Studioflitsers
Fotografie » TechTalk » Fotostudio » Flitsers
We bespreken hier specifiek de studioflitsers. Wat je kan bekomen met een studioflitser (zelfs een goedkope set met twee flitsers en softboxen) kan je absoluut niet vergelijken met een flitser op het fototoestel, of zelfs met een externe flitser. Een nieuwe wereld gaat voor u open.

Algemeen


Micha
Studiofotografie: Denis Wöhler

Vermogen en "richtgetal"

Het begrip "richtgetal" wordt niet gebruikt bij studioflitsers. Met het richtgetal kan je de lensopening van je fototoestel snel uitrekenen aan de hand van de afstand tot het onderwerp. Bij studioflitsers worden er zo vaak accessoires gebruikt dat het richtgetal zinloos geworden is. Men gebruikt de joule als eenheid van (licht)energie. Een gewone flitser (richtgetal: 20) produceert ongeveer 40 Ws (watt seconde) of joule. Een normale studioflitser heeft een richtgetal van ongeveer 60 (350Ws) en een zware studio-flitser produceert meer dan 500 watt-equivalent. Een dergelijk hoog vermogen (dat overeenkomt met 5000W halogeenverlichting) is nodig bij het fotograferen van groepen. Voor individuele portretfotografie zijn een paar monoblocs van 100J voldoende (deze zijn te koop voor een paar honderden euro).

Het vermogen van een gewone studioflitser (350J) is te hoog als je een naakte flitser zou gebruiken, je zou moeten werken met onwaarschijnlijke openingen van ƒ/32. Accessoires die op de flitser gemonteerd worden verminderen de lichtopbrengst zodat je een opening van ƒ/8 zal gebruiken. Een lichtgevoelige lens is niet nodig bij studiofotografie als je kan beschikken over studioflitsers.

Modelling light

Professionele studio's gebruiken speciale flitslampen uitgerust met een pilootlamp ("modelling lamp") en een flitser. De modelling lamp (modeleerlicht in mooi nederlands) gebruik je om het effekt van de flits in te schatten. De gebruikte lamp is een gewone 60W halogeenlamp, dus veel te zwak voor een foto. Bij het nemen van de foto wordt er geflitst. Je kan het vermogen van iedere lamp instellen (zowel modelling lamp als flits worden met één regelaar ingesteld): 100%, 50%, 25%.

Het licht van de modelling light is nodig om de autofocus van het fototoestel te laten werken.

De klassieke octogon,
een softbox van ongeveer 80 cm

Een minpunt is dat de lichthoeveelheid tussen modelling licht en flitslicht niet perfekt evenredig is over al je flitsers, waardoor het perfekte evenwicht dat je gecreerd hebt met de modelling lights verstoord wordt omdat de lichtintensiteit van de flitsers onvoldoende overeenkomt met de lichtintensiteit van de modelling lights. Van zodra je één gloeilamp hebt moeten vervangen is het evenwicht verloren. Bij defekt van een gloeilamp is de raad dan ook: alle gloeilampen vervangen. De flitslampen geven ook een ander soort licht dan de modelling lamp. Het verschil is miniem, maar niettemin zichtbaar.

Deze flitslampen zijn bepaald niet goedkoop en om een goede uitlichting van het volledige lichaam heb je bijvoorbeeld drie zulke flitsers nodig: achtergrondverlichting (om schaduwen te vermijden), modelverlichting (het model in zijn geheel) en detail- of accentverlichting (het gezicht op 25% vermogen) en/of strijklicht om het reliëf te beklemtonen. Je kan eventueel een flitser besparen door een reflektor te gebruiken en het hoofdlicht (strijklicht) te gebruiken om het gezicht extra uit te lichten.

Tegenwoordig kan je kant-en klare kits kopen voor zo'n 300€: twee flitsers van 150W met statief en softbox. Het is voldoende om te beginnen met je fotostudio.

Nuttige funkties

Proportionele modelling light

Bij goedkope studioflitsers is het vermogen van de modelling light niet instelbaar (evenredig met het flitsvermogen). Je kan gewoon de flitser aan- of uit zetten. Deze funktie is niet echt noodzakelijk.

Vermogensregeling

Ik heb vaak gewerkt met studioflitsers waarvan de helderheid traploos instelbaar is met een draaiknop (met een "klik" op halve, kwart en 1/8 vermogen). Deze flitsers hebben altijd mijn voorkeur omdat je heel snel het vermogen kan bijstellen (probeer dat maar es te doen met een flitser met digitaal toetsenbord). Bij het terugdraaien van het vermogen is de eerste flits altijd op het hoger ingesteld vermogen: de extra opgeslagen energie kan enkel opgebruikt worden door de flitslamp.

Signaal klaar

Professionele fotografen zijn het "beep" gewoon dat aangeeft dat de flitser klaar is voor gebruik. Echt noodzakelijk is deze funktie niet, maar het maakt deel uit van het "decorum" dat bij een professionele studioflitser hoort.

Batterijvoeding

Een losse batterijvoeding maakt het mogelijk op dezelfde flitsers (met accessoires) op verplaatsing te gebruiken. De batterijpacks moeten compatibel met de flitser zijn. Het zijn de duurste flitsers (Broncolor et Elinchrom) die over packs beschikken. Goedkopere flitsers hebben wel een connector, maar de batterijpacks zijn nergens te koop (Falcon Eyes) en de goedkoopste studioflitsers (Jimbei) kunnen enkel op netspanning werken.

Light modifiers

De accessoires die op de studioflitser gemonteerd worden heten light modifiers.


Kane (voorbeeld van lichtparaplu)


Antonio

Honinggraatfilters

Lichtbronnen kunnen uitgerust worden met talrijke effektenfilters om het juiste beeld te bekomen: de honinggraatfilter zorgt voor zeer gericht (nagenoeg evenwijdig) licht dat in een hoog contrast resulteert. Het relief wordt beklemtoont als het licht rakelings op het model valt. Dit effekt wordt vaak gebruikt bij "lowkey" fotografie. De honinggraatfilter is uit metaal uitgevoerd en de schotten zijn zwart om het strooilicht op te vangen. Bij honinggraatfilters staat er altijd een openingshoek (bijvoorbeeld 10°).

Lichtparaplu

Een reflektor of lichtparaplu zorgt voor minder scherpe schaduwen en geeft het beeld minder contrast. De flitser wordt gedraaid en op de binnenkant van het scherm gericht. Het model wordt dan belicht door het gereflekteerd licht. Bij het fotograferen van vrouwen moet de achterwand wit zijn (mat, egaal reflekterend), bij mannenfotografie liefst zilver (meer spiegelend). Een lichtparaplu geeft een redelijk geconcentreerde lichtstraal dat verder reikt dan een softbox.

Een kleine lichtparaplu wordt soms beautydish genoemd en lijkt nog het meest op een wokpan. Bij gezichtfotografie is de reflektie van de lichtbron in de ogen cirkelvormig, en dit kan soms niet gewenst zijn.

Bepaalde lichtparaplus worden als softbox gebruikt (doorschijnend in plaats van reflekterend, dus met de flitser naar het onderwerp gericht). Een paraplu gebruikt als softbox heeft een lager rendement dan gebruikt als reflector, en heeft ook een lager rendement dan een echte softbox, maar heeft wel het voordeel dat die gemakkelijker op te bergen is.

Softbox

Het effekt van de softbox (lichtbak met doek aan de voorkant) is vergelijkbaar met dat van een lichtparaplu, maar het licht is nog meer difuus. Een softbox kan gemakkelijk zelf gebouwd worden, waarbij je met de afmetingen en het soort doek kan experiementeren. Het is niet ongewoon dat een softbox een oppervlakte van 1 vierkante meter heeft. Er bestaan zowel vierkantige, rechthoekige als octagonale softboxen. Bij mannelijke portretfotografie, waarbij het ruwe, mannelijke niet onderdrukt mag worden, gebruikt men liefst geen te grote softbox. Een octagon van 80cm is ideaal. Een heel geschikte softbox is de lightstrip (een langwerpige softbox). Je kan die zowel gebruiken als meelicht, strijklicht of tegenlicht.

Snoot

Een snoot ziet er uit als een "lichtkanon", een buis dat je op de flitser monteert en een zeer gerichte lichtstraal produceert. Persoonlijk vind ik het effekt minder geslaagd dan met een honinggraatfilter. Een snoot produceert een nogal scherp afgetekende heldere cirkel, omgeven door een tweede cirkel met dalende helderheid. Een raar effekt, eigenlijk. Een snoot kan je bij tegenlicht gebruiken of op het laagste vermogen als accentverlichting of opheldering (haarlicht).

Een snoot kan uitgerust worden met een lens om een geconcentreerde lichtstraal te produceren (zoals een volgspot bij theater).

Hou er rekening mee dat dergelijke lichtbronnen plaats nodig hebben: de meeste filters plaats je op meer dan een meter van het model, en een lichtparaplu of softbox is op zich al een meter groot.

Vroeger en nu


Wouter
Hoe werd er vroeger gewerkt (als je niet kon beschikken over een fototoestel met LCD schermpje voor de weergave)? Voor het bepalen van de juiste belichting is er geen probleem: met een lichtmeter kan je snel en accuraat de juiste belichting bepalen. Film heeft een voldoende reserve zodat je minder snel te kampen hebt met overbelichting en overstuurde beelden. Het probleem is echter dat de flitslampen een ander soort licht geven dan de modelling lights waarmee de studioflitsers uitgerust zijn. De lichtverhoudingen kloppen soms niet. De opheldering van een gezicht dat heel mooi was met de modelling light kan soms afschuwelijk zijn bij het flitsen.

De oplossing is vooraf een testfoto met een Polaroid te maken: daarmee kan je zien of de lichtverhoudingen kloppen. De polaroid-foto geeft de lichtverhoudingen weer bij het flitsen. Voor de uiteindelijke foto op hoge resolutie wordt er dan gefotografeerd met de klassieke spiegelreflex of met een 6×6 rolfilm.