Een eigen fotostudio
de basisuitrusting van een fotostudio
Studiolampen
Fotografie » TechTalk » Fotostudio » Lampen
Als je begint met een fotostudio kan je gewone lampen gebruiken voor de verlichting. Je hebt het voordeel dat je niet moet investeren in studioflitsers en toch kan je zien of studiofotografie iets voor jou is.

Continu-lichten


Bojan
Een heel goedkoop alternatief op het gebruik van studioflitsers zijn de welbekende werflampen (van die lampen op staander met halogeenverlichting van 300 of 500 watt). Hier zal je 3 dergelijke lampen nodig hebben. Deze lampen geven voldoende licht om het model perfekt te belichten. Dankzij de staanders kunnen de lampen gericht worden. Als je spots in plaats van werflampen gebruikt moeten ze op redelijke afstand van het model geplaatst worden (minstens 3 meter) omdat de lichtbundel te geconcentreerd is.

Voor de totale verlichting (algemeen, model en accentverlichting) moet je rekenen op een vermogen van minimum 1000 watt (halogeen) als je geen al te lichtsterke lenzen gebruikt (kitlens). Gebruik je een lichtgevoelige lens (ƒ/2.8), dan kan je volstaan met een totaal vermogen van 500W, en werk je met een lens op ƒ/1.4, dan is 125W voldoende. In ieder geval is een statief aangewezen, want je zit met relatief lange sluitertijden. Je fototoestel zal automatisch de juiste witbalans instellen als er geen extern licht aanwezig is (buitenlicht).

Opgelet: werflampen en spots geven sterke schaduwen (hard licht). Zorg ervoor dat het grootste deel van het licht indirect is. Ook voor het model is dit aangenamer, want hij moet niet in het licht van de spot kijken! Bij indirecte verlichting gaat echter meer dan de helft van het licht verloren.

Bij gebruik van gloeilampen mag je het beeld wat onderbelichten (experimenteel bepalen!). Dit komt doordat de huid de infra-rode straling van de gloeilampen sterk reflekteert. De meetsensor ziet deze infra-rode straling niet, de beeldsensor is echter gevoelig voor infra-rood, waardoor het beeld overbelicht kan worden. Deze onderbelichting is enkel nodig als je een spiegelreflex gebruikt.

Ik zou zeggen: als je niet wilt investeren in studio-flitsers, investeer dan in een zeer lichtgevoelige lens (een prime lens Sigma 50mm ƒ/1.4 is een uitstekende keuze). Deze lens zal je later nog kunnen gebruiken.

Voor de winkelverlichting worden soms metaal-halogenide (HMI) lampen gebruikt. Dit zijn hoge druk ontladingslampen (kwiklampen) met een kleine hoeveelheid metalen zodat de kleurweergave meer homogeen is. Dergelijke lampen vormen ze een interessant alternatief op de werflampen: ze verbruiken minder (150W in plaats van 500W en produceren dus minder warmte) en geven een soort licht dat overeenkomt met daglicht. De maximale lichtintensiteit en correcte kleurtemperatuur wordt na een 5-tal minuten bereikt, maar doorgaans zal dit geen probleem zijn. Studio's waar hoofdzakelijk met constant licht gewerkt wordt (voornamelijk voor produktfotografie) zijn allemaal aan het overschakelen naar

Dimmen van werflampen of ontladingslampen is niet mogelijk, je zal de volledige lamp moeten verplaatsen. Als je de afstand lamp-model verdubbelt, dan ontvangt het model 1/4 van het licht.
Met de zware verlichting kan het model zijn ogen niet constant open houden en in de zomer wordt het onhoudbaar warm in de studio. Het grote pluspunt van gloeilampen is dat je precies weet hoe de foto eruit zal zien, maar in het algemeen zijn lampen een noodoplossing ten opzichte van echte studio-flitsers.

Een normale flitser (richtgetal=20) produceert ongeveer 40 watt-equivalent (joule) aan licht, om met gloeilampen een identieke uitlichting te bekomen heb je een lamp van 500 watt nodig wegens het laag rendement. De flitser op je fototoestel geeft dus evenveel licht als een werflamp van 500W!

Gebruik slechts één soort lamp in je studio, dus geen gewone gloeilampen mengen met halogeenverlichting of metaal-halogenide lampen. Ieder soort lamp geeft een verschillend soort licht, en gecombineerd is het effekt verschrikkelijk. Aan de ene kant heeft het model een groene teint, aan de andere kant roze uitslag. Maar je kan natuurlijk bewust met dit effekt spelen door gekleurde filters te gebruiken: bijvoorbeeld normale belichting en een blauwe straal als tegenlicht.

Als je een beetje kan knutselen en je kan beschikken over een defekte LCD televisie, dan kan je de backlights gebruiken. Veel electronica-kennis heb je daarvoor niet nodig. Doorgaans zijn dit dunne TL buizen (CCFL: Cold Cathode Fluorescent Display). Verwijder het LCD paneel en de verschillende filters. Achteraan zitten er een 10-tal dunne buizen. Opgelet, ze breken gemakkelijk! Je kan ze aansturen met kleine CCFL drivers die je op de hobbymarkt kan vinden (of via ebay). Je hebt 1 driver van 5W nodig per buis (70cm lengte) en van 8W voor langere buizen. De drivers zelf worden met 12V gevoed (voorzie een voldoende zware voeding van 10A). Verder moet er niet veel gebeuren, de grote lichtoppervlakte vormt een softbox. De helderheid is ongeveer 5 maal hoger dan een televisie die een wit beeld geeft. Op de foto is er één buisje ingeschakeld (met alle buisjes ingeschakeld heb je evenveel licht als met een halogeenlamp van 300W voor een verbruik van 60W). Een beperkte vorm van dimmen is mogelijk door het aantal ingeschakelde buizen te veranderen. Schakelen doe je op de 12V voeding. Dergelijke buizen geven wit licht met een goede weergave-index: CCFL-buizen worden ook in professionele scanners gebruikt.

MLR 160W Naast de helderheid en kleurtemperatuur (meer naar het rood of meer naar het blauw) speelt ook de kleurweergave-index een rol.

Menglicht lampen zoals de Philips MLR 160W (Mixed Light Reflector) of ML 250W zijn een goede lichtbron: ze combineren de goede kleurweergave van een gloeilamp met het hoog rendement van een kwikdamplamp. Deze lampen hebben geen ontsteekapparatuur nodig, de gloeidraad fungeert als ballast.

Als je de beslissing hebt genomen een echte fotostudio in te richten, dan zal je eerste investering zijn een paar echte studioflitsers.