|
De uitlichting is hoe de lichtbronnen opgesteld worden om het juiste resultaat te bekomen. Je kan een opstelling kiezen voor produktfotografie (fotografie van toestellen, sportaccessoires, kleding en dergelijke) waarbij de bedoeling een evenwichtige lichtverdeling te bekomen. Hier gebruik je grote softboxen.
Maar je kan ook portretfotografie doen, waarbij de eigenschappen van het fotomodel naar voren komen. Softboxen zijn niet aangeraden bij het fotograferen van mannelijke fotomodellen: het beeld wordt te vlak, te effen, weinig interessant (“platstrijken” noemen wij dit). Voor mannelijke portretfotografie gebruik je meer exclusieve lichtbronnen, zoals honinggraatfilters voor strijklicht en tegenlicht (silhouetverlichting). Er is eigenlijk maar één algemene regel: plaats de studioverlichting voldoende ver van het model zodat je geen lelijke afstands-effekt bekomt: bij strijklicht is één kant overbelicht en de andere te donker, en bij frontaal licht is de neus te helder (een typisch effekt als je de ingebouwde flitser van je fototoestel gebruikt). De meeste mensen zijn dergelijke foto's gewoon, en zien de fout niet meer in. Maar plaats je de perfekt uitgelichte foto ernaast, dan valt de fout direkt op. Drie uitgewerkte lichtopstellingen (groepsfoto, catwalk en produktfotografie) kan u hier vinden. |
Opstelling lichtbronnen
Bij studiofotografie gebruik je zeker niet de flitser van je fototoestel (storende schaduwen). Een ander probleem met de flitser op het fototoestel is het uitvlakken (platstrijken) van de foto: alle details en relief zijn verdwenen. Maar ook het gebruik van een te grote softbox zorgt voor een “platte” foto. Door de positie van de verlichting kan je speciale schaduweffekten bekomen, zoals op de foto's rechts. Om zoveel mogelijk van het licht te kunnen benutten schilder je de muren in een neutrale lichte kleur (wit is eigenlijk nog de beste kleur), dit is vooral nodig als je geen flitsers maar constant licht gebruikt. Als je graag lowkey werkt (geheimzinnige modellen met duistere trekjes) dan moet de studio zwart geschilderd worden.
Voorbeeld met werflampenVoor een portret voor een portfolio worden er doorgaans 3 studiolampen gebruikt: één wordt gericht naar het plafond (achtergrondbelichting). Deze achtergrondverlichting zal ervoor zorgen dat de schaduwen niet te scherp afgetekend worden en dat er nog iets te zien is in de donkere partijen (opheldering). Zonder lichtverdeler produceren de werflampen namelijk zeer "hard" licht. Het model wordt belicht door de twee andere lampen. Om een lichte softbox-effekt te bekomen kan je de glazen voorplaat van je werflampen met kalkmelk beschilderen. Kalkmelk vergeelt niet door de warmte. Je kan de werflampen op verschillende afstanden plaatsen om het effekt te regelen. Plaats de lampen niet te dicht bij het model zodat de verlichting evenwichtig is. Richt eventueel een tweede spot naar een muur om een egale, softe belichting te bekomen of gebruik een plaat uit piepschuim als reflektiescherm.
Academische lichtopstelling
Je kan variaties op deze schoolse opstelling aanbrengen:
Een paar andere voorbeelden waarbij bewust afgeweken wordt van de academische lichtopstelling zijn de voorbeelden met tegenlicht. Bij produktfotografie (al dan niet met modellen) moeten de reflekties van de flitser onderdrukt worden. Hoe je dit doet lees je op deze FAQ pagina. |
Filters
Voorbeeld
|





