit niet het geval. Een minpunt is echter dat de autofocus van Nikon minder doeltreffend is (vooral de AF van de Nikon D70 is niet op zijn taak berekend).
Het beeldstabilisatiesysteem van Nikon heet VR en zit in de lens unit. Het voordeel van dit systeem is dat het effekt zichtbaar is in de zoeker. Alle recente lenzen zijn uitgerust met "vibration reduction". |
Olympus
Olympus gebruikt een cropfaktor van 2 op al zijn toestellen. Dit is een volledig nieuw formaat (oude lenzen van OM-toestellen kunnen niet meer gebruikt worden). Het voordeel van Olympus is dat er maar één digitaal formaat bestaat dat optimaal aansluit bij de gebruike sensor. De lenzen zijn half zo groot als de klassieke lenzen van bijvoorbeeld Canon (bij eenzelfde lichtsterkte en brandpuntsafstand).
Oorspronkelijk werd het feit dat er een volledig nieuw formaat gebruikt werd als een groot nadeel beschouwd, want mensen konden hun oude Olympus-lenzen niet meer gebruiken. Ook nu blijft dit een minpunt: er zijn weinig lenzen in omloop, dus fotografen gaan niet snel een Olympus kopen want zij kennen niemand bij wie ze andere lenzen kunnen uitproberen (dit was één van de de redenen waarom ik voor Canon heb gekozen).
Olympus is als eerste op de markt gekomen met een (redelijk) doeltreffend anti-stof systeem (prompt gevolgd door alle andere fabrikanten).
Beeldstabilisatie wordt in de body ingebouwd, waardoor al je lenzen (voor zover je er al hebt) automatisch kunnen genieten van het effekt. De beeldstabilisator werkt door de sensor te verplaatsen als er beweging gedetekteerd wordt tijdens het nemen van een foto (sensor shift). Alle andere merken gebruiken een extra lens die de bewegingen van het fototoestel compenseert. |
Canon
|
Canon gebruikt zowel full frame sensoren in zijn professionele gamma en heeft zelfs een tijdje 1.3 crop sensoren in zijn professionele sport-toestellen gebruikt (zodat de toestellen meer foto's per seconde kunnen nemen). Deze toestellen moeten de standaard full frame lenzen gebruiken. De consumer- en prosumer toestellen (dit zijn nu de 450D en 50D) gebruiken een cropfaktor van 1.6. Voor deze toestellen bestaan er speciale lenzen, de EF-S-lenzen, maar de full size lenzen zijn ook bruikbaar. Canon gebruikt een stabilisatiesysteem in de lens (Is = Image Stabiliser). Er bestaan verschillende generaties (de eerste generatie was niet veel waard) en sommige lenzen zijn leverbaar met of zonder stabilisatiesysteem (EF 70-200 L USM). De laatste generatie is in staat om het "meetrekken" (het volgen van een object) te detecteren en de beeldstabilisatie automatisch uit te schakelen, maar dit hangt af van de omstandigheden. Manueel uitschakelen bij sportfotografie is nog altijd de beste keuze.
|
Sony
|
Sony heeft het gamma van Konica-Minolta overgenomen: een gemakkelijke manier om snel te kunnen meespelen met "de groten". Minolta-lenzen kan je blijven gebruiken op de nieuwe bodies van Sony. Sony gebruikt een cropfaktor van 1.5 (Sony heeft een tijd Nikon-sensoren gebruikt in zijn toestellen). De beeldstabilisatie in ingebouwd in de body (sensor shift) en noemt hier Super Steady Shot. De dust cleaner werkt bij het uitschakelen van het toestel, en niet bij het inschakelen, wat ervoor zorgt dat het fototoestel sneller gereed is om foto's te nemen.
Het gamma gaat van de α100 tot de α900. Dit laatste toestel heeft een full size sensor. Bepaalde recente digitale lenzen (cropsensor-only: type DT) kunnen dus niet gebruikt worden, maar de A900 kan ingesteld worden om automatisch kleinere foto's te nemen als een digitale lens gemonteerd wordt. De crop-positie wordt enkel aangeduid door een dunne lijn en is nogal moeilijk te zien (Bij de Nikon D3 is dit veel duidelijker aangegeven). |