Umbra en penumbra


Fotografie » TechTalk » Sernsorcleaning » Umbra en penumbra

Zolang je met relatief grote openingen werkt (ƒ/3.5 of meer) valt het nauwelijks op dat er stofdeeltjes op de sensor aanwezig zijn. Gebruik je echter een kleinere opening, dan zijn de stofdeeltjes goed zichtbaar als donkere stippen.

Hoe je deze stofdeeltjes kan je verwijderen lees je op de pagina sensorcleaning.

Waarom zijn stofdeeltjes beter zichtbaar bij een kleine opening?

Om deze vraag te beantwoorden kan u zich het best richten tot een astronoom. Die zal u alles vertellen over umbra en penumbra (kernschaduw en halfschaduw). Op microscopisch vlak gebeurt namelijk hetzelfde als op planetair vlak.

De figuren hiernaast zijn niet op maat getekend en dienen enkel ter verduidelijking.

Bij de eerste figuur werken we met een grote opening (diafragma ƒ/2.8). De conus van de kernschaduw (of slagschaduw) reikt niet tot aan de sensor en het stofdeeltje is eigenlijk niet zichtbaar. Enkel de penumbra reikt tot aan de sensor. Bij de tweede figuur hebben we een diafragmawaarde van ƒ/22 en reikt de conus van de totale verduistering wèl tot aan de sensor.

Beschermplaatje van de sensor

De bedoeling van het plaatje is een afstand te scheppen tussen de gevoelige oppervlakte en de oppervlakte waarop de stofdeeltjes zich eventueel kunnen vastzetten zodat de stofdeeltjes minder zichtbaar zijn. Hoe groter de afstand tussen sensor en beschermplaatje, hoe kleiner de kans op kernschaduw of slagschaduw. Immers: hoe groter de afstand, hoe groter dat het stofdeeltje moet zijn.

De halfschaduw is echter altijd aanwezig (enkel zichtbaar bij het fotograferen van een effen onderwerp, blauwe lucht, effen muur,...). Met het vergroten van de afstand wordt het effekt minder (de schaduw wordt over een groter gebied uitgesmeerd).

De laatste generatie digitale reflextoestellen is in staat een zogenaamde stofmap aan te leggen (foto nemen van een wit blad papier) om de ongelijke belichting tegen te gaan.

Paginas die volgens Google je zouden kunnen interesseren