Fotostudio


Fotografie » TechTalk » Fotostudio » Uitlichting » Algemeen

De uitlichting is hoe de lichtbronnen opgesteld worden om het juiste resultaat te bekomen. Je kan een opstelling kiezen voor produktfotografie (fotografie van toestellen, sportaccessoires, kleding en dergelijke) waarbij de bedoeling een evenwichtige lichtverdeling te bekomen. Hier gebruik je grote softboxen.

Maar je kan ook portretfotografie doen, waarbij de eigenschappen van het fotomodel naar voren komen. Grote softboxen zijn niet aangeraden bij het fotograferen van mannelijke fotomodellen: het beeld wordt te vlak, te effen, weinig interessant (“platstrijken” noemen wij dit). Voor mannelijke portretfotografie gebruik je meer exclusieve lichtbronnen, zoals honinggraatfilters voor strijklicht en tegenlicht (silhouetverlichting).

Er is eigenlijk maar één algemene regel: plaats de studioverlichting voldoende ver van het model zodat je geen lelijke afstands-effekt bekomt: bij strijklicht is één kant overbelicht en de andere te donker, en bij frontaal licht is de neus te helder (een typisch effekt als je de ingebouwde flitser van je fototoestel gebruikt). De meeste mensen zijn dergelijke foto's gewoon, en zien de fout niet meer in. Maar plaats je de perfekt uitgelichte foto ernaast, dan valt de fout direkt op.

Opstelling lichtbronnen

Je studio moet volledig verduisterd kunnen worden zodat je geen storende effekten bekom (menglicht tussen buitenlicht en licht van de studiospots).

Bij studiofotografie gebruik je zeker niet de flitser van je fototoestel (storende schaduwen). Een ander probleem met de flitser op het fototoestel is het uitvlakken (platstrijken) van de foto: alle details en relief zijn verdwenen. Maar ook het gebruik van een te grote softbox zorgt voor een “platte” foto.

Door de positie van de verlichting kan je speciale schaduweffekten bekomen, zoals op de foto op de pagina academische lichtopstelling. Om zoveel mogelijk van het licht te kunnen benutten schilder je de muren in een neutrale lichte kleur (wit is eigenlijk nog de beste kleur), dit is vooral nodig als je geen flitsers maar constant licht gebruikt. Als je graag lowkey werkt (geheimzinnige modellen met duistere trekjes) dan moet de studio zwart geschilderd worden.

Voorbeeld met werflampen

We gaan ervan uit dat je pas begonnen bent met de inrichting van je fotostudio en slechts over een paar werflampen kan beschikken.

Voor een portret voor een portfolio worden er doorgaans 3 studiolampen gebruikt: één wordt gericht naar het plafond (achtergrondbelichting). Deze achtergrondverlichting zal ervoor zorgen dat de schaduwen niet te scherp afgetekend worden en dat er nog iets te zien is in de donkere partijen (opheldering). Zonder lichtverdeler produceren de werflampen namelijk zeer "hard" licht.
Het model wordt belicht door de twee andere lampen. Om een lichte softbox-effekt te bekomen kan je de glazen voorplaat van je werflampen met kalkmelk beschilderen. Kalkmelk vergeelt niet door de warmte. Je kan de werflampen op verschillende afstanden plaatsen om het effekt te regelen. Plaats de lampen niet te dicht bij het model zodat de verlichting evenwichtig is. Richt eventueel een tweede werflamp naar een witte muur om een egale, softe belichting te bekomen, of gebruik een plaat uit piepschuim als reflektiescherm.

Tip van de professionele fotograaf:

Zorg dat het licht van de flitsers (modeleerlamp) in de ogen van het model reflekteert.
Dan krijgt het model een levendige blik.

De uitlichting voor portrets (deel II van deze pagina).

Drie uitgewerkte lichtopstellingen (groepsfoto, catwalk en produktfotografie).


Alex
Studiofotografie: Denis Wöhler

De academische lichtopstelling wordt naar een nieuwe pagina verplaatst.

Je kan variaties op deze schoolse opstelling aanbrengen:

Een paar andere voorbeelden waarbij bewust afgeweken wordt van de academische lichtopstelling zijn de voorbeelden met tegenlicht.

Bij produktfotografie (al dan niet met modellen) moeten de reflekties van de flitser onderdrukt worden. Hoe je dit doet lees je op deze FAQ pagina.

Om het direkte licht van de flitser, spot of werflamp te temperen kan je gebruik maken van indirekt licht (door middel van een lichtparaplu) of door een doorzichtige witte doek te plaatsen tussen lamp en model. Er bestaan kant-en klare construkties (softbox ea.) die je op de professionele flitser kan schuiven, deze worden light modifiers genoemd.

Voor mannelijke portretfotografie gebruik je zeker geen grote softboxen. Een octagon van 80cm is eigenlijk het maximum, anders heb je een "platte" foto (foto zonder indruk van relief). Bij het gebruik van een softbox kan de achtergrondbelichting vervallen: de softbox geeft namelijk een heel effen beeld.

Een interessante opstelling als je over filters kan beschikken is de volgende:

Op de foto rechts zie je een (deel van) een octagon. Normaal zal je ervoor zorgen dat de lichtbronnen niet in beeld verschijnen. Maar zelfs als ze juist buiten beeld zitten kunnen sterke flitsers reflekties in het fototoestel veroorzaken (flares).

Evenwichtige belichting
Het model is juist belicht, maar komt niet goed tot zijn recht. Antonio is "platgestreken". Hoeveel dergelijke foto's (van bekende fotografen) heb ik niet gezien.
Gebruik van strijklicht zorgt voor meer plasticiteit
Het gezicht van Antonio had wat extra belicht moeten worden met een snoot op minimaal vermogen, geplaatst juist rechts van het fototoestel (maar ik had toen geen tijd meer)

Uitlichting:
het instellen van de lichtbronnen


Paginas die volgens Google je zouden kunnen interesseren

w