Fotostudio


Fotografie » TechTalk » Fotostudio » Uitlichting » Portrets

De uitlichting is de instelling van de lichtbronnen om tot een geslaagde foto te komen. We bespreken hier een paar lichtopstellingen specifiek voor portrets. Bij een portret gaat alle aandacht naar het gezicht. Meestal wordt er enkel het gezicht gefotografeerd, maar noodzakelijk is dit niet. Deze pagina is een vervolg van de basistechnieken uitlichting.

Bij de voorbeelden wordt er enkel de hoofdlicht getoont. De opheldering en rimlicht kunnen door de fotograaf bijgeplaatst worden (opheldering, rimlicht, enz worden op de pagina basistechnieken besproken).

Voor portretfotografie zal men een lens met een brandpuntafstand van ongeveer 100mm gebruiken (kleinbeeld). Gebruik men een cropsensor (Canon), dan is een brandpuntafstand van ongeveer 60mm OK. Met deze waarden is de vervorming minimaal.

De belichting kan gebeuren met studioflitsers, maar men kan ook natuurlijke lichtbronnen gebruiken. Het effekt is zeer subtiel (betrokken hemel), gemiddeld (indirect licht van de zon) of zeer opvallens (direct zonlicht.

In de voorbeelden gebruiken we "links" en "rechts" gezien vanaf het standpunt van de fotograaf, niet van het model
We bespreken de positie van de hoofdlichtbron vanaf frontaal licht tot zijlicht.

Frontaal licht

Frontaal licht is ideaal om de symmetrie van een gezicht te beklemtonen (zonder dat het model in de lens kijkt). Het effekt op het gezicht (broad/short, zie lager) is eerder "broad", maar hangt af van de plaatsing in de hoogte van de lichtbron (hoger is meer "short"). Frontaal licht betekent niet dat het model frontaal naar de camera moet kijken (zie voorbeeld). Frontaal licht wordt verder besproken bij de "vlinderopstelling".

Vlinderopstelling

Deze opstelling werd veelvuldig gebruikt in de jaren voor de tweede wereldoorlog om de akteurs en actrices van filmstudios te fotograferen. De benaming van deze lichtopstelling heet dan ook Paramount (de naam van één van de grootste filmstudios uit die tijd), maar men gebruikt ook de naam vlinder of butterfly.

Een van de grote fotograaf uit deze periode is George Hurrell, die nagenoeg alle toenmalige sterren gefotografeerd heeft en aan de basis ligt van deze lichtopstelling. Hij retoucheerde de negatieven en was daar zo goed in dat hij expliciet vroeg dat de modellen geen make up zouden dragen.

De naam "vlinder" komt van de zwarte schaduw die onder de neus ontstaat. Bij deze lichtopstelling is een opheldering noodzakelijk om ervoor te zorgen dat de oogkasten niet in de swaduw verdwijnen. Men kan ofwel een tweede lichtbron gebruiken (zeer zwak, wat lager dan de ogen geplaatst en gericht op het gezicht). Je kan ook opteren voor één enkele langwerpige softbox die een zeer gelijkmatig en natuurlijk licht geeft (zie tweede voorbeeld).

Breed of smal?

Broad / Short lightning

We plaatsen het model met zijn gezicht een beetje van de camera af (zie voorbeelden). Hoeveel het model zijn gezicht draait kies je zelf, maar er wordt vaak aangeraden dat beide ogen zichtbaar zijn. Het is ook belangrijk dat de neus niet uitsteekt buiten het gezicht, want dan gaat alle aandacht naar die neus, waardoor die groot en lelijk lijkt (Pinoccio-effekt). Een minimum-draaing is ook aangeraden, anders lijkt het of het gezicht van de persoon niet symmetrisch is omdat men niet merkt dat het gezicht gedraaid is.

We kunnen nu het hoofdlicht plaatsen aan de linker- of rechterkant. Als we de lichtbron plaatsen aan de kant van de ogen (linkerkant in dit voorbeeld), dan wordt de rechterkant minder belicht, waardoor het gezicht smaller gaat lijken. Dit is vaak de bedoeling en is in de meeste gevallen ook de aangewezen manier om het licht te plaatsen.

Een ander voordeel van deze plaatsing is ook dat er meer licht naar de ogen gaat, dit wordt vaak aangezien als een goede foto in academische kringen.

Er wordt best gewerkt met een kleine softbox. Een grote softbox zal alle reliëf uit het gezicht platstrijken, terwijl een te kleine lichtbron (reflektor met honinggraat) zal alle details beklemtonen, zeker op de overgang tussen licht en schaduw.

Short lighting

Broad lighting
De omgekeerde lichtopstelling is ook mogelijk en wordt gebruikt bij gezichten die eerder (te) langwerpig of te hoekig zijn. Deze lichtopstelling zal ook meer de huidstruktuur verdoezelen. Deze lichtopstelling wordt door beroepsfotografen gebruikt om modellen met kleine gebreken aan één kant van het gezicht to fotograferen. De gebreken zitten in de schaduw en vallen minder op. Deze lichtopstelling wordt ook gebruikt bij asymmetrische gezichten omdat er minder aandacht gaat naar een deel van het gezicht.

In plaats van de hoofdlichtbron te verplaatsen, kan het model ook zijn hoofd draaien. Het effekt is zichtbaar als u met de muis over de tekst "broad lighting" en "short lighting" gaat. Bij short is het gezicht scherper afgetekend, terwijl bij broad wordt het gezicht ronder en voller.

Bij de broad verlichting hebben we eveneens een tweede lichtbron gebruikt (half vermogen) zodat de ogen niet in het donker zitten.

Poseertips tussendoor
Bij het laten poseren is het belangrijk dat het model altijd voor zich uit kijkt.
De ogrn moeten rechtdoor gericht zijn, niet naar een ooghoek.
Het is niet mooi als er teveel oogwit zichtbaar is: de pupil moet gecentreerd zijn (zonder dat het overdreven is).

Volslanke mensen laat je hun gezicht naar boven richten en fotografeer je een beetje uit de hoogte. Daardoor wordt de kin naar achteren getrokken en is minder zichtbaar. Deze opstelling wordt vaak door professionele fotografen gebruikt die mensen moeten fotograferen die niet over de "perfekte maten" beschikken. Samen met de "short" lichtopstelling kan men tot zeer goede resultaten komen.

Mensen met een te opvallende, hoekige kin laat je hun hoofd wat naar beneden richten, en hun ogen naar de camera richten (aandacht gaat van de kin naar de ogen). Deze pose is niet geschikt voor mensen met een te dikke kin.


Rembrandt selfie

Rembrandt

We laten nu het model naar de camera kijken en plaatsen de lichtbron aan de zijkant.

Een kenmerk van deze lichtopstelling is het heldere driehoek op de wang aan de schaduwkant. Een dergelijke driehoek is ook te zien bij een short belichting met het licht aan de zijkant (meer dan bij een normale short lichtopstelling).

De Rembrandt uitlichting is genoemd naar een bekende schilder uit lang vervlogen tijden. Zijn bekende zelfportret gebruikt natuurlijk deze lichtopstelling.

Split

Bij split belichting staat de lichtbron aan de zijkant van het model (90°). Deze lichtopstelling wordt gebruikt om meer "karakter" te geven aan de persoon en is geschikt voor eerder mollige gezichten. Men zal ervoor zorgen dat er voldoende licht naar de schaduwzijde gestuurd wordt. Dit is een lichtopstelling die ik persoonlijk weinig geschikt vind. Een voorbeeld van een split lichtopstelling staat rechts.

En we eindigen met twee foto's waar er met een brede softbox gewerkt wordt (foto's onderaan). Dit heeft als voordeel dat je al echt moet knoeien om een slecht belichte foto te hebben, maar aan de andere kant moet je het zuiver hebben van de uitstraling van het model. Een brede softbox wordt eerder gebruikt bij het fotograferen van een groep mensen, van kinderen of babies of voor produktfotografie.

Uitlichting en poseertips
bij portrets


Frontaal licht
Paramount
Short lighting

Paginas die volgens Google je zouden kunnen interesseren