Olympus Four Thirds


Fotografie » TechTalk » Produktbeschrijvingen » Olympus Four Thirds

Olympus is altijd een vreemde vogel geweest. Dat deze instelling goede resultaten geeft bewijst het succes van de OM-1, OM-2, OM3(Ti) en OM4(Ti). Deze reflex filmtoestellen worden tegenwoordig nog steeds gebruikt, hoewel ze eind jaren '70 op de markt werden gebracht. Ze werden gedurende jaren geproduceerd (tot in de jaren '80). Het systeem werd nooit gewijzigd, dat wil zeggen dat alle Zuiko lenzen op om het even welk OM-toestel passen.

De bespreking van het Micro Four Thirds systeem is hier terug te vinden.

Principes Four Thirds systeem

Bij het ontwikkelen van een nieuw systeem hebben de ingenieurs zich niet gebaseerd op bestaande systemen, maar zijn vanaf "ground zero" begonnen met hun nieuw ontwerp. De voornaamste beslissing was de keuze van een sensorgrootte. Zou men kiezen voor een "full size" sensor zoals gebruikt bij de duurdere Canon-SLR? Uiteindelijk is de keuze gevallen op een kleine sensor. De redenering was dat digitale sensoren kleiner kunnen zijn dan de gevoelige oppervlakte van de film zonder aan nauwkeurigheid in te boeten. Het formaat heet Four Third en heeft eenzelfde aspect-ratio als de compact-toestellen (3:4). Normale SLR-toestellen hebben een aspect-ratio van 2:3 waarbij het beeld meer rechthoekig is. Het vermenigvuldigingsfaktor is 2: een Olympus-lens van 100mm komt overeen met een lens van 200mm op een klassieke SLR.

De naam is afkomstig van de sensormaat in inch, namelijk 4/3" diagonaal gemeten (omgerekend naar milimeter: 34mm). Slechts een deel van de sensor is lichtgevoelig, ongeveer 22mm (het gevoelige deel is 18 × 13.5mm groot). 18 is de helft van 36, maar 13.5 is meer dan de helft van 24 (24 × 36mm zijn de afmetingen van een foto op 135-film): de beelden van de Olympus zijn dus meer rechthoekig dan die van een 135 film of klassieke digitale reflex.

Telecentric
Een eigenschap van de lenzen van het Four Thirds systeem zijn de telecentrische eigenschappen van de lens. Enkel de uittredepupil moet telecentrisch zijn. De lichtstralen die het lenzensysteem verlaten zijn meer evenwijdig dan bij een klassieke constructie en vallen bijna loodrecht op de sensor. Het gevolg daarvan is dat er minder storende interne reflekties zijn ("flares" en andere optische vervormingen). Deze effekten treden vaak op met klassieke breedhoek lenzen. Iedere pixel ontvangt ook meer licht. Het licht dat door de groene filter is gegaan "lekt" niet naar de rode sensor (een probleem met een groot aantal klassieke toestellen als ze in breedhoek staan). Telecentrische lenzen zijn enkel mogelijk als de sensor kleiner is dan de lensvatting.

Voordelen

De body kan kleiner gemaakt worden en de lenzen zijn kleiner en toch zeer lichtsterk. Een zoomlens met een lange brandpunt is tweemaal korter dan een gelijkaardige lens van de concurrentie.
Bij Canon bijvoorbeeld, dat wel een kleinere sensor bij zijn midrange toestellen gebruikt (EOS 450D en 40D), zijn de meeste lenzen full size lenzen (terwijl het eigenlijk niet nodig is dat de lenzen zo groot zijn). De EF-S-lenzen bedoeld voor de kleinere sensoren zijn niet echt in trek, en het assortiment is ook veel te beperkt.

Omdat men vanaf nul is begonnen is alles nieuw en aangepast aan het digitaal systeem. De lenzen zijn specifiek gemaakt rekening houdend met de sensoreigenschappen. De lenzen zijn geoptimaliseerd om een zo scherp mogelijk beeld te geven. Bij film is het namelijk zo dat de details bepaald worden door de korrelgrootte, bij digitaal zijn de pixels kleiner dan een zilverkorrel en moet het beeld op de sensor scherper zijn (hoger oplossend vermogen van de lenzen). Dit is ook het geval in vergelijing met een lens voor een full size sensor (bijvoorbeeld Canon 5D): bij een sensor met evenveel pixels zijn de pixels kleiner bij Olympus.

In 2008 kan men stellen dat de Olympus toestellen dezelfde beeldkwaliteit halen als toestellen met een full size sensor. Het enige nadeel dat nog aan dit systeem kleeft, is de prijs van de lenzen, die redelijk hoog is in vergelijking met andere merken.

Open systeem
Het four thirds systeem werd als open systeem ontworpen (een beetje zoals de CD norm): iedereen kan bodies en lenzen maken. Bij de groep zijn op dit ogenblik slechts een beperkt aantal fabrikanten aangesloten: Olympus uiteraard, maar ook Panasonic. Kodak zit ook bij de groep, maar maakt geen toestellen meer voor het publiek (Kodak beperkt zich tot het maken van de sensors). De voornaamste lensbouwers zijn Sigma en Leica.

Eigenaardigheden van het Four Thirds systeem

De focusring bedient niet direct de lenzen, maar werkt via het electronisch systeem. Het voordeel daarvan is dat de optieken een betere optische kwaliteit bereiken door de positie van de lenzengroepen volledig electronisch te regelen. Een aantal individuele lenzen kan los van elkaar verschoven worden om de beste beeldkwaliteit te bekomen, rekening houdend met de zoompositie en de afstand van het onderwerp, een beetje zoals het varifocal systeem. Bij een directe (manuele) overbrenging beweegt enkel de groep van de focuslenzen, zonder rekening te houden met de zoomstand.

Een minpunt bij deze "fly-by-wire" is dat de focusregeling niet werkt als de camera uitgeschakeld is. De regeling is niet zo precies als bij een mechanische overbrenging, maar het systeem is zo ontworpen (bij single shot AF), dat het toestel automatisch scherpstelt bij het half indrukken van de ontspanderknop, waarbij later eventueel bijkomend scherpgesteld kan worden met de focusring.

Overigens hebben niet alle lenzen een dergelijke fly-by-wire construktie, in het assortiment zal je ook lenzen aantreffen met een normaal mechanisch gekoppelde focus.


Lichtstralen worden afgebuigd om zo loodrecht mogelijk op de sensor terecht te komen.


Bij een klassiek ontwerp is dat niet het geval

Four thirds: kleine sensor en relatief grote lensmount

Andere merken gebruiken de originele lensmount uit het film-tijdperk.

Paginas die volgens Google je zouden kunnen interesseren

w