Opstelling van de lichtbronnen
voor het best mogelijke resultaat
Uitlichting
Fotografie » TechTalk » Fotostudio » Uitlichting
De uitlichting is hoe de lichtbronnen opgesteld worden om het juiste resultaat te bekomen. Je kan een opstelling kiezen voor produktfotografie (fotografie van toestellen, sportaccessoires, kleding en dergelijke) waarbij de bedoeling een evenwichtige lichtverdeling te bekomen. Hier gebruik je grote softboxen.

Maar je kan ook portretfotografie doen, waarbij de eigenschappen van het fotomodel naar voren komen. Softboxen zijn niet aangeraden bij het fotograferen van mannelijke fotomodellen: het beeld wordt te vlak, te effen, weinig interessant (“platstrijken” noemen wij dit). Voor mannelijke portretfotografie gebruik je meer exclusieve lichtbronnen, zoals honinggraatfilters voor strijklicht en tegenlicht (silhouetverlichting).

Er is eigenlijk maar één algemene regel: plaats de studioverlichting voldoende ver van het model zodat je geen lelijke afstands-effekt bekomt: bij strijklicht is één kant overbelicht en de andere te donker, en bij frontaal licht is de neus te helder (een typisch effekt als je de ingebouwde flitser van je fototoestel gebruikt). De meeste mensen zijn dergelijke foto's gewoon, en zien de fout niet meer in. Maar plaats je de perfekt uitgelichte foto ernaast, dan valt de fout direkt op.

Drie uitgewerkte lichtopstellingen (groepsfoto, catwalk en produktfotografie) kan u hier vinden.

Opstelling lichtbronnen


Alex
Studiofotografie: Denis Wöhler
Tip van de professionele fotograaf:
Zorg dat het licht van de flitsers (modeleerlamp) in de ogen van het model reflekteert.
Dan krijgt het model een levendige blik.
 


Academische lichtopstelling


Voor de opheldering kan een reflektiescherm gebruikt worden

Je studio moet volledig verduisterd kunnen worden zodat je geen storende effekten bekom (menglicht tussen buitenlicht en licht van de studiospots).

Bij studiofotografie gebruik je zeker niet de flitser van je fototoestel (storende schaduwen). Een ander probleem met de flitser op het fototoestel is het uitvlakken (platstrijken) van de foto: alle details en relief zijn verdwenen. Maar ook het gebruik van een te grote softbox zorgt voor een “platte” foto.

Door de positie van de verlichting kan je speciale schaduweffekten bekomen, zoals op de foto's rechts. Om zoveel mogelijk van het licht te kunnen benutten schilder je de muren in een neutrale lichte kleur (wit is eigenlijk nog de beste kleur), dit is vooral nodig als je geen flitsers maar constant licht gebruikt. Als je graag lowkey werkt (geheimzinnige modellen met duistere trekjes) dan moet de studio zwart geschilderd worden.

Voorbeeld met werflampen

We gaan ervan uit dat je pas begonnen bent met de inrichting van je fotostudio en slechts over een paar werflampen kan beschikken.
Voor een portret voor een portfolio worden er doorgaans 3 studiolampen gebruikt: één wordt gericht naar het plafond (achtergrondbelichting). Deze achtergrondverlichting zal ervoor zorgen dat de schaduwen niet te scherp afgetekend worden en dat er nog iets te zien is in de donkere partijen (opheldering). Zonder lichtverdeler produceren de werflampen namelijk zeer "hard" licht.
Het model wordt belicht door de twee andere lampen. Om een lichte softbox-effekt te bekomen kan je de glazen voorplaat van je werflampen met kalkmelk beschilderen. Kalkmelk vergeelt niet door de warmte. Je kan de werflampen op verschillende afstanden plaatsen om het effekt te regelen. Plaats de lampen niet te dicht bij het model zodat de verlichting evenwichtig is. Richt eventueel een tweede spot naar een muur om een egale, softe belichting te bekomen of gebruik een plaat uit piepschuim als reflektiescherm.

Academische lichtopstelling

De foto op de indexpagina studio is gemaakt met een academische lichtopstelling (zonder haarlicht). Deze klassieke, schoolse opstelling gebruikt 4 flitsers:
  1. Key of hoofdlicht
    Het model wordt hoofdzakelijk door deze lichtbron belicht. Regel de flitsintensiteit zodanig dat je een opening van bijvoorbeeld ƒ/4 moet gebruiken (deze waarde zullen we in de voorbeelden gebruiken). Het zichtbaar effekt op het gezicht en het lichaam (hard of zacht licht) wordt hoofdzakelijk door deze lichtbron bepaald.

  2. Fill of vullicht (opheldering)
    Deze flitser zorgt ervoor dat er nog details in de donkere delen zichtbaar zijn. Deze flitser moet het model minder belichten, 1/2 van het vermogen van de hoofdflitser of minder. Een verhouding van 1/3 wordt soms “Kodakverhouding” genoemd omdat deze fabrikant deze waarde gebruikte in zijn handleidingen. Het vullicht vermindert het contrast tussen belichte en onbelichte delen (schaduwen). Bij mannenfotografie mag je een sterkere contrast gebruiken, maar minder dan 1/8 moet je niet gaan, want het effekt is dan verwaarloosbaar: als de studio wit geschilderd is, dan zorgt strooilicht voor een voldoende opheldering. Schakel de hoofdflitser uit en doe een lichtmeting. De lichtmeter moet nu een opening van bijvoorbeeld ƒ/2.8 (1/2), ƒ/2 (/1/4) of ƒ/1.4 (1/8) aangeven. Voor deze lichtbron gebruik je een brede softbox. De opheldering maakt traditioneel een hoek van 90° met het hoofdlicht (model als middelpunt).

  3. Backlight (Kicker) of haarlicht
    Deze lichtbron wordt pal achter het model geplaatst, voldoende hoog dat de installatie niet in beeld komt. De bedoeling is een lichte silhouet-effekt te bekomen dat het omtrek beklemtoont en het onderwerp van de achtergrond scheidt (vandaar ook de derde engelse naam: separation). Het licht wordt op het haar gericht (vandaar de naam), maar ook de schouders moeten licht krijgen. Meestal wordt het vermogen van deze flitser ingesteld op een vermogen tussen dat van het hoofdlicht en dat van de opheldering. Je gebruikt gericht licht (kleine softbox, honinggraat,...) Let op dat deze flitser geen flares veroorzaken! Je kan de kicker ook diametraal tegenover het hoofdlicht plaatsen zoals op de tweede foto rechts: het veroorzaakt een heldere omtrek daar waar het model weinig belicht wordt (en anders in de schaduw zou verdwijnen).

  4. Background of achtergrondbelichting
    Met deze flitser vermijd je schaduwen op de achtergrond. De lamp kan zowel links als rechts geplaats worden en belicht enkel de achtergrond. De achtergrondbelichting is enkel nodig bij een heldere achtergrond. In sommige gevallen is een schaduw juist wèl gewenst!

Je kan variaties op deze schoolse opstelling aanbrengen:

  • Beide studiolichten aan één kant en het model met strijklicht belichten. Met de twee lampen naast elkaar zijn de schaduwen minder hard afgetekend. Geen achtergrondflitser, wel een zwakke opheldering.
  • Symmetrische belichting (vermogen hoofdlicht en opheldering even sterk en zelfde soort kleine softbox). De flitsers meer uit elkaar dan bij het vorige voorbeeld, maar minder dan bij een academische opstelling. Hier is de bedoeling een dubbele symmetrische schaduw te creeren, zodat de aandacht naar het model gaat vanwege het effekt: fel verlicht model, symmetrische schaduw. Achtergrondbelichting kan hier ook achterwege blijven (zie foto rechtsboven).
  • Het omgekeerde effekt: gebruikt een geconcentreerde achtergrondverlichting om een heldere vlek achter het model te produceren. Hier valt het model op omdat het omgeven wordt door een aura.
Bij de laatste foto rechts wordt er bewust afgeweken van de academische opstelling. We gebruiken geen achtergrondbelichting en geen haarlicht, enkel een zwakke opheldering (grote softbox) en een gerichte hoofdlicht met een honinggraat.

Een paar andere voorbeelden waarbij bewust afgeweken wordt van de academische lichtopstelling zijn de voorbeelden met tegenlicht.

Bij produktfotografie (al dan niet met modellen) moeten de reflekties van de flitser onderdrukt worden. Hoe je dit doet lees je op deze FAQ pagina.

Filters


Brian
Om het direkte licht van de flitser, spot of werflamp te temperen kan je gebruik maken van indirekt licht (door middel van een lichtparaplu) of door een doorzichtige witte doek te plaatsen tussen lamp en model. Er bestaan kant-en klare construkties (softbox ea.) die je op de professionele flitser kan schuiven.

Voor mannelijke portretfotografie gebruik je zeker geen grote softboxen. Een octagon van 80cm is eigenlijk het maximum, anders heb je een "platte" foto (foto zonder indruk van relief). Bij het gebruik van een softbox kan de achtergrondbelichting vervallen: de softbox geeft namelijk een heel effen beeld.

Een interessante opstelling als je over filters kan beschikken is de volgende:

  • strijklicht links: gebruik een honinggraatfilter en zet de lamp zo ver mogelijk van het model zodat je geen overbelichting hebt. Dit is de hoofdverlichting en de lamp moet op maximaal vermogen werken. De bedoeling is de spieren van het model beter te laten uitkomen.
  • accentverlichting op het gezicht van het model: om een meer effen verlichting te bekomen. Gebruik daarvoor een tweede honinggraatfilter dat je juist rechts van je fototoestel plaatst en dat naar het gezicht van het model gericht staat. in plaats van een honinggraatfilter kan je hiervoor een snoot gebruiken dat een geconcentreerde lichtstraal geeft. De lamp moet op minimaal vermogen werken (eventueel grijsfilter gebruiken als het gezicht teveel belicht wordt). Het effekt van deze lichtbron moet heel subtiel zijn en er mag geen overgang zichtbaar zijn.
  • indien nodig gebruik je een octagon (algemene verlichting) om de schaduwen te temperen.
Op de foto rechts zie je een (deel van) een octagon. Normaal zal je ervoor zorgen dat de lichtbronnen niet in beeld verschijnen. Maar zelfs als ze juist buiten beeld zitten kunnen sterke flitsers reflekties in het fototoestel veroorzaken.

Voorbeeld


Evenwichtige belichting: het model is juist belicht, maar komt niet goed tot zijn recht. Antonio is "platgestreken". Hoeveel dergelijke foto's (van bekende fotografen) heb ik niet gezien.

Gebruik van strijklicht zorgt voor meer plasticiteit. Het gezicht van Antonio had wat extra belicht moeten worden met een snoot op minimaal vermogen, geplaatst juist rechts van het fototoestel (maar ik had toen geen tijd meer)